Onderzoek prikt clichébeeld over Amerikaanse kunst in Nederland

Bloed, zweet en tranen heeft het onderzoek gekost. ,,Het was alsof we informatie moesten verzamelen over alle inwoners van een onbekend dorp, van wie vervolgens ook nog een pasfoto moest worden gemaakt.” Zo omschrijft Meta Knol, conservator moderne en hedendaagse kunst van het Centraal Museum in Utrecht de moeizame totstandkoming van US in NL.

door Henny de Lange

Deze publicatie, bestaand uit een boek en een cd-rom geeft een overzicht van de Amerikaanse kunst van na 1945 die zich in de collectie van Nederlandse musea bevindt. Negen Nederlandse musea namen deel aan deze inventarisatie, die bijna acht jaar heeft geduurd.. Hiermee is voor het eerst, wat betreft de moderne kunst, een deelverzameling van de Collectie Nederland structureel onderzocht en in kaart gebracht. Begin volgend jaar volgt ook een tentoonstelling over het onderwerp in het Centraal Museum in Utrecht.

Tessa van der Waals maakte het ontwerp voor het met de kleuren rood, blauw en wit getooide boek. Knol: ,,Ik wilde geen stars and stripes maar wel een subtiele verwijzing naar de Amerikaanse vlag.” De inventarisatie is niet honderd procent compleet, maar er is wel sprake van een hele grote dekking, zegt Knol, die leider was van het project. Op de cd-rom staan 2611 kunstwerken omschreven, waarvan 1000 met afbeelding. Ook is bij elk werk vermeld in welk museum het zich bevindt.

Waarom zo’n grondige inventarisatie van de Amerikaanse kunst in Nederlandse musea?

Meta Knol: ,,In 1997 hebben negen Nederlandse musea met een belangrijke collectie Amerikaanse kunst de handen ineengeslagen op iniatief van de Onderzoekschool Kunstgeschiedenis. Oorspronkelijk was het de bedoeling om alle kunst uit de VS in Nederlands museumbezit te catalogiseren, maar al snel was duidelijk dat er keuzes moesten worden gemaakt. We besloten om alleen kunst van na 1945 op te nemen, omdat Amerika zich toen pas nadrukkelijk begon te manifesteren in de internationale kunstwereld en een belangrijke impuls heeft gegeven aan de Europese kunst. Amerikaanse kunst van oudere datum is hier ook maar mondjesmaat aanwezig.”

Tot 1945 was Europa het ijkpunt voor Amerikaanse kunstenaars. Ruud Schenk, auteur van het boek, beschrijft dat voor Amerikaanse kunstenaars Europa gedurende meer dan een eeuw het beloofde land is geweest. Amerikanen die kunstenaar wilden worden, moesten voor een behoorlijke opleiding eerst naar Frankrijk en Engeland, en dan was het nog maar de vraag of ze daarna in eigen land gewaardeerd zouden worden. De beeldende kunst stond in het puriteinse, hardwerkende Amerika nauwelijks in aanzien. Voor de elite die zich in de loop van de negentiende eeuw wel voor schilderkunst begon te interesseren, was de Europese kunst de norm. Rijke industriëlen kochten liever Franse impressionisten dan hun Amerikaanse tijdgenoten. Pas na de Tweede Wereldoorlog kreeg een kleine voorhoede in New York eindelijk echt het gevoel, aldus Schenk, dat ze zich, met het abstract-impressionisme van schilders als Jackson Pollock, Willem de Kooning, Mark Rothko en Barnett Newman definitief aan de invloed van hun Europese voorgangers had ontworsteld.

Welke museumdirecteuren hebben ervoor gezorgd dat de Amerikaanse kunst zo goed in Nederlandse musea is vertegenwoordigd?

Knol: ,,Edy de Wilde, Jean Leerling en Wim Beeren hebben vooral in de jaren zestig en zeventig veel topstukken verworven. Leerling haalde Bruce Nauman naar het Van Abbe Museum, Beeren richtte zich op de minimal en land art. Samen met De Wilde, die eerst directeur was van het Van Abbe, later van het Stedelijk Museum, hebben zij de toon gezet voor wat wij nu als het embleem van de Amerikaanse kunst beschouwen.”

Heeft het onderzoek nog aardige ontdekkingen opgeleverd?

Knol: ,,Het Stedelijk Museum bleek in het bezit van een hele mooie collectie vroege videokunst. Prachtige filmpjes zitten daarbij van Richard Serra, wat niet echt bekend was. Daar moeten ze echt iets mee gaan doen.”

Is deze publicatie interessant voor een breed publiek?

Knol: ,,Het is een populair-wetenschappelijk boek. We krijgen nu al van universiteiten de vraag of ze het kunnen gebruiken, niet alleen voor kunstgeschiedenis maar ook voor Amerikanistiek. Het aardige ervan is ook dat het een aantal clichébeelden over Amerikaanse kunst doorprikt. En door die cd-rom wordt het allemaal nog toegankelijker.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden