Onhandig gedraai om dopingprobleem

Aan de vooravond van het WK allround testte de medische commissie van de ISU voor het eerst het bloed van schaatsers. Het was voor beide partijen een spannend, ongewis avontuur. Oprecht verheugd stelde een bestuurder van de internationale schaatsunie later vast dat iedereen mocht starten.

Johan Woldendorp

Een maand later werd bij de WK afstanden in Nagano duidelijk hoeveel waarde je aan die constatering mag hechten. Bij de volgende bloedproef bleek bij zeker twaalf deelnemers, onder wie Marianne Timmer, de hematocriete waarde hoger te zijn dan de door de ISU vastgestelde norm: 50 bij mannen en 47 bij vrouwen. Bij een van de twaalf openbaarde zich zelfs een waarde van 53. Maar de commissie legde niemand een startverbod op, zoals de internationale wielerunie UCI dat om gezondheidsredenen wel zou hebben gedaan.

Timmer was hevig verontwaardigd over het gesol met haar persoontje. Bij nader inzien werd ze een dag lang in het onzekere gelaten over de uitslag. Los van het feit of de Groningse nu wel of niet tot een iets te hoog niveau had 'bijgetankt', was haar woede terecht. De ISU was er dan ook niet gelukkig mee dat ze dát falen van de medische commissie aan de grote klok hing.

De schaatsbobo's speelden op een spekglad veld paniekvoetbal. Zo zorgvuldig als bijvoorbeeld hun collega's van de UCI de zogeheten gezondheidscontroles voorbereidden, zo onbeholpen ging de ISU de afgelopen winter het (kansloze) gevecht met de groeihormonen aan. De ellende begon al in november, toen de voor de eerste wereldbekerwedstrijd aangekondigde controles voor onbepaalde tijd moesten worden uitgesteld. In Milwaukee stond er in een kantoortje van de Pettit-ijsbaan ineens een geavanceerd apparaat, dat in staat bleek nieuw aangemaakte bloedcellen van oude te onderscheiden. Een doorbraak in het opsporen van Epo, zogezegd.

Gulzig verorberde de ISU het rauwe ei van Columbus, in plaats van het rustig te laten koken. UCI-voorzitter Hein Verbruggen speelde het spel destijds een stuk slimmer. Hij maakte heldere afspraken met ploegleiders en wielrenners over de consequenties van een 'positieve' uitslag. Schorsen kon hij immers niet, de bewijslast ontbrak. Hij zag de verzamelde advocatuur al bij hem op de stoep staan. Nog slimmer liet Verbruggen de artsen de norm bepalen. Iedere medicus weet dat een sportman bij een bloeddikte van 53 geen risico's loopt, maar de doktoren trokken de grens bewust bij vijftig. Beducht als ze waren dat ze door het grote publiek als halve gifmengers zouden worden uitgemaakt.

De ISU ging die discussie krampachtig uit de weg. KNSB-arts Hans Smid, als vertegenwoordiger van een toonaangevend schaatsland niet de eerste de beste, bleek zelfs maar ten dele over de ins and outs van de testprocedure geïnformeerd. De ethische bezwaren die Verbruggen heel subtiel bij zijn critici wegnam, accepteerde de schaatsunie als blok aan het been. Door zichzelf met zo'n brevet van onvermogen op te zadelen, kon de ISU niet anders dan de twaalf 'hematocrietjes' door de voordeur, over een rode loper, te laten ontsnappen. Overigens zou Timmer volgens de UCI-regels geen startverbod zijn opgelegd. In het cyclisme wordt het cijfer achter de komma naar beneden afgerond.

De ISU is niet de enige sportkoepel die onhandig met het dopingprobleem omspringt. De UCI loopt wat betreft de bestrijding én de nuancering van het gebruik van stimulerende middelen ver voorop. De collega-bonden kijken haar wat meewarig aan. In hun filosofie komt doping alleen in het wielrennen -nou ja, sinds kort ook atletiek- voor.

De zorgvuldigheid gebiedt dat noch in Milwaukee, noch in Nagano een schaatser op doping is betrapt. Maar zo'n frisse, schone, oer-Hollands gezonde sport als veel mensen denken, is schaatsen ook weer niet. In 1980 raakten vier Russen kort voor het EK in Trondheim bevangen door de griep. Ook de reserve bleek niet inzetbaar. In hetzelfde (olympische) jaar hield wereldkampioene Petroesjeva bij het WK in Hamar urenlang haar plasje op, in de hoop dat de medische inspecteur van de ISU haar zou laten lopen. In het oog springend was verder de handel in spierversterkende middelen die de Noor Stein Krosby en de Sovjet-rijder Nikolai Goeljajev op poten hadden gezet en waarvoor ze de arme Geir Karlstad als koerier trachtten te strikken. En zo zijn er wel meer voorbeelden, die in het verleden erg gemakkelijk als incidenten werden afgedaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden