Ongemakkelijk gesprek in de trein naar Brussel

Ik herkende me helemaal in je vorige brief, waarin je een mooie lofzang hield op Tel Aviv. Daags na onze vakantie werd ik er alleen alweer mee geconfronteerd dat niet iedereen hier zo over denkt. Zoals je weet, houd ik me al geruime tijd bezig met de vraag hoe moslims precies over Israël, Joden en het zionisme denken. Ik ben hier zó op gefocust dat ik me soms wat te veel blindstaar op deze groep, geloof ik.

Afgelopen week moest ik met de trein naar België. Bij Schiphol stapte een Spaanssprekend gezelschap in. Een van de vrouwen ging naast me zitten en begon honderduit te kletsen over haar vliegreis vanuit Ecuador, haar baan als biomedisch wetenschapper, haar geloof (het katholicisme) en het symposium waar ze heenging aan de universiteit van Brussel.

Ik knikte vriendelijk, want ik wilde eigenlijk verder lezen in het nieuwe boek van Nir Baram, 'Een land zonder grenzen' (een aanrader), waarin de Israëlische schrijver verhalen optekent van zowel Palestijnen als kolonisten op de Westelijke Jordaanoever. De vrouw keek geïnteresseerd naar de cover. Ik vertelde dat ik meer wilde leren over het Israëlisch-Palestijnse conflict. Ze haalde haar neus op, verschrikkelijk vond ze het wat de Joden die arme Palestijnen aandeden.

Ze wilde weten of er veel Joden in Nederland wonen en schudde haar hoofd: "In mijn land zijn het er weinig, maar ze zijn állemaal rijk, gierig en machtig", zei ze.

Ik voelde me opgelaten, dus besloot ik mijn eigen achtergrond verborgen te houden. Ze had niets door en ging vrolijk verder: "In Amerika leven miljoenen Joden en ook daar zijn ze rijk hè, allemaal advocaat of bankier. En dan krijgen ze ook nog minstens tien kinderen." Ik lachte het weg en suggereerde dat ze waarschijnlijk op orthodoxe families doelde, die inderdaad veel kinderen krijgen aangezien ze geen voorbehoedsmiddelen mogen gebruiken. Net als vrome katholieken en religieuze moslims. Hierop keek ze me ongelovig aan: "Ik dacht dat Joden zulke grote gezinnen stichten om de wereld over te kunnen nemen."

Ik dook weer in mijn boek, maar ze bleef keuvelen over haar zoon en dochter, de slechte regering van Ecuador en hoeren en coffeeshops in Amsterdam. Opeens vroeg ze of het klopte dat alle Joden ter wereld wapens verheerlijken, dat had ze vroeger geleerd op school. Nu kon ik me niet langer inhouden. "Ik houd persoonlijk absoluut niet van wapens", verklaarde ik droogjes.

Je had haar gezicht moeten zien, papa. Ze werd knalrood, want ze had er geen moment bij stilgestaan dat ík Joods zou kunnen zijn. Toevallig viel mijn blouse net open, waardoor mijn ketting met davidster zichtbaar werd. Ze keek naar mijn oren met stekers van vredestekens erin en stamelde dat ze nooit had verwacht dat Joden ook vreedzaam konden zijn. Daarna pakte ze een stukje aardbeienkauwgom en maalde het fijn tussen haar kaken terwijl ze verbluft voor zich uit staarde.

Eenmaal in Brussel probeerde de vrouw me innig te omhelzen. Ik vroeg me af of ik haar per ongeluk filosemiet had gemaakt en gaf een voorzichtig klopje op haar rug. Heb jij ooit iets dergelijks beleefd?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden