Onderwijs / Vertrouwenspersonen beklagen zich

Vertrouwenspersonen in het onderwijs zijn overbelast en onderbetaald. Het kabinet wil er werk van maken, maar de middelen zijn ontoereikend.

Van onze verslaggever

De uitval in het beroepsonderwijs is enorm, veel scholieren kampen thuis met akelige problemen waardoor ze knel komen te zitten.

In de brochure van scholen staat dat de vertrouwenspersoon of leerlingbegeleider er onder meer is om te bemiddelen bij pesten, bij vernieling en bij roddels. In de praktijk gaat het echter steeds vaker over problemen met culturele achtergronden als eerwraak, radicalisering en interculturele relaties. Maar ook om huiselijk geweld en kindermishandeling, waarover onlangs schrikwekkende cijfers bekend werden.

Scholen voor middelbaar beroepsonderwijs moeten van het kabinet het aantal jongeren dat het onderwijs vroegtijdig verlaat, terugdringen. Dat percentage drop-outs lag vorig jaar op veertig procent (bijna 50.000). Op het laagste niveau komt de uitval zelfs in de buurt van de zestig procent.

Volgens het overheidsplan ’de Aanval op de Uitval’ werden zorg- en adviesteams (ZAT’s) geïnstalleerd. In 2005 had 91 procent van de (1200) scholen in het voorgezet onderwijs al een ZAT, waarin Bureau Jeugdzorg, leerplichtambtenaren, schoolartsen en de zorgcoördinatoren van de scholen samenwerken.

„Die teams boeken steeds betere resultaten wat betreft signalering, probleemtaxatie en vooral de snelle inzet van passende hulp”, zegt prof. Dolf van Veen van het Landelijk Centrum Onderwijs en Jeugdzorg.

Toch, zo erkent Van Veen, blijft de eerste opvang door vertrouwenspersonen belangrijk. Voor leerlingen is de drempel om naar een vertrouwenspersoon te stappen het laagst. „Mensen hebben geen benul hoe erg het is. Wat voor een afschuwelijke verhalen we te horen krijgen, hoe groot de ellende is. Onze agenda’s zijn overvol. Waar haal je dan tijd vandaan voor je dagelijkse portie crisissituaties?”, zegt Karima Ouchan, van ROC Twente.

Veel vertrouwenspersonen of mentoren doen het werk naast hun ’gewone’ lesuren. Soms zijn ze slechts een paar uur per week beschikbaar. „Maar dit is geen parttime job, en al helemaal geen hobbyisme dat je er wel even bij kunt doen. Het is toch irreëel te denken dat je problemen van scholieren op maandagochtend van tien tot twaalf voor de rest van de week kunt oplossen?”, zo luidt de kritiek.

Op het ROC van Amsterdam – met 35.000 mbo-scholieren, van wie één op de vijf voor hulp naar een vertrouwenspersoon stapt – is voor elke vier- tot vijfhonderd scholieren twee uur per week een vertrouwenspersoon beschikbaar. In de praktijk komt dat neer op gemiddeld 1 minuut en 12 seconden per hulpvraag. „En ze komen niet voor zweetvoeten”, zegt vertrouwenspersoon Petra Sies.

Voorzitter Margreet van der Linden van de Landelijke Vereniging Vertrouwenspersonen (LVV) is zich bewust van de problematiek op de scholen. „Ons werk wordt steeds zwaarder. En niet alleen op de scholen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden