Ongemakkelijk kleurrijk

Het Haags Gemeentemuseum promoot jonge kunstenaars, ook ná hun eindexamen. Aaron van Erp profiteert van dit jongerenbeleid.

Jonge kunstenaars krijgen veel ruimte in het Haags Gemeentemuseum. En dan gaat het niet alleen om de jaarlijkse tentoonstelling van het eindexamenwerk van veelbelovende studenten van kunstopleidingen. Ook in de moeilijke fase erna, waarin ze moeten ploeteren om een bestaan op te bouwen als zelfstandig kunstenaar, krijgen ze in het Gemeentemuseum de kans hun werk te presenteren. Het museum zette dit ’jongerenbeleid’, dat ook zichtbaar is in het aankoopbeleid, in 2000 in, met het aantreden van de huidige directeur Wim van Krimpen.

Eén van de jongeren die nu royaal de ruimte krijgt in Den Haag is Aaron van Erp (1978). In kringen van kunsthandelaars is hij allang opgemerkt. Vier van zijn schilderijen zijn zelfs al opgenomen in de toonaangevende collectie van Saatchi. Maar bij het grote publiek is hij nog onbekend. Daarin komt nu misschien verandering met deze overzichtsexpositie. De schilderijen van Van Erp zijn kleurrijk, maar de taferelen die hij afbeeldt, zijn ongemakkelijk en roepen zoveel associaties op dat je er al gauw in verstrikt raakt. Vaak hebben ze iets gruwelijks, maar door lachwekkende details zit er ook iets van humor in, zij het wel met een grimmige en cynische ondertoon.

Van de kunstenaar zelf word je niet veel wijzer. Hij is geen prater. Ooit wilde hij schrijver worden, dan hoefde hij helemaal niet meer te praten, maar hij kwam er al snel achter dat zijn schijftalent niet echttoereikend was.

Van Erp studeerde in 2001 af aan de Academie voor Kunst en Vormgeving in ’s-Hertogenbosch. Dat hij aanvankelijk striptekenaar wilde worden, blijkt uit enkele vroege tekeningen die opgenomen zijn in de expositie. Dankzij een prijs en een stipendium kon Van Erp de eerste moeilijke jaren overbruggen en daarna ging het ineens lopen, vertelt hij. De laatste paar jaar wordt vrijwel alles wat hij maakt, meteen verkocht.

Aaron van Erp heeft een volstrekt eigen stijl. En dat geldt niet alleen voor zijn werk, maar ook voor zijn persoon. In niets wekt hij de indruk dat hij al een redelijk succesvolle kunstenaar is. Met verbaasde ogen kijkt hij rond in de zalen van het Haags Gemeentemuseum, waar zijn werken zijn opgehangen.

Is hij tevreden over hoe het hangt?, vraagt conservator Doede Hardeman. Van Erp zwijgt. Na enig aandringen knikt hij. Al lopend langs zijn werk, komt hij toch een beetje los. „Over het schilderen van die steentjes heb ik drie dagen gedaan”, zegt hij en wijst naar een grote lege ruimte met bakstenen muren. Het zou een gevangenis kunnen zijn, maar ook een leegstaande fabriek. Van Erp blijkt zich te hebben laten inspireren door een kunstenaarsruimte in Helmond, waar hij heeft gewerkt. Maar dan het tafereel dat zich er afspeelt. Je herkent in één van de figuren een medewerker van het Rode Kruis, maar de man heeft wel een knuppel in de hand waarmee hij een naakte vrouw bedreigt. Aan de muur hangt een bloederig stuk vlees. Er hangen meer doeken waarop onduidelijke figuren zijn afgebeeld met een zweep of wapen. En op veel schilderijen is er de associatie met vlees, uiteengereten vlees in boomtakken, aan muren, op de grond.

De taferelen hebben vaak raakvlakken met actuele thema’s als terrorisme, milieuvervuiling of kindermishandeling. Ze refereren ook aan de beelden uit het nieuws die dagelijks over ons worden uitgestort in zulke hoeveelheden, dat er een soort gewenning en murwheid is ontstaan. Maar het is alsof ze op de doeken van Van Erp harder aankomen.

Van Erp: „Op het nieuws verwacht je het. En in olieverf op doek misschien niet.” Zijn schilderijen duiden op een vrij zwartgallig beeld van de wereld. Van Erp: „Dat móet je toch wel hebben? Dat kan toch niet anders als je om je heen kijkt?” En veel meer heeft hij er niet over te zeggen. „Wat ik wil uitdrukken, staat op het doek.”

Maar mensen zien soms ook dingen in zijn werk die er niet zijn. Er hangt bijvoorbeeld een tekening waarvan iedereen altijd denkt dat hij Hitler heeft afgebeeld in een overvolle barak in Auschwitz. Maar dat klopt niet. Van Erp wijst naar de britsen waarop de mensen dicht tegen elkaar liggen. „Ik heb matrassen getekend en die hadden ze niet in Auschwitz. En de snor van de persoon die op Hitler lijkt is geen snor, maar een schaduwvlek.”

Dingen zijn niet altijd zoals ze zijn en je ze waarneemt, lijkt Van Erp met zijn werk te willen zeggen. Voortdurend word je als kijker op het verkeerde been gezet en veel vragen blijven onbeantwoord. Wat te denken bijvoorbeeld van De Kleutertemmer, waar een schimachtige figuur de orde bewaakt met een zweep en zijn slachtoffer een tennisballetje in de mond heeft geduwd? Of van een terrorist die een lijk in een winkelwagentje voortduwt? Die verwarring roept hij ook op door alledaagse dingen af te beelden: een boodschappentas van de Edah, een winkelwagentje, gehaktballen en wasmachines. Die plaatst hij in lege gevangenisachtige ruimtes, kille badhuizen of in desolate landschappen met geblakerde of brandende bomen. Maar vaak nog wel met sprietjes groen eraan, want, zegt hij: „Bomen gaan gewoon door met groeien, dat heeft niks te maken met wat wij mensen doen.” Ondanks de zwartgalligheid die ze uitstralen, zitten zijn voorstellingen wel altijd vol kleur.

Er zijn ook associaties met bekende schilderijen uit het verleden. Met ’De gehaktballeneters’ refereert hij aan ’De aardappeleters’ van Van Gogh. Ook het thema dader-slachtoffer is nadrukkelijk aanwezig, waarbij redders ook daders kunnen zijn en omgekeerd. Daarmee lijkt Van Erp te willen suggereren dat de grenzen tussen goed en kwaad nooit scherp getrokken kunnen worden. Francis Bacon is zijn grote voorbeeld en elementen daarvan zie je ook terug in zijn werk. Maar ook de badhuistaferelen en baadsters van Ingres inspireren hem. En hij schildert heel graag vlees, zegt hij, grote hompen vlees.

Vaak hebben zijn werken iets absurdistisch, alleen al door de bizarre titels die hij eraan geeft en die soms ook iets lachwekkends hebben. ’De verschrikkelijke hordes wilde barbaren die Nederland onder de voet lopen na de laffe moord op Professor Pim’ is de titel van een schilderij over de moord op Pim Fortuyn. ’Medisch personeel op de gehaktballenplantage’ noemt hij het schilderij waarop twee figuren van het Rode Kruis hun slachtoffer verminken, gehaktballen van zijn vlees maken en dat aan bomen spietsen. Het is ook alsof Van Erp daarmee vat probeert te krijgen op de gruwelen die hij schildert. Zelf zegt hij: „Om gruwelijke dingen kun je vaak ook lachen.” Maar een bevrijdende lach is het nooit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden