Onderzoek toont bijbels aspect van manicheïsme steeds overtuigender aan

Van onze kerkredactie NIJMEGEN - Uit spectaculaire opgravingen blijkt steeds duidelijker dat de officiële katholieke kerk in de eerste eeuwen na Christus nog een andere, 'gnostische' wereldkerk naast zich heeft moeten dulden.

Gnostisch christendom was dus geen onbelangrijke ketterij, maar een hoofdstroom in het vroege christendom, naar zijn stichter Mani het manicheïsme genoemd. De Pers Mani (216-276) kwam uit een commune van dopers in Zuid-Babylonië - wetsbetrachtende joden die Jezus als de Messias aanvaardden. Uit onderzoek van de vele gevonden manichese teksten kan worden opgemaakt hoe groot de rol van de bijbel was in deze oude wereldkerk.

De Utrechtse kerkhistoricus dr. J. van Oort vertelde gisteren op een congres over 'De bijbel in het vroege christendom' dat het wetenschappelijk onderzoek naar het manicheïsme in de loop van de jaren steeds meer het bijbelse aspect van deze religie op het spoor is gekomen. De eerste manichese vondst van deze eeuw, in de oase van Turfan (Centraal-Azië), leverde vele authentieke teksten op in diverse oosterse talen en dialecten. In deze teksten werd veelvuldig over Jezus gesproken. Ook kwamen er citaten in voor uit de brieven van Paulus, uit de kanonieke evangeliën en uit andere evangeliën, zoals die van Petrus, Thomas en Filippus.

De ontdekking in 1930 van koptische manichese teksten bij Medinet Madi in Egypte versterkte het bijbelse aspect van het manicheïsme volgens Van Oort nog meer. De daar gevonden manichese 'Psalter' bevat gnostisch-manichese psalmen en hymnen, vol bijbelse citaten en overeenkomsten. “Deze koptische manichese teksten zijn door diverse godsdiensthistorici decennia lang weinig serieus genomen. Ze kwamen immers uit het christelijke Egypte van midden vierde eeuw en vandáár dat christelijke karakter.” Dit standpunt wordt, aldus de kerkhistoricus, nu vrijwel niet meer verdedigd. Dat is volgens hem ook bijna onmogelijk, aangezien voortgaande vondsten in Oost en West sindsdien het christelijk-gnostische karakter van het manicheïsme hebben onderstreept.

Van groot belang in dit verband is de ontdekking van de Keulse Mani-Codex, afkomstig uit Egypte en daterend uit circa 400. Het werk bevat uittreksels uit nagelaten getuigenissen van Mani's directe discipelen, waarvan een compilator één werk heeft gemaakt. Het gaat vooral om uitspraken van Mani zelf. In de Keulse Codex zijn onder andere tot nu toe grotendeels onbekende citaten te vinden uit Mani's Levende of Grote Evangelie, dat in deze codex 'het Evangelie van zijn (= Mani's) heiligste hoop' wordt genoemd.

Het begin van dit Evangelie luidt: 'Ik, Mani, apostel van Jezus Christus door de wil van God de Vader der waarheid'. “Dat Mani zichzelf beschouwde als apostel van Jezus Christus was allang bekend, bijvoorbeeld uit de werken van Augustinus en vanuit het verre Turfan, maar door de Keulse Mani-Codex is dat nu op indrukwekkende wijze bevestigd”, vindt Van Oort. “Mani wist zich, zo blijkt nu ten volle, imitator Pauli.”

Verder is door diverse onderzoekers aangetoond dat er veel parallellen zijn tussen de teksten van de Keulse Mani-Codex en joodse - zowel rabbijnse als apocalyptische als ook in Qumran gevonden geschriften. “De Keulse Mani-Codex is zo een bijzonder exempel van het voorkomen van Nieuw-Testamentisch, joods en joods-apocrief materiaal in manichese kring”, stelde Van Oort. Om daaraan nog toe te voegen dat “de nieuwste ontdekkingen die in de oase van el-Dachleh, circa 900 kilometer zuid-zuidwest van Cairo, de belangrijke plaats van het bijbels-christelijke element in het manicheïsme op indrukwekkende wijze bevestigen”.

Van Oort illustreerde zijn lezing onder andere met de tekst van een psalm, uit het in 1930 gevonden manichese Psalmboek. Hij noemde de psalm, waarin Jezus Maria Magdalena aanspreekt en deze hem antwoordt, het wellicht oudste voorbeeld van een christelijk paasspel en tevens volkomen gnostisch. De psalm begint zo: Maria, Maria,/ ken mij, (maar) raak mij niet aan./ Stil de tranen van je ogen/ en ken mij, want ik ben je meester. Van Oort: “Het kennen ontvangt nadruk. Jezus is de meester. Maria is zijn leerling. Het kennen van de Opgestane heeft voor Maria verlossende werking: dat kennen of erkennen is meer dan slechts herkennen. . . Maria Magdalena is hier, in een psalm die dateert uit circa 275-300, voorbeeld van een gelovige die de gnosis ontvangt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden