Onderzoek alle energiebronnen, behoud de goede

Als een bedrijfstak zo afhankelijk is van subsidie, is er eigenlijk geen gezonde economische basis voor, aldus Patrick van Schie.Beeld ANP

De investering in windmolens vergt te veel subsidie. Daarom moeten we ook onderzoek doen naar andere energiebronnen, stelt Patrick van Schie, directeur van de Teldersstichting.

Dat het niet handig is om voor je energievoorziening eenzijdig afhankelijk te zijn van een bepaalde staat of regio die instabiel en/of het Westen niet altijd vriendelijk gezind is, is natuurlijk al zeker sinds de oliecrisis van 1973 alom bekend. Toch hebben sommige Europese landen zich na de val van het IJzeren Gordijn met open ogen afhankelijk gemaakt van Rusland als energieleverancier. Oost-Europese landen hebben die eenzijdige afhankelijkheid 'geërfd' uit de Sovjettijd. Zij voelen zich al lang ongemakkelijk bij deze chantabele positie maar hebben het vaak moeilijk eraan te ontsnappen. Een land als Duitsland is echter sinds de regering Schröder bewust in de Russische tang gekropen.

De vorige regering Merkel heeft het erger gemaakt door kernenergie uit te sluiten in een paniekreactie op de Fukushima-ramp in Japan. Op die manier zal Duitsland alleen maar lastiger tot diversificatie van energiedragers kunnen komen. Nu al staat het land vol met windmolens. Geen exemplaren die lijken op ons Nederlandse cultuurgoed, maar hoge stalen staketsels die op de meest onmogelijke plaatsen het Duitse landschap ontsieren. Het kost moeite om door Duitsland te rijden zonder ergens zo'n gedrocht op het netvlies te krijgen. Terwijl windmolens geacht worden bij te dragen aan minder milieuvervuiling, veroorzaken ze in ieder geval een enorme horizonvervuiling. Steeds meer burgers ervaren dit inmiddels ook zo.

Subsidie
De industrialisering in de negentiende eeuw ging natuurlijk evengoed (of even slecht) gepaard met het verrijzen van foeilelijke fabriekscomplexen, die bovendien de lucht soms ernstig vervuilden. Maar die fabrieken droegen tenminste wel bij aan onze welvaart, en door de voortschrijdende techniek - mede mogelijk gemaakt door de toegenomen welvaart - kon de luchtvervuiling later ook worden teruggedrongen. Windmolens daarentegen leveren weliswaar energie op, mits het niet te zacht of juist te hard waait, maar kosten nog altijd erg veel subsidie.

In 2012 kwam 4 procent van al het Nederlandse energieverbruik uit zogenoemde 'hernieuwbare' bronnen, waarin wind een belangrijk aandeel heeft. Het vorig jaar gesloten energieakkoord mikt op 16 procent 'hernieuwbare' energie in 2023. Voor een niet onbelangrijk deel moet dit uit windmolens gaan komen. Los van de vraag waar al die dingen moeten staan - de Noordzee kan er niet mee worden volgebouwd - zal het ten minste 18 miljard euro aan subsidie gaan vergen.

Als een bedrijfstak zo afhankelijk is van subsidie, is er eigenlijk geen gezonde economische basis voor. Velen menen dat dit de 'prijs' is die wij nu eenmaal moeten betalen voor 'schone' energie. Maar dan is het beter om een fractie van die 18 miljard euro te steken in onderzoek naar de ontwikkeling van nieuwe, nu soms nog niet bekende energiebronnen die op den duur misschien wél economisch levensvatbaar blijken te zijn. Daar kunnen heel wel 'duurzame' vormen van energie tussen zitten, maar dan vormen waar burgers minder last van hebben dan van de windmolens.

Diversiteit
Wie werkelijk meer diversiteit in onze energiedragers wil bereiken en onze afhankelijkheid van bedenkelijke regimes als die in Rusland of Saoedi-Arabië wil verminderen, doet er in ieder geval niet verstandig aan bij voorbaat bepaalde energiebronnen uit te sluiten. De Verenigde Staten hebben hun energieonafhankelijkheid de laatste jaren aanzienlijk vergroot door het aanboren van schaliegas. Ook de Nederlandse bodem bevat aantrekkelijke voorraden. Veel politieke partijen hebben echter bij voorbaat de winning van dit gas in de ban gedaan.

Als gas uit de bodem wordt gewonnen, of dat nu 'ouderwets' aardgas uit de Groninger velden is of het nieuwe schaliegas, zal schade moeten worden voorkomen. Dat is een van de eerste geboden van liberaal beleid: schade aan burgers moet worden vermeden, en als die onverhoopt toch ontstaat ruimhartig worden gecompenseerd. Maar of het Nederlandse schaliegas zonder schade kan worden gewonnen, zal alleen nader onderzoek kunnen uitwijzen. Het adagium van ons energiebeleid zou dan ook moeten zijn: laat alle energiebronnen onderzoeken, en behoud de goede. Dat onderzoek mag best met enige subsidie van de staat worden gestimuleerd, maar in de energiewinning dient vervolgens geen euro belastinggeld te worden gestoken.

Patrick van Schie is historicus en directeur van de TeldersStichting, de liberale denktank van Nederland. Hij schrijft deze column op persoonlijke titel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden