Onderzoekscommissie brongebruik: 'We kregen vanaf begin carte blanche'

Het rapport van de Onderzoekscommissie brongebruik Trouw. Vlnr. Egbert Myjer, Jeroen Smit en Bert Kreemers.Beeld Patrick Post

Ongeloof dat een journalist op eigen gezag gefingeerde namen gebruikt en opvoert als bron voor zijn artikelen. Jeroen Smit, hoogleraar journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen en lid van de Onderzoekscommissie brongebruik Trouw, begrijpt de aanvankelijke reactie van Trouw-redacteuren op verdenkingen van Perdiep Ramesar. "De cultuur van de Trouw-redactie is er één van groot onderling vertrouwen.”

Terugkijkend is het misschien wel makkelijk praten. Voormalig journalist Smit: "Het is toch een koe in de kont kijken. Ik weet niet of ikzelf als collega-journalist of als chef dit onwaardige journalistieke gedrag eerder zou hebben herkend.”

Naast Smit namen Egbert Myjer, emeritus bijzonder hoogleraar rechten van de mens, en Bert Kreemers, die eerder betrokken was bij onderzoeken naar seksueel misbruik in de rooms-katholieke kerk en de nationalisatie van SNS Reaal, op verzoek van de Trouw-hoofdredactie zitting in de onderzoekscommissie.

De commissieleden spraken de afgelopen weken, zowel schriftelijk als mondeling, met 35 Trouw-redacteuren. Daaruit volgden twaalf artikelen van de hand van Ramesar die de onderzoekscommissie tegen het licht hield. De conclusie in de woorden van de commissie: Perdiep Ramesar pleegde een journalistieke doodzonde door gefingeerde namen te gebruiken. Daarmee zeggen de commissieleden niet dat ook zijn verhalen per definitie onwaar zijn. Dat valt niet te controleren.

Hoe groot is dit? In andere media werd al gesproken over de grootste fraude in de Nederlandse journalistiek.

Smit: "Ik vind het groot, maar de grootste fraude in de Nederlandse journalistiek klinkt zo definitief. Dan zou je ook moeten kijken naar de impact van zijn verhalen. Dat artikel over de 'sharia-driehoek', wat heeft dat bijvoorbeeld in de samenleving losgemaakt? Dat vraagt om een heel ander onderzoek dan wij hebben gedaan."

Myjer: "Als je spreekt over omvang, dan constateren we dit: over een periode van 5,5 jaar hebben wij niet-traceerbare bronnen gevonden in zijn artikelen. Ieder jaar pleegde Ramesar wel een journalistieke doodzonde. Naast de twaalf casussen die we hebben onderzocht, zijn er ook artikelen waarin hij anonieme bronnen heeft gebruikt. Die kunnen wij niet nagaan. De enige die daar opheldering over kan geven, de auteur van het stuk zelf, heeft daar geen antwoord op gegeven.”

Ramesar heeft niet meegewerkt aan het onderzoek. Hoeveel effect had dat op het rapport?

Myjer: "Hoe vind je niet-traceerbare bronnen? Als er namen in een artikel zijn gefingeerd, betekent dat nog niet dat een persoon niet bestaat. Er is maar één persoon die daar duidelijkheid over kan geven. Veel van de casussen die we hebben onderzocht, schreeuwen om zijn verklaring.”

Smit: "Het is onbevredigend dat Ramesar niet heeft willen meewerken. Laat ik benadrukken dat we alles op alles hebben gezet om zijn kant van het verhaal te horen. We hebben hem daarvoor zes kansen gegeven, we hebben een lijst met 94 schriftelijke vragen naar hem gestuurd. Eén keer spraken we hem informeel. Maar zodra het gesprek inhoudelijk werd, werd het afgekapt door Ramesars advocaat.”

Wanneer in het onderzoek kwam het punt dat u dacht: hier zit iets goed fout?

Smit: "Als je een paar uur lang de namen uit Ramesars artikelen googelt, is dat onthutsend. Meestal waren de enige resultaten verwijzingen naar het Trouw-artikel. Dan ga je je toch heel hard zorgen maken."

Wat is de rol van de cultuur op de redactie geweest? U zegt dat er te weinig controle was.

Myjer: "Verantwoordelijk is er maar één: de redacteur zelf. Er zijn honderd andere journalisten geweest die in dezelfde cultuur hebben gewerkt, maar die het niet gedaan hebben."

Smit: "De cultuur zorgde wel voor context waarin zijn gedrag kon floreren. Het controlemechanisme werkte niet goed, er is onvoldoende aandacht geweest voor het primaire journalistieke proces. Signalen over zorgen binnen de redactie die doorkwamen bij de hoofdredactie zijn niet goed opgepakt. Ramesar was gretig in zijn aanbod om verhalen op te pakken, en die verhalen werden met evenveel gretigheid door zijn leidinggevenden gevraagd. Er was enthousiasme op de redactie dat de krant een man op de straat had die over lastige onderwerpen schreef.”

Was de werkdruk te groot?

Smit: "Trouw heeft een kleine redactie vergeleken met de andere kwaliteitskranten, maar wil wel de competitie daarmee aangaan. Dat vraagt om een enorme inspanning. Daarbij komt dat er de afgelopen jaren veel reorganisaties zijn geweest. Maar werkdruk mag voor een journalist van een kwaliteitskrant nooit een excuus zijn om regels voor waarheidsgetrouwe berichtgeving te overtreden. Je maakt immers een kwaliteitskrant".

Twee leden van de huidige hoofdredactie hebben intensief te maken gehad met Ramesar. Hoofdredacteur Cees van der Laan als zijn voormalig chef en adjunct-hoofdredacteur Martijn Roessingh, die intensief met hem heeft samengewerkt. Vindt de commissie dat zij consequenties aan dit onderzoek moeten verbinden?

Myjer: "Het is niet aan deze commissie om daar uitspraken over te doen. Maar laat ik benadrukken dat ik bewondering heb voor de manier waarop de hoofdredactie heeft gehandeld. Wij hebben voor het onderzoek vanaf het eerste moment carte blanche gehad, ook als de resultaten pijnlijk voor hen zouden zijn.”

Hoe nu verder?

Smit: "Ga met de Trouw-lezers in gesprek. De relatie tussen lezer en krant is gebaseerd op vertrouwen en dat moet zo snel mogelijk worden hersteld.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden