Onderwijsadvies CPB gebaseerd op wetenschappelijk drijfzand

Wanneer basisschoolleerlingen in een klas worden geplaatst met leerlingen van vergelijkbaar niveau, behalen ze betere resultaten. Dat is een van de bevindingen van het Centraal Planbureau (CPB) in het onderzoeksrapport 'Kansrijk onderwijsbeleid' dat deze week werd gepubliceerd. Met de invoering van parallelle klassen met leerlingen van gelijk niveau in het basisonderwijs, zou volgens het CPB de gemiddelde leerling bijna een half onderwijsniveau hoger scoren (daarbij staat één onderwijsniveau voor een stap van bijvoorbeeld vmbo kader naar vmbo tl).

Dit is een opmerkelijk onderzoeksresultaat, ook omdat de relatief vroege selectie in het Nederlands onderwijs onder vuur ligt. De onderwijsinspectie constateerde onlangs een dreigende tweedeling in het onderwijs, die vooral lijkt te worden veroorzaakt doordat de vroege selectie in het Nederlandse onderwijs nadelig uitpakt voor kinderen uit de achterstandsgroepen.

Op welk onderzoek is de conclusie van de CPB-onderzoekers gebaseerd? In hun rapport worden allerlei maatregelen tegen het licht gehouden om het onderwijs te verbeteren. Een van de maatregelen die wordt voorgesteld, is het vormen van groepen leerlingen van gelijk niveau. "Zet leerlingen bij elkaar met soortgelijke leerprestaties en ze leren meer, blijkt uit diverse studies, deels uit Nederland", schrijven de onderzoekers. Maar het aangehaalde Nederlandse onderzoek blijkt zich te beperken tot een studie onder economiestudenten, waarbij de studenten in werkgroepen van gelijk niveau werden ingedeeld. En hoe zijn de onderzoekers gekomen aan de winst van een half schoolniveau als basisscholen parallelle klassen invoeren? Daarvoor baseren zij zich op slechts twee experimentele studies; een studie bij een aantal basisscholen in Kenia en een studie in het voortgezet onderwijs van Zuid-Korea.

In de studie in Kenia kregen basisscholen een extra leerkracht. Deze leerkracht bleek zijn werk effectiever te kunnen doen wanneer klassen van verschillend niveau werden gevormd dan wanneer de leerlingen willekeurig werden ingedeeld. Maar daarbij ging het om een situatie met grote niveauverschillen tussen leerlingen, waarbij bovendien de leerlingen met nauwelijks enige voorbereiding het onderwijs binnenstroomden. Wanneer men zich de vraag stelt, wat deze Keniaanse onderwijssituatie met het Nederlandse basisonderwijs te maken heeft, luidt het enige zinnige antwoord: niets. En dat antwoord geldt ook voor de zeer specifieke situatie van het voortgezet onderwijs van de Zuid-Koreaanse studie.

IJverige rekenaars

Dit belet het CPB echter niet om ijverig aan het rekenen te slaan, en op basis van de bevindingen van deze twee studies 'een algemene correctie voor grote leerachterstanden' toe te passen, waarna het cijfer van 0,2 standaarddeviatie leerwinst uit de bus valt. Zonder een noemenswaardige wetenschappelijke onderbouwing wordt deze leerwinst vertaald in een stijging op de gemiddelde Citoscore en vervolgens in schoolniveau. De onderzoekers rekenen ons ook nog voor dat driekwart van de basisscholen in Nederland al parallelle klassen heeft, zodat de maatregel relatief eenvoudig kan worden ingevoerd. Zonder daarbij maar de vraag te stellen wat de consequenties van zo'n vroege sortering van leerlingen zijn, en of het versterken van 'onderwijs op maat' dat al op veel basisscholen wordt aangeboden, niet een verkieslijker weg is.

Op basis van twee nauwelijks relevante studies durven de CPB-onderzoekers een serieuze hervorming van het Nederlands onderwijs voor te stellen. Dat ze daarbij hun aanbeveling presenteren met een opmerkelijke schijnzekerheid, maakt het des te schrijnender.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden