Onderzoek naar islam: veel lof maar geen geld

Het instituut ISIM onderzocht vanaf 1998 de moslimwereld vanuit vele invalshoeken. Toch dreigt er, ondanks een prachtige evaluatie, sluiting. OCW betaalt niet meer.

Op alle vakken een tien maar geen diploma. Dat lot hangt ISIM boven het hoofd, het in Leiden gevestigde Instituut voor islamitische studies in de moderne wereld.

De minister van OCW wilde een evaluatie over de periode 2002-2007. Op alle punten kreeg ISIM de hoogst mogelijke beoordeling. Toch staat het voortbestaan van het in 1998 opgerichte instituut op de tocht. Het ministerie van OCW en de vier bij het instituut betrokken universiteiten (Utrecht, Amsterdam (UvA), Leiden en Nijmegen) kunnen het moeilijk eens worden over de basisfinanciering van 1,8 miljoen euro.

In het jaar van oprichting was er weinig reden voor twijfel over het belang van ISIM. Bin Laden gaf in 1998 zijn visitekaartje af met moorddadige aanslagen in Nairobi en Dar es Salaam, een voorproefje van New York 2001. In Nederland kwam de discussie over integratie van moslimmigranten op stoom. Kennis van de moslimcultuur was niet langer een liefhebberij maar een strategische noodzaak. De bundeling van krachten kwam als geroepen.

Hoogleraar Annelies Moors, antropologe en namens de UvA verbonden aan ISIM, legt het verschil uit tussen het werk van islamologen en van ISIM: „We zijn geen concurrenten. Islamologen bestuderen de islam, wij de moslims.”

ISIM werkt interdisciplinair. De invalshoek is sociaal-wetenschappelijk, met uitlopers naar bijvoorbeeld politicologie en ook godsdienstwetenschap. Bij godsdienst gaat het bij ISIM niet om theologie maar om de positie van de islam in de samenleving en de schommelingen daarin. Hetzelfde geldt voor literatuur en kunst, ook daarbij is de positie van die verschijnselen in de moslimsamenlevingen het onderwerp van studie.

Het geheel moest meer worden dan de som der delen. Op de vier universiteiten waren er ook vóór ISIM al wetenschappers bezig met vergelijkbare onderwerpen. Tot de toegevoegde waarde van ISIM behoort de internationale uitstraling.

Het instituut trekt vanuit het buitenland fellows aan, die bij ISIM onderzoek verrichten. Ook organiseert het instituut seminars, in binnenland en buitenland.

De bedoeling is dat er netwerken ontstaan tussen Nederlandse wetenschappers en buitenlandse collega’s, zowel uit de moslimwereld alsook uit westerse landen.

ISIM geeft een magazine uit, met artikelen over de bestudeerde onderwerpen die inderdaad een grote verscheidenheid laten zien. De artikelen zijn gemakkelijk te vinden op internet.

Geestig is een verhaal over een Braziliaanse soap met moslims in kwalijke, stereotiepe hoofdrollen. De soap is een doorslaand succes in de jonge moslimrepubliek Kirgizië.

Verder artikelen over moslims in India (een minderheid maar wel een van 140 miljoen mensen), soefisme in Zuid-Afrika, reparatie van maagdenvlies via internet, bekeerlingen in Denemarken, de sluiting na 300 jaar van het oriëntalistische antiquariaat Brill in Leiden, Al-Kaida, de dilemma’s van de liberale islam, de positie van de moskee in Europa, moslims in Europese media of Hezbollah.

Wanneer je de verhalen snel achter elkaar leest dan blijft er toch heel wat informatie hangen over allerlei nieuwe trends in de moslimwereld. Een deel van die kennis kan zo maar opeens acuut belangrijk worden, zelfs voor een zwaarwichtig onderwerp als terreurbestrijding.

ISIM zorgt voor achtergrondinformatie, geeft wel eens voorlichting op ministeries maar staat niet voorop bij elke mediahype over een moslimonderwerp. Nadeel daarvan is gebrek aan publiciteit. Voordeel is dat het instituut zich kan concentreren op zijn kerntaken, het opbouwen van gedegen kennis over de moslimwereld.

Het belang daarvan is sinds 1998 alleen maar toegenomen. In 2001 sloeg Bin Laden toe in New York, in Nederland was er de Fortuynbeweging, Hirsi Ali kwam en ging, cineast Theo van Gogh werd vermoord en Wilders bracht een filmpje uit. ISIM deed het in die periode goed. Waarom dan toch die financiële onzekerheid over het voortbestaan van een instituut dat de ontwikkelingen in de moslimwereld in de gaten houdt? In een tijd waarin Nederland enorme bedragen uitgeeft aan terreurbestrijding?

Moors: „We zijn naïef geweest. We dachten dat als je het goed doet, je kunt doorgaan. Bij een slechte evaluatie hadden we ermee kunnen leven dat we zouden moeten sluiten. Maar nu niet. Het kan te maken hebben met een veranderde cultuur in de academische wereld. De nadruk ligt niet op samenwerking maar juist op concurrentie tussen de verschillende universiteiten. Misschien is dat bij grote vakgroepen wel gunstig maar bij de kleine werkt het niet. Je hebt een kritische massa van een minimum aantal mensen nodig. Bij ISIM hebben we die, wij hebben onze internationale contacten en wij hebben een reputatie opgebouwd.” Veel van dat alles dreigt verloren te gaan als ISIM verdwijnt. De afzonderlijke universiteiten zullen niet, bij elkaar opgeteld, dezelfde resultaten boeken als ISIM nu, is de overtuiging van Moors: „De kritische massa is er dan niet meer. En dan te bedenken dat het buitenland probeert ISIM juist te kopiëren.”

Door de financiële onzekerheid kon ISIM de afgelopen twee jaren geen promotiebeurzen meer geven. Voorlopig zijn alleen fellows voor een periode van drie maanden nog welkom.

Heeft een instituut als ISIM niet een te grote strategische waarde dan dat het afhankelijk moet zijn van gesteggel tussen universiteiten en een ministerie? De Kamerleden Besselink en Dijsselbloem (beiden PvdA) willen in Kamervragen weten of de samenwerking tussen de universiteiten voorwaarde is voor voortzetting van ISIM.

OCW wijst op in 1998 gemaakte afspraken. Daarin stond dat ISIM tien jaar lang negenhonderdduizend euro per jaar zou krijgen. Er is nog een overbruggingsfinanciering van een half miljoen geregeld. In afwachting van de beantwoording van de Kamervragen, volgende week, geeft het ministerie geen verder commentaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden