Ongegeneerd platte humor vanuit de 'ton'

Reportage | Tonpraten, het traditionele carnavalsopwarmertje, wordt professioneler

Zwaar opgemaakt, met badjassen aan en duikbrillen op het hoofd, staan Pien Simons (13) en Sanne de Hart (14) voor een afgeladen parochiehuis. Als twee bijdehante badjuffrouwen maken ze de zaal los voor de volwassen tonpraters het podium bestijgen. "Zestigplussers in het water: wij pleiten ervoor om dat af te schaffen", zegt De Hart. De zaal lacht - wie zich aangesproken voelt, nog het hardst.

Het Brabantse Elshout was dit hele weekend in de ban van een typische pre-carnavalstraditie: tonpraoten (in Limburg: 'buutreednen'). In het noorden vrijwel onbekend, maar voor dorpen en steden in Brabant en Limburg een hoogtepunt van het jaar. Lokale stand-up comedy, waarbij de artiest het publiek vaak toespreekt vanuit een ton. In Elshout (zo'n 1600 zielen) leeft het meer dan in enig ander dorp in de regio Waalwijk, zo zeggen de inwoners van 'Zaandhaozenlaand' trots.

Typische tonpraathumor? Toon Kuijpers, lid van de Elshoutse Raad van Elf, moet van de badjuffen naar voren komen. Gewillig stroopt Kuijpers zijn broekspijp omhoog en steekt een voet in een emmer water. Zo meet 'Thermo Toontje' al jaren de temperatuur in hun zwembad, vertellen de dames. "Kijk jij maar naar boven, dan kijken wij naar beneden", zegt Simons. Ongegeneerd gaat hun blik naar het kruis van Kuijpers. "Het is nog koud hè, jongen", constateert De Hart. De tweehonderd dorpsgenoten zaterdagavond in het publiek proesten ongegeneerd.

Grappen die niet te moeilijk zijn, en een beetje schuin - dat is tonpraten op zijn best. Typetjes zijn een must, net zoals een grote grapdichtheid. Iedere 'buut' duurt ongeveer een kwartier, en is uiteraard in dialect. Traditioneel worden mede-dorpelingen op hun nummer gezet, zoals De Hart en Simons doen.

De Elshoutenaren, in vriendengroepen bij elkaar op plastic tuinstoelen, lachen onbedaarlijk om het spervuur aan dubbelzinnigheden en woordspelingen. Het bier gaat rond in grote kannen. Hier geen traditionele ton, maar een soort blauw spreekgestoelte. Christel van den Dungen uit Tilburg neemt daar als 'Toke de toverfee uit de Efteling' het huwelijk op de korrel. "Als jij zo dronken bent, duurt het opzetten van de tent langer dan het kamperen!", zo wijst deze fee haar man af in bed.

Afgezien van het jeugdduo, komt geen van de tonpraters uit Elshout zelf. Het tonpraten is de laatste jaren geprofessionaliseerd: sterren als Van den Dungen gaan op tournee in de hele provincie. Ze krijgen soms honderden euro's per optreden, en werken soms per avond drie of vier dorpen af. Robert van Lamoen bijvoorbeeld: als 'schèèle op wintersport' (met Unox-muts en jampotbril) doet hij op één avond Elshout, De Mortel (Oost-Brabant) en Horst (Noord-Limburg).

"In het eigen dorp was niet genoeg kwaliteit. Het werd soms te vulgair", verklaart Piet Vromans van de Elshoutse organisatie dat boeken van toppers van buiten. "Maar nu is de kwaliteit is weer zo hoog, dat de echte Elshoutenaren het niet meer aandurven." Daarom begon Vromans een tonpraatopleiding voor de jeugd. Veertien kinderen en jongeren deden dit jaar mee, onder andere badjuffen De Hart en Simons. Vromans hoopt dat er weer een nieuwe generatie Elshoutse tonpraters opstaat.

Notabelen op de hak

Het tonpraten komt uit Duitsland, vertelt Rob van Elst, tonprater uit Groesbeek (bij Nijmegen). Zoals veel carnavalsgebruiken draait het de machtsverhoudingen om. "Rond 1800 is het in Keulen begonnen, ten tijde van de Napoleontische overheersing. Als je in de ton stond, kon je alles zeggen. Je was gevrijwaard van represailles," zegt Van Elst.

"Het grijpt terug op de traditie van de nar in de Middeleeuwen." Na de Tweede Wereldoorlog maakte het gebruik de oversteek naar Limburg, en in de jaren zestig begon ook Brabant ermee. De Limburgse buutreedner Pierre Cnoops haalde in die tijd regelmatig de landelijke tv.

Tonpraters nemen van oudsher vaak de plaatselijke notabelen op de hak, vertelt Van Elst. "Personen die zich verheven voelen boven de maatschappij worden op hun nummer gezet." Maar steeds vaker toeren tonpraters ook buiten hun eigen regio. Daarmee worden de grappen algemener: in plaats van over de burgemeester, de wethouder of de slager gaan ze over Frans Bauer of Yolanthe Cabau.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden