Onfatsoen samenleving is in de advocatuur gekomen

Aanzien en kwaliteit van Nederlandse advocaten zijn de laatste jaren achteruit gehold. Laat advocaten zelf onderzoeken aan welke eisen zij moeten voldoen.

Niet lang geleden was het beroep van advocaat een officium nobile, waarin weliswaar het belang van de cliënt centraal stond en ook grenzen werden afgetast, doch de manier waarop dat geschiedde leidde nauwelijks tot discussie of kritiek. De advocatuur was een bastion van kwaliteit en deskundigheid waarop men kon bouwen.

Dat is inmiddels aanzienlijk veranderd, omdat uit enkele onderzoeken van de Orde van Advocaten is gebleken dat de Nederlander op onderdelen een negatief beeld van een advocaat heeft gekregen. Men ziet hem onder meer als iemand die agressief is, nodeloos schoffeert, geen distantie in acht neemt, niet te vertrouwen is, uit is op eigen gewin en media-aandacht, niet onafhankelijk is en te zeer de spreekbuis van zijn cliënt, nodeloos procedeert en niet schikkingsbereid is.

Voorts maakte het Amsterdamse gerechtshof het via de zaak die Bram Moszkowicz aanspande tegen Jort Kelder mogelijk dat een advocaat straffeloos ’een beroepsleugenaar die zwart geld aanneemt’ kan worden genoemd. Het hof stelde verder vast dat strafrechtadvocaten geregeld ’de waarheidsvinding achterstellen bij het dienen van het belang van hun cliënt’. Ook schort het in zijn algemeenheid aan de onderlinge verhouding tussen advocaten. Veel dekens van plaatselijke orden klagen er namelijk over dat advocaten daarbij niet de welwillendheid in acht nemen die hun gedragscode voorschrijft. Dit alles is onthutsend en wijst op een aantasting van het imago van advocaat.

Het proces dat hiertoe heeft geleid, heeft zich onder de ogen van de Orde van Advocaten afgespeeld. Pas in 2006 kwam zij tot het inzicht dat er wat aan de hand was en dat zij een weg terug moest inslaan. Over de wijze waarop beraadt de orde zich.

Als oorzaak van een en ander zien wij het toenemende onfatsoen van onze samenleving, dat zich ook in de advocatuur heeft genesteld. Hierbij kan de vrije marktwerking een tweede oorzaak zijn. Op verzoek van de Tweede Kamer heeft de minister van justitie in 2005 een breed samengestelde Commissie Advocatuur ingesteld, met de opdracht om een diepgaande analyse te maken van de rol en de positie van de advocaat in de rechtsorde. Men zou daarbij speciale aandacht moeten geven aan ’de borging van de integriteit en kwaliteit’.

De commissie heeft een verdienstelijk rapport afgescheiden doch heeft zich niet afgevraagd hoe de Nederlander – of ook de rechter en de officier van justitie – over de advocatuur denkt. De hierboven genoemde kwalificaties heeft zij niet in haar beschouwingen betrokken. Dat is een gemiste kans. Ook de kabinetsreactie van oktober 2006 doet dat niet. Het beschrijft alleen hoogwaardige algemene beginselen zoals ’de advocaat moet zich voortdurend rekenschap geven van een goede rechtsbedeling’. Dat zijn fraaie teksten waarbij echter concrete invulling ontbreekt.

De oplossing die de commissie vervolgens aangedraagt is om de kernwaarden van de advocatuur – zoals integriteit, partijdigheid, onafhankelijkheid en publieke verantwoordelijkheid – in de Advocatenwet op te nemen. De Orde van Advocaten kan hierover dan via verordeningen, regels uitvaardigen. Het is echter de vraag of deze theoretische en repressieve weg soelaas biedt. Advocaten zijn er niet naar om zich in regels te laten vangen. Wij pleiten daarom voor een preventieve benadering.

De VVD-fractie heeft onlangs aan de minister gevraagd om een aanvullende opdracht aan de commissie te verstrekken om de kernwaarden – en met name het spanningsveld daartussen – concreet in te vullen. De minister leek onvoldoende van deze uitkomsten en van de ernst daarvan op de hoogte te zijn en heeft dit verzoek afgewezen. Dat gold ook voor de andere partijen, hoewel zij wel hun verontrusting uitspraken over het imago van de advocatuur.

Een oplossing die ons voor ogen staat is een onderzoek onder advocaten naar hun opvattingen over deze kernwaarden en naar hun juridische en morele kwaliteiten. We moeten vragen wat de begrippen ’publieke verantwoordelijkheid’ en ’een goede rechtsbedeling’ in de huidige tijd zouden moeten inhouden. Daaruit zullen aanbevelingen voortkomen die tot nadere overweging, discussie en acties zullen leiden. De advocatuur zal daardoor een weg terug kunnen inslaan en hopelijk weer het bastion van kwaliteit en deskundigheid worden dat zij zou moeten zijn, maar nu als geheel niet is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden