Onderwijsraad: de internationalisering van het onderwijs moet sneller

Studenten op de Pabo voor internationaal onderwijs in Meppel. Beeld Herman Engbers

Het kabinet moet scholen verplichten al hun leerlingen een internationaal lesonderdeel aan te bieden. De Internationale Pabo in Meppel is het hier volledig mee eens.

De internationalisering van het onderwijs gaat niet snel genoeg, vooral in het middelbaar beroepsonderwijs. Ook blijven de huidige en toekomstige leraren achter. Het ministerie van onderwijs moet onderwijsinstellingen daarom verplichten om leerlingen een internationale oriëntatie aan te bieden, stelt de Onderwijsraad, naar aanleiding van ‘Internationalisering in beeld’, een monitor over de internationalisering van het Nederlandse onderwijs die vandaag verschijnt.

Volgens de belangrijke onderwijsadviseur van de regering is zo’n maatregel nodig omdat veel studenten en scholieren onvoldoende worden voorbereid op de internationale context waarmee ze later te maken krijgen. “Het ministerie van onderwijs stelt eisen aan taal, rekenen en geschiedenis. Dat kan ook op het gebied van internationalisering. Door deze eis in de wet vast te leggen zorg je er voor dat elke leerling en student in Nederland dezelfde kansen op een internationale oriëntatie krijgt”, zegt Rob Schuur van de Onderwijsraad.

Met name op de lerarenopleidingen (hbo en universiteit) en het mbo blijft de internationale oriëntatie gebrekkig, valt op te maken uit de monitor. Hierin zet Nuffic, de organisatie die zich bezig houdt met internationale aspecten van het Nederlandse onderwijs, voor het eerst op een rij op welke manier het Nederlandse onderwijs van basisschool tot universiteit werk maakt van internationale ervaringen van leerlingen en studenten.

Realiteit

In de beeldvorming beperkt internationalisering zich vaak tot studiereizen, uitwisselingen en studeren in het buitenland. Maar scholen geven ook op andere manieren vorm aan dit thema, bijvoorbeeld door al op de basisscholen vreemde talen te leren, veel aandacht te besteden aan buitenlandse onderwerpen in de lessen of te kijken naar internationale elementen dichtbij huis, zoals een stage bij een internationaal georiënteerd bedrijf. “Internationalisering is een middel waarmee studenten en scholieren zich voorbereiden op de realiteit zoals die al is”, zegt Mark Vlek de Coningh, een van de auteurs van de publicatie.

Nuffic noemt het zorgelijk dat ‘leerlingen en studenten gemiddeld sneller internationaliseren dan het huidige en toekomstige lerarenkorps’. “Studenten aan een lerarenopleiding gaan het minst van alle studenten naar het buitenland”, zegt Vlek de Coningh. Zo’n 13 procent van de hbo’ers en 6 van alle universitaire studenten op een lerarenopleiding doet een studiegerelateerde buitenlandervaring op. “Je zou willen dat die percentages hoger zouden zijn.”

Minister Ingrid van Engelshoven (hoger onderwijs en mbo) vindt dat iedere student een internationale ervaring moet kunnen opdoen. Omdat onderwijsinstellingen zelf mogen bepalen hoe ze hier invulling aan geven, zijn de onderlinge verschillen groot.

In Meppel is de Internationale Pabo al een feit

Het was een van de grootste verrassingen voor Nastaran Beik Pourian (35) toen ze in Nederland voor de klas kwam te staan. In haar thuisland Iran zijn tranen zelfs bij de kleinste jongens taboe, vertelt de vrouw met zwart haar en rode lippen zachtjes. “Ik moest ze zeggen dat dat alleen voor meisjes was. Maar hier mogen jongens zich óók uiten.”

Oorspronkelijk was Beik Pourian gymdocent, maar na haar vertrek uit Iran (nu vier jaar geleden) moet ze een nieuw diploma halen om hier les te mogen geven. Als enige vluchteling op haar opleiding, de Internationale Pabo in Meppel, vielen de eerste maanden haar zwaar. “Ik was bang dat ik er niet tussen zou passen”, zegt Beik Pourian. “De studenten om me heen waren allemaal tussen de 17 en 27 jaar. Met de jongsten scheel ik een hele generatie. Het was erg wennen.

Locatie

Beik Pourian is één van de ongeveer 350 studenten van de Internationale Pabo in Meppel, de enige internationale opleiding voor het basisonderwijs in Nederland. En op de keper beschouwd de enige in Europa, zegt locatiemanager Tom Gelmers. “De opleiding werkt samen met Noorwegen en Duitsland, maar Meppel is de enige plek waar leerlingen het volledige programma kunnen volgen.”

Met ruim 33.000 inwoners lijkt het Drentse stadje niet direct de aangewezen plaats om zo’n internationale opleiding op poten te zetten. Waarom niet in Leeuwarden of Groningen, waar de Stenden Hogeschool ook vestigingen heeft? Gelmers kijkt de verslaggever met pretogen aan. “Waarom wel? Meppel is dichterbij Schiphol”, zegt hij triomfantelijk. “Je verwacht zo’n opleiding misschien eerder in Amsterdam, maar uiteindelijk doet de locatie er niet zoveel toe. Het gaat om de mindset en om wat voor omgeving je samen creëert.”

Oriëntatie

De Internationale Pabo begon in 2012 als speciale tak van de reguliere Pabo en is sinds 2016 zelfstandig. Met een volledig Engelstalig programma en zo’n 35 verschillende nationaliteiten is hier aan ‘internationale oriëntatie’ geen gebrek. In het begin gaven er nog te veel Nederlandse, witte mannen op de opleiding les, erkent Gelmers. Studenten beklaagden zich over die eenheidsworst, en werden gehoord: inmiddels komt ruim 40 procent van het docentenkorps uit het buitenland. Bij de ingang hangt een kinderliedje over China, in de kantine slingert een Franse spreuk over de muur. In die omgeving voelde zelfs de Iraanse vluchteling Beik Pourian zich uiteindelijk thuis, zegt ze. “Het voelt nu alsof we allemaal uit één land komen.”

De opleiding besteedt veel aandacht aan culturele verschillen en privileges, zegt de Duitse Marie Meyer (25). Tijdens haar stage in Berlijn deed ze met de klas een zogeheten privilege walk, een opdracht waarbij de kinderen een plaats in de ruimte innemen en voortbewegen op basis van een hun toegewezen personage. “Een arm kind zonder opleiding staat dan bijvoorbeeld stil”, schetst Meyer. “Zo worden kinderen zich bewust van maatschappelijke verhoudingen.”

Ook Nederlandse Pabo’s zouden meer aandacht aan dit soort thema’s en aan internationalisering moeten besteden, vindt Ton Gelmers. Hij onderschrijft de kritiek van het Nuffic, dat stelt dat de internationalisering op lerarenopleidingen niet snel genoeg gaat. “Nederlandse Pabo’s moeten meer internationale stages aanbieden en meer focussen op Engels en culturele verschillen. De samenleving verandert. We zijn een handelsland. Het is belangrijk dat kinderen leren hoe ze zich in een internationale samenleving staande kunnen houden.”

Docent Marcel Haagsma hekelt in dat licht de politieke focus op het Nederlandse curriculum in het onderwijs. “Dat voerde decennia de boventoon: Nederlandse geschiedenis, een Nederlandse canon. Je ziet het nu weer met de discussies over het Wilhelmus. Flauwekul! Er zijn te veel spiegels, daar waar er ramen zouden moeten zijn.”

Lees ook: 

Stop met het lokken van buitenlandse studenten

De internationalisering in het hoger onderwijs heeft nare bijwerkingen. Gelukkig is er een eenvoudige remedie, betoogt econoom, onderzoeker en blogger Hein Vrolijk in dit opiniestuk. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden