Ongestraft en vergeten: Sabra en Sjatila

Roep om erkenning, dertig jaar na massaslachting in Beiroet 'Niets is er gebeurd, helemaal niets'

"We zullen nooit vergeten" staat op het bord dat de kern vormt van het monument voor de massamoorden in de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Sjatila, nu 30 jaar geleden. Maar de zanderige vlakte waar het monument staat, schreeuwt vergetelheid; verstopt achter een drukke winkelstraat in Sabra, een buitenwijk van Beiroet. Nergens wordt uitgelegd wat zich hier in 1982 voltrok.

Het is moeilijk voor te stellen dat deze drukke winkelstraat, met toeterende auto's, stapels pannen, elektronica en nep Calvin Klein-ondergoed, dertig jaar geleden met lijken bezaaid lag. Nog moeilijker te begrijpen is de realiteit dat er nooit iemand voor vervolgd is. Umm Hassan, die drie zonen en haar man verloor, zit hoofdschuddend tussen de foto's van haar vermoorde nageslacht. "Niets is er gedaan, helemaal niets."

In 1991 nam het Libanese parlement een algemene amnestiewet aan. Door die wet werden alle wandaden tijdens de Libanese burgeroorlog (1975-1990), toen christelijke en islamitische strijdgroepen elkaar zwaar bevochten, kwijtgescholden. Op enkele gevallen die aan de hoge raad werden doorverwezen na. De massamoord in Sabra en Sjatila was er niet een van; er zijn honderden andere slachtpartijen geweest tijdens de oorlog die net zo veel slachtoffers eisten, maar veel minder media-aandacht kregen.

Veel Libanezen hebben dan ook geen behoefte aan vervolging van de daders. "Tijdens de oorlog heeft iedereen gevochten", zegt Hassan Aboe Ali (60), die de massaslachting zag gebeuren. De sjiiet vocht destijds met de Palestijnen mee. "Wil je alle Libanezen in de gevangenis gooien? Wat gebeurd is, is gebeurd", zegt hij.

De Palestijn Abdoul Rahman (52), die in Sjatila opgroeide en veel vrienden verloor in die drie beruchte dagen, vindt het moeilijk dat niemand verantwoordelijkheid heeft genomen. "Er is nooit echt onderzoek gedaan, er is geen gerechtigheid."

Niet alleen Palestijnen willen erkenning van hun leed. "Er lagen daar vier lijken", zegt de Libanese Amal Ala Iddin, terwijl ze een meter verderop wijst. 45 van haar familieleden werden gedood. "Iedereen heeft het altijd over de Palestijnen, maar de gedode Libanezen worden gewoon vergeten", voegt ze verbitterd toe.

Daar probeert de Palestijn Omar Ghanoem verandering in te brengen. De 23-jarige activist organiseerde gisteravond een bijeenkomst voor 200 mensen om de Libanese slachtoffers te herdenken. "Het is de verantwoordelijkheid van de Libanese regering om dit te onderzoeken", zegt Ghanoem. "Maar de leiders van deze slachting zitten nu in de regering; sommigen zijn zelfs minister."

Schuldgevoel is niet te vinden volgens Lokman Slim, die voor de film 'Massaker' zes daders van de massamoord interviewde. "Niemand hier voelt zich schuldig; mensen zien het 'schuld' niet als onderdeel van een gemeenschap met waarden."

De betrokkenheid van Israël is, volgens Slim, de reden dat Sabra en Sjatila relatief veel aandacht krijgt. Hierdoor kan de schuld op iemand anders worden afgeschoven. Vrijwel iedereen noemt Israël en Amerika als de grootste schuldigen, en niet de Libanezen die de wapens hanteerden.

"De Libanezen zijn vandaag slachtoffers van de amnestiewet. Door die wet kon verantwoordelijkheid worden afgeschoven", zegt Slim. En kon worden geprobeerd de gruwelijkheden van het verleden te vergeten.

Massamoord
In 1982, tussen 16 en 18 september, trokken christelijke troepen moordend door de Palestijnse kampen van Sabra en Sjatila. Het Israëlische leger, dat Sabra en Sjatila had omsingeld, gaf Elie Hobeika, leider van de christelijke Falangistenmilitie, de opdracht om het kamp 'schoon te vegen' van tweeduizend Palestijnse 'terroristen'. Hoewel berichten over massamoord op de eerste dag al naar buiten kwamen, lichtte het Israëlische leger het gebied 's nachts bij. Drie dagen later waren meer dan duizend mensen vermoord, voornamelijk vrouwen en kinderen. De eerste buitenlandse getuigen spraken van verkrachtingen, vermoorde baby's die tussen het vuilnis lagen en gecastreerde mannenlijken.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden