Onderzoek stralingsexperimenten Amerika's eigen doos van Pandora

De Amerikaanse minister van energiezaken heeft met haar onderzoek naar en openbaren van de geheime stralingsexperimenten een doos van Pandora geopend. Hazel O'Leary staat daarbij wellicht ook belangen van haar ministerie voor ogen. Maar tegelijkertijd effent zij de weg voor claims van duizenden slachtoffers. Indertijd waren de experimenten gerechtvaardigd: 'het communistische gevaar lag op de loer'.

SHIRAH LACHMANN

Deze aanbevelingen uit het voorlopige rapport van de Adviescommissie Stralingsexperimenten op Mensen (ACHRE) kunnen Washington de komende jaren zwaar op kosten jagen. De eerste claims zijn al ingediend.

Dat Amerikaanse wetenschappers stralingsexperimenten deden die op zijn zachtst gezegd omstreden waren, is al langer bekend. Alleen werd tot voor twee jaar nauwelijks actie ondernomen. In 1986 bijvoorbeeld onderzocht een commissie van het Congres op verzoek van de Democratische afgevaardigde Edward J. Markey 31 van dergelijke projecten. Het rapport over dit onderzoek verdween in een la en kwam daar pas zeven jaar later uit.

De doos van Pandora gaat pas open op 7 december 1993. Hazel O'Leary, minister van energiezaken, kondigt aan alsnog gehoor te zullen geven aan het inmiddels zeven jaar oude verzoek van het Congres om een uitgebreider onderzoek naar de stralingsexperimenten op mensen door het ministerie van energie (DOE) en diens voorganger, de Commissie voor Atoomenergie (AEC).

Haar ministerie was in mei al begonnen allerlei documenten over stralingsexperimenten vrij te geven die tot dan toe als geheim waren bestempeld. Het project komt in een stroomversnelling als het ministerie verneemt dat de Albuquerque Tribune in New Mexico een serie artikelen gaat publiceren over een experiment in de jaren veertig waarbij mensen injecties met plutonium kregen toegediend.

In januari 1994 stelt de regering-Clinton de adviescommissie in. Zij krijgt het mandaat alle overheidsinstellingen - waaronder het Pentagon, de CIA, de Nationale Veiligheidsraad en het ministerie van gezondheidszorg - door te lichten voor informatie over stralingsexperimenten op mensen in de periode 1944-1974. Nadien stelde Washington uitgebreide richtlijnen op voor het gebruik van mensen bij wetenschappelijke experimenten.

In oktober 1994 komt de commissie met een tussenbalans. Zij heeft dan zo'n 1 400 projecten geïnventariseerd. Meer dan 23 000 Amerikanen blijken tijdens experimenten die deels werden gefinancierd door overheidsinstanties, te zijn blootgesteld aan straling. Inmiddels is daar ook een onderzoek bijgekomen naar de behandeling van oorinfecties met radium bij ten minste 1 300 kinderen en volwassenen. In totaal onderzoekt de commissie 4 000 projecten.

Het grootste probleem voor de regering-Clinton is niet zozeer de blootstelling aan radioactieve stoffen. De adviescommissie is namelijk tot de conclusie gekomen dat de stralingsdoses bij de meeste experimenten zo laag waren dat er waarschijnlijk geen lichamelijke of geestelijke schade is opgetreden. Veel ernstiger is dat de meeste slachtoffers ofwel niet om toestemming werd gevraagd, ofwel die toestemming verleenden op basis van beperkte voorlichting. Advocaten scherpen nu hun messen om financiële genoegdoening te behalen voor de geschonden rechten van hun cliënten.

Wat heeft Hazel O'Leary bewogen zoveel - mogelijk zeer dure - openheid te betrachten? Betrokkenheid met de slachtoffers en verontwaardiging spelen een rol. Zoveel hebben haar contacten met slachtoffers wel duidelijk gemaakt. Maar de New York Times suggereerde ook een verborgen doel. Haar ministerie heeft het vertrouwen van de Amerikanen nodig. Alleen dan maken omstreden plannen als de aanleg van een nieuw terrein voor de opslag van nucleair afval in Texas kans te worden aangenomen. O'Leary bouwt krediet op door de hand zo diep in eigen boezem te steken.

Het Republikeinse kamp volgt O'Leary's activiteiten met argusogen. Bezuinigingsspecialisten beramen plannen om haar ministerie te ontmantelen. De Republikeinen vinden het maar niets dat deze onafhankelijke vrouw beslist over zaken als nucleaire schoonmaakoperaties. Die taak kan volgens hen veel beter worden uitgevoerd door defensie. O'Leary maakt zich op voor het gevecht en heeft haar eigen bezuinigingsplannen opgesteld.

Van een aantal stralingsexperimenten is de documentatie inmiddels openbaar gemaakt. Zo kregen op de Fernald staatsschool in Waltham, Massachusetts 62 zwakbegaafde tieners zonder hun toestemming pap met radioactieve ijzer- of kalkisotopen te eten. In staatsgevangenissen in de staten Oregon en Washington werden de zaadballen van 131 gevangenen zonder hun toestemming bestraald om te onderzoeken wat dat voor effect dat had op hun vruchtbaarheid. En in een prenatale kliniek van de Vanderbilt Universiteit in Nashville, Tennessee kregen meer dan 800 vrouwen vitaminencocktails met een radioactieve ijzerisotoop. Zeker één vrouw had daarvoor geen toestemming verleend. De adviescommissie vond tijdens haar onderzoek documenten waaruit blijkt dat militaire functionarissen de ethische implicaties van deze projecten al in 1947 bespraken. Er werden beleidsnormen opgesteld om de deelnemers aan de experimenten te beschermen. Maar de normen bleven vaak geheim en werden niet dwingend opgelegd.

In 1951 spitste de discussie zich toe op de vraag of een serie geplande bovengrondse kernproeven in de Nevadawoestijn niet schadelijk waren voor de bevolking in de omgeving. De conclusie was: waarschijnlijk wel, maar men besloot de proeven door te zetten. Ook al was er een veiliger proefgebied op het eiland Amchitka voor de kust van Alaska.

Grofweg zijn er drie categorieën nucleaire experimenten. Bij bovengrondse kernproeven liepen vooral onderzoekers, militair personeel en bewoners uit de omgeving van het testgebied risico. De gevaren van radioactieve neerslag werden onderkend, maar genegeerd. Daarnaast brachten onderzoekers bij een aantal experimenten doelbewust radioactieve stoffen in de atmosfeer om na te gaan hoe deze stoffen zich zouden gedragen. Ten slotte waren er projecten waarbij personen middels injecties of voeding radioactieve stoffen kregen toegediend, of werden bestraald.

Defensie achtte indertijd de kernproeven noodzakelijk om voorsprong te houden op de vijand. De Koude Oorlog was in volle gang en de Cuba-crisis in 1962 toonde aan dat het communistische nucleaire gevaar in Amerika's 'achtertuin' op de loer lag. Maar ook een groot deel van de andere experimenten vloeide voort uit de behoefte van het militaire establishment aan gegevens over de wijze waarop een mens lichamelijk en geestelijk reageert op straling. Dè vraag luidde: kon Amerika zich nog verdedigen?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden