Onderzoek / De kloof gaapt

Meer dan zestig procent van de Nederlanders zegt dat het geruzie in kabinet en kamer het vertrouwen in de politiek heeft geschaad. Maar wat erger is: een bijna even grote groep heeft hierdoor ook minder vertrouwen in de overheid gekregen. Een lidmaatschap van een politieke partij kun je nog altijd opzeggen; met de overheid heb je contract voor het leven.

Ze zijn er nog, de beroepsoptimisten, die na de turbulente gebeurtenissen van de afgelopen maanden en de kabinetscrisis van woensdag hun vertrouwen in de politiek hebben behouden of zelfs hebben versterkt, maar ze zijn met een kaarsje te zoeken. Van de 671 mensen die het onderzoeksbureau Motivaction woensdagavond, na de val van het kabinet-Balkenende, heeft benaderd, zegt zegge en schrijven drie procent dat het vertrouwen is 'versterkt'.

Maar de grote bulk heeft een forse knauw gekregen. De kloof tusen 'de burger' en 'Den Haag' is enorm toegenomen. Van maar liefst 65 procent, twee op de drie ondervraagden, is het vertrouwen in de politiek door de gebeurtenissen van de afgelopen maanden verminderd. (Onder 'gebeurtenissen' verstaat Motivaction zo'n beetje alles wat er zich heeft afgespeeld: opkomst en ondergang van de LPF, de ruzies in de partij, de verkiezingen, de formatie en de breuk van het kabinet.) Bij het restant, 32 procent, is er wat vertrouwen betreft niets veranderd. Eenzelfde verhouding is te vinden bij de vraag of het vertrouwen in de overheid is veranderd. Ook in dit geval antwoordt tweederde (65,7 procent) 'verminderd'. En dat is uiterst zorgelijk, zegt senior-onderzoeker Martijn Lampert van Motivaction. Want die kloof was al ontstellend groot, bleek uit eerder onderzoek voor de commissie-Wallage die voor het kabinet de overheidsvoorlichting in kaart heeft gebracht. Van de politiek kun je je afwenden, door niet te gaan stemmen of geen lid van een politieke partij te worden (waarvoor de overgrote meerderheid van de bevolking al heeft gekozen), van de overheid niet, daar heb je elke dag mee te maken.

De LPF-stemmers onderscheiden zich op dit punt niet of nauwelijks van de rest van de kiezers. Van rond de 62 procent van hen is het vertrouwen in de politiek én in de overheid door de gebeurtenissen van de afgelopen maanden verminderd. En zij hadden al heel weinig vertrouwen, veel minder dan de gemiddelde Nederlander, blijkt uit eerdere onderzoeken van Motivaction. Dat restantje vertrouwen is dus nog verder aangetast. De LPF-stemmers zagen in de partij van de vermoorde Pim Fortuyn een kanaal om hun onvrede te uiten, de gevestigde partijen konden in die behoefte niet voorzien. Maar zij zijn zwaar teleurgesteld.

Bijna de helft van de ondervraagden die op 15 mei LPF heeft gestemd (45 procent), hoopt dat de partij zichzelf opheft, 12,7 procent hoopt dat de club uiteen valt in verschillende partijen (aan die oproep schijnt gehoor gegeven te worden nu na Winny de Jong en Cor Eberhard ook de voormalige voorzitter Harry Wijnschenk uit de fractie is gezet), 42,3 hoopt dat de LPF doorgaat. Motivaction heeft ook gevraagd wat de LPF-kiezers denken dat er gaat gebeuren: een kleine 42 procent verwacht dat de partij verder uiteenvalt, ruim 32 procent dat ze zichzelf opheft en ruwweg een kwart dat de partij doorgaat.

Bij de gemiddelde kiezers is het beeld wat anders. Van hen hoopt ruim driekwart en verwacht iets meer dan een derde dat de LPF verdwijnt. Ruim vijftien procent dat de partij doorgaat, wat zeker niet wil zeggen dat van hen iedereen ook op de LPF gaat stemmen.

En wie is er verantwoordelijk voor de val van het kabinet? Voor de meeste ondervraagden is minister Herman Heinsbroek van economische zaken de kwade genius: 51,6 procent noemt zijn naam. Hij wordt (met 49,3 procent) op de voet gevolgd door zijn grote tegenstrever in het kabinet: partijgenoot Eduard Bomhoff, vice-premier en minister van volksgezondheid. De complete top-5 bestaat trouwens uit LPF'ers (de geënqueteerden mochten meerdere namen invullen), dus over de schuldvraag bestaat nauwelijks verschil van mening. Harry Wijnschenk staat op 3, het kamerlid Ferry Hoogendijk op 4, de kersverse fractievoorzitter Mat Herben op 5. Pas daarna komt premier Balkenende: 16 procent noemt zijn naam; VVD-fractievoorzitter Gerrit Zalm sluit de rij met 10,9 procent.

Van Jan Peter Balkenende wordt verwacht dat hij het beste in staat is 'de actuele problemen in Nederland op te lossen'. Bij deze vraag kregen de ondervraagden acht namen onder ogen. Vlak na de demissionaire premier komt zijn voorganger Wim Kok die volgens de onderzoekers nog steeds wordt gezien als 'de vader des vaderlands'. De vroegere VVD-leider Hans Wiegel staat op 3, net voor de huidige liberale leider Gerrit Zalm. Opvallend is dat de PvdA-burgemeester van Tilburg Johan Stekelenburg veel beter scoort dan het kamerlid Wouter Bos, die zich opgeworpen heeft als kandidaat-fractieleider en -fractievoorzitter. Zijn tegenspeler Klaas de Vries komt op het lijstje overigens niet voor, fractieleider Jeltje van Nieuwenhoven al evenmin. Voor hen kon dus niet gekozen worden, wat de score natuurlijk vertekent. Het vertrouwen in Heinsbroek en Herben is nauwelijks te meten, ook onder de LPF-stemmers is die opmerkelijk laag. Net als de gemiddelde kiezers geven zij de voorkeur aan Balkenende.

De christen-democraat staat nummer twee op een ander interessant lijstje: wie van de volgende politici spreken u als persoon het meest aan? Balkenende moet Jan Marijnissen voor laten gaan, fractievoorzitter en politiek leider van de SP, die zich deze week vreselijk boos maakte over 'het gedonder' in het kabinet. Volgens onderzoeker Martijn Lampert van Motivaction is Marijnissen kennelijk goed in staat de onvrede onder het electoraat te kanaliseren. Na Balkenende komen GroenLinks-leider Paul Rosenmöller, Wim Kok en Gerrit Zalm. Onderaan de lijst zijn relatief veel LPF-politici te vinden; het kamerlid Jim Jansen van Raaij staat op de laatste plaats.

De positie van Balkenende is interessant. Hij blijkt buitengemeen goed te scoren bij twee van de acht groepen in de Nederlandse samenleving die het bureau Motivaction onderscheidt. Dat zijn de zogeheten traditionele burgerij en de moderne burgerij. De eerste groep (plichtsgetrouw, sociaal betrokken, behoefte aan autoriteit, christelijk, gewend naar de publieke omroepen te kijken) is geen verrassing, daar is het CDA altijd al populair. Maar dat Balkenende het bij de moderne burgerij ook goed doet (hij staat daar zelfs op eenzame hoogte, zegt Lampert), is wel opmerkelijk. Het is de groep van mensen die pragmatisch zijn, geïnteresseerd zijn in goed verdienen en comfort, en die hun informatie van de commerciële tv-stations halen. Juist in deze groep (met 22 procent de grootste in de Nederlandse samenleving) wisten Pim Fortuyn en zijn LPF veel aanhang te verwerven.

Kopstukken van de gevestigde partijen als PvdA, VVD en ook het CDA spreken deze moderne burgers nauwelijks aan. Het is uiterst twijfelachtig of ze de stemmen uit die hoek ooit weer terugkrijgen. Maar een uitzondering vormt de christen-democraat Jan Peter Balkenende die in die hoek wél een grote aantrekkingskracht blijkt te hebben.

Behalve uit de moderne burgerij recruteerde Pim Fortuyn ook veel stemmen uit een derde groep, de zogeheten gemaksgeoriënteerden, mensen die van een lekker leven houden en die niet ambitieus zijn. Deze kiezers blijken nu, na het uiteenvallen van de LFP, gedesillusioneerd van de stembus weg te blijven.

De moderne en traditionele burgerij hebben een sterke hang naar law and order gemeen: de behoefte aan een strenge overheid en strenge wetten en regelgeving die ook nageleefd moeten worden. Die wens was een sterke prikkel voor kiezers om op de LPF te stemmen. Veel sterker dan andere verklarende waarden, zoals de behoefte om zich te uiten en te discussiëren over de toestand in Nederland, het avontuur of het hebben van een rebelse instelling die LPF-leider Fortuyn met zijn onconventioneel gedrag vertolkte. Uit onderzoek dat Motivaction vorige maand al uitvoerde blijkt dat de roep om een strengere houding jegens allochtonen pas op de vierde plaats kwam. En dat is in tegenstelling tot de gangbare opvatting dat het probleem van de multiculturele samelveing hét motief was voor de kiezers om op de LPF te stemmen.

Hoe sterk Balkenende ook mag scoren bij sommige bevolkingsgroepen, over het vertrek van zijn kabinet zullen de meeste Nederlanders geen traan laten, zo blijkt uit het onderzoek van deze week. Eén op de vier ondervraagden betreurt de val, 15 procent maakt het niets uit, en ruim 57 is ronduit blij dat er aan de lijdensweg een eind is gekomen.

De meeste aandacht van Motivaction gaat toch uit naar de groeiende kloof tussen burgers en de politiek/overheid. Het bureau heeft de deelnemers aan het onderzoek een aantal stellingen voorgelegd over veranderingen in opinie als gevolg van de kabinetscrisis. Uit de antwoorden is die verwijdering pijnlijk duidelijk op te maken. Op de stelling 'Ik heb er vertrouwen in dat de kloof tussen burger en overheid wordt overbrugd' zegt maar liefst 40 procent: 'Ik ben het hier minder mee eens geworden'.

De ondervraagden geven te kennen dat zij nog minder dan vóór de val van het kabinet geneigd zijn lid te worden van een politieke partij. Een kwart zegt zich minder betrokken te voelen bij de politiek. Maar eveneens een kwart zegt vaker met anderen te discussiëren over 'hoe het anders moet in Nederland'. De politieke storm van het afgelopen jaar heeft wat dat betreft, zegt Motivaction, een gunstig effect gehad. Maar voor het overige zijn de conclusies van het bureau somber. Het vertrouwen in politiek en overheid heeft dit jaar zware averij opgelopen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden