Onduidelijkheid blijft Nooit nagegaan of omstreden werkmethode IRT vaker is gebruikt

Van een onzer verslaggevers UTRECHT - Binnen het Interregionaal rechercheteam (IRT) Noord-Holland/Utrecht is nooit officieel onderzocht of de omstreden 'werkmethodiek' die in elk geval in een onderzoek is toegepast, ook is gebruikt tegen andere criminele organisaties waar het IRT jacht op maakte.

Dat heeft ex-leider van het IRT J. van Kastel gisteren verklaard tegen de Utrechtse rechtbank, waar hij als getuige was opgeroepen in een strafzaak tegen een grote hasjbende. Ook procureur-generaal mr. R. B. C. graaf van Randwijck moest als getuige voor de rechtbank verschijnen. Van Randwijck was formeel eindverantwoordelijk voor het inmiddels ontbonden IRT.

De bende waarvan gisteren vijf leden voor de rechter moesten verschijnen, werd in mei vorig jaar opgerold na een IRT-onderzoek van anderhalf jaar. De vijf verdachten hebben volgens de justitie miljoenen guldens verdiend met hasjsmokkel vanuit Marokko. Het witwassen van de opbrengsten gebeurde door in Utrecht een netwerk van horecagelegenheden op te kopen die als dekmantel dienden.

De advocaten van de vijf verdachten eisen dat de rechtbank tot op de bodem uitzoekt of de omstreden opsporingsmethode ook een rol heeft gespeeld in het onderzoek naar de Utrechtse bende. Als de werkmethode inderdaad tegen de hasjhandelaren is gebruikt, is de kans groot dat de zaak stukloopt op onrechtmatig verkregen bewijs. De advocaten grijpen met die wetenschap in het achterhoofd elke gelegenheid aan om twijfel te zaaien over de kans dat het Utrechtse IRTonderzoek 'besmet' is.

De rechtbank heeft de advocaten toestemming gegeven om een aantal voormalige IRT-leiders over de kwestie te ondervragen. Dat leidde gisteren tot de verklaring van ex-IRT chef Van Kastel dat hij na ontdekking van de onregelmatigheden verder nooit heeft nagezocht of deze ook in andere zaken is gebruikt.

Zoiets geeft de advocaten alleen maar nieuwe munitie voor hun stelling dat dus niet uitgesloten kan worden dat dit het geval is geweest, ook al ontkennen andere voormalige IRT'ers nog zo stellig dat de omstreden methode maar in een onderzoek is gebruikt.

Niet bekend

De rechtbank blijkt zeer geinteresseerd in het rapport dat Van Kastel in november schreef over de onregelmatigheden binnen het IRT. Dat rapport was destijds reden voor groot alarm en leidde later tot de definitieve ontbinding van het IRT. De advocaten van de vijf verdachten willen dat het rapport op tafel komt omdat alleen zo een eind komt aan alle onduidelijkheden. De rechter wees dat verzoek “op dit moment” af. President mr. Clarenbeek liet duidelijk merken dat hij op een later moment misschien wel het rapport gaat opeisen.

De rechtbank wil in de Utrechtse zaak opnieuw de ex-IRT-chef Lith horen, die tot 1 juli 1993 leiding gaf aan het team. De Utrechtse commissaris moest vorige week ook al als getuige verschijnen, en verklaarde toen stellig dat de gewraakte methode in het onderzoek tegen de Utrechtse hasjbende niet is gebruikt. Maar Liths opvolger, Van Kastel, zegt dat de Utrechtse commissaris dit hooguit kan raden, niet zeker kan weten. Van Kastel heeft zijn voorganger nooit gemeld over welke IRT-actie hij precies zo kwaad geworden is dat hij het rapport schreef.

Procureur-generaal mr. Van Randwijck vertelde de rechtbank gisteren als getuige dat hij niet weet of in de Utrechtse zaak de omstreden IRT-methode is gebruikt. “Ik ben verantwoordelijk voor het criminele beleid, ik hou me niet bezig met details”, sprak de hoogste opsporingsambtenaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden