Onderzeeërs aan de wal als het schoolvakantie is

door George Marlet

Om het personeel te gerieven, blijven de vier Nederlandse onderzeeboten tijdens schoolvakanties als het even kan aan de wal. De Onderzeedienst doet er alles aan om de gelederen te vullen.

Met ingehouden trots laat oudste officier Erwin Ruijsink de commandocentrale van Hr. Ms. Walrus zien, met in het midden de twee periscopen. „Periscoop uit”, waarschuwt een korporaal als de kijker met hydraulisch gesis twee dekken omhoog komt. Aan bakboord is de plek van de technici die de onderzeeboot besturen, een enorme hoeveelheid knoppen onder handbereik. Aan stuurboord een rij sonarschermen waarop specialisten kunnen zien wat er om de Walrus heen gebeurt.

De Onderzeedienst van de Koninklijke marine viert feest vanwege het 100-jarig bestaan. Koningin Beatrix kwam er gisteren voor naar de marinehaven in Den Helder. Maar het feest is niet zonder zorgen: het tekort aan technisch personeel is 25 procent. Van de 300 functies zijn er 225 vervuld. Steeds meer jongens kiezen voor een technische baan aan de wal. Werken op een onderzeeboot spreekt wel tot de verbeelding, maar weken of zelfs maanden van huis zijn en dan met z’n zestigen op een kluitje leven is, zeker voor mannen met kinderen, geen onverdeeld genoegen.

Het tekort versterkt zichzelf, want de leiding moet een beroep doen op militairen met een walfunctie om de operaties gaande te houden. „Die mensen hadden het idee eindelijk een periode thuis te zijn en dan wordt er weer een beroep op ze gedaan”, zegt kapitein-ter-zee Jan-Kees Trimpe Burger, die als ’groepsoudste’ de dagelijkse leiding van de Onderzeedienst heeft. „Gelukkig zijn mensen zo loyaal om mee te werken, maar we moeten voorkómen dat we nog meer medewerkers kwijtraken.” Het duurt één tot twee jaar voordat een matroos voldoende geschoold is voor een technische functie op een onderzeeboot.

Het voortbestaan van de Onderzeedienst staat niet ter discussie. Ook na de Koude Oorlog hebben de boten hun nut bewezen bij het heimelijk verzamelen van inlichtingen, speciale operaties en het beschermen van de vloot. Recent hebben de onderzeeboten in onder meer de Perzische Golf, de Adriatische Zee en bij de Cariben meegedaan aan operaties tegen terrorisme en drugssmokkel. „Onze grote kracht is dat we onopgespoord kunnen blijven. Onderzeeboten gaan als eerste naar een conflictgebied en gaan er als laatste uit”, stelt Trimpe Burger.

De vier boten (Walrus, Zeeleeuw, Dolfijn en Bruinvis) krijgen zelfs meer opdrachten dan ze kunnen uitvoeren. Trimpe Burger: „Ik moet weleens nee verkopen. Het personeel bepaalt mede de grens van de opdrachten.” Hij benadrukt dat operaties door het personeelstekort geen gevaar lopen. Dat is mede te danken aan het vaarschema. Na drie jaar varen gaat een onderzeeboot een jaar in onderhoud. Voor die boot is dan minder personeel nodig.

De rondleiding door Hr. Ms. Walrus eindigt in de boegbuiskamer waar de torpedo’s liggen opgeslagen. Elke centimeter ruimte wordt in een onderzeeboot benut, dus zijn er in lege torpedobuizen bedjes gemaakt. Spartaans? Erwin Ruijsink: „Dit is eigenlijk best luxe. Vroeger sliepen matrozen in kisten tussen de torpedobuizen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden