Ongewenst vereeuwigd

Schrijvers zijn geen helden. Als ze er naast hun schrijverij al een maatschappelijk bestaan op nahouden dan is het meestal onopvallend en kleurloos: leraar, dokter. Kafka werkte op een verzekeringskantoor.

Als puber laafde ik mij aan een reeks boekjes, getiteld 'Helden van de geest': schrijvers en filosofen. Van de geest ja, maar helden als Muhammad Ali levert de literatuur niet op. Marcel Proust, Frankrijks grootste schrijver, was een bangelijke man die liever op een divan lag te mijmeren dan de handen uit z'n mouwen te steken. Hij was bijvoorbeeld als de dood dat iemand hem vergiftigde bloemen of chocolaatjes zou sturen. Die iemand moest dan wel graaf de Montesquiou zijn, een voormalige vriend die door Proust in zijn romancyclus 'A la recherche du temps perdu' was opgevoerd. De man was homoseksueel, net als Proust zelf, en Proust had in 'Sodome et Gomorrhe' openhartig en gedetailleerd geschreven over de sadomasochistische praktijken in het Parijse herenboudoir. Natuurlijk ontkende hij dat met Baron de Charlus de graaf bedoeld was maar die wist wel beter: 'Ik lig in bed, ziek van de publikatie van drie boeken die me hebben vermorzeld', schreef hij aan een vriend.

Ook de Noorse schrijver Karl Ove Knausgard, van onze tijd, is bang voor de gevolgen van zijn schrijven. In zijn roman 'Vrouw' beschrijft hij hoe een oom hem een proces aandoet omdat hij verkeerd over zijn familie zou hebben geschreven. Het blijft een heikele onderneming, over je naasten schrijven, al dan niet vermomd. Zelf schreef ik eens een verhaal waarin mijn vader en wat gemeenteleden uit de kerk verkapt optraden en toen ik vervolgens een tijd niks van mijn moeder hoorde wist ik genoeg. Ik had de familie geofferd. En na de publicatie van een ander verhaal verscheen ik eens op een feestje waar niemand met mij wilden praten.

In 'Kijken in de ziel' interviewde Coen Verbraak een aantal schrijvers over de kwestie van literaire privacyschending. Jammer dat-ie steeds kopstukken uit de branche neemt, die staan als het ware boven de wet en kunnen zich al meer permitteren, hun werk, hoe omstreden ook, loont. Nee, dan de B-schrijvers, niet gelezen behalve door de beledigde familie. Enfin, de geïnterviewde toppers waren het er wel over eens dat het moest kunnen, het boek ging vóór. Maar A.F.Th. van der Heijden gaf toe dat hij in 'Tonio' zijn schoonmoeder misschien te veel gekwetst had, Adriaan van Dis had op de dood van zijn moeder gewacht alvorens over haar te schrijven en Jan Siebelink wilde niet over de door een van zijn boeken verstoorde relatie met zijn dochter praten.

Zo vanzelfsprekend is het kennelijk niet om je familie en vrienden ongevraagd het toneel op te slepen. Zelf denk ik dat dat ongemak juist een zegen is, daardoor moet je verbeelding in werking treden. Gekwetste vrienden houd je er niet mee buiten de deur, die weten genoeg, maar je boek wordt er beter van. Daarom lieve neven en nichten, buren en vrienden: leef onbekommerd voort tot je ongevraagd vereeuwigd wordt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden