Onderwijs in de geest van René Gude

Dat gebeurt niet vaak: dat het denken van een filosoof rechtstreeks de vormgeving van het onderwijs beïnvloedt. In de Zaanstreek willen 25 basisscholen het denken van de voormalig Denker des Vaderlands, wijlen René Gude, integreren in hun lesprogramma. Hoe ziet dat eruit?

Een van de bekendste woorden die René Gude als Denker des Vaderlands heeft gemunt, is humeurmanagement. Om je humeur te kunnen managen is het belangrijk dat je zin hebt in het leven. Humeurmanagement is, zoals Gude vaak zelf zei, ook wel bildung of bestemmingmakerij, of een vorm van 'ambachtelijk zingeven'.

Dat zingeven moest je volgens Gude zelf doen. Vroeger was zingeving strikt genomen een vorm van zin-krijging, in de tijd dat voor velen al het goede nog van boven kwam.

In onze tijd betekent de term zingeving voor de meesten dat je zelf 'aan de bak moet'. Volwassenen moeten dit, kinderen ook. In 'De Wereld Draait Door' zei Gude een keer dat je iedere ochtend je nest uit moet komen. "En je moet van jongs af aan op school iets flikken, iets regelen met vriendjes en vriendinnetjes, je moet een baan zien te krijgen, je moet een gezin stichten. Dat is een ongelooflijke hoop gedoe!"

Door na te denken, te filosoferen kun je dat gedoe wel wat vereenvoudigen. En dat heeft Gude gedaan, vaak samen met anderen, bijvoorbeeld met de onderwijsadviseur Gerard van Stralen, en zijn vriend en uitgever Erno Eskens. Zij ontwikkelden samen het zogenaamde bildungs-agoramodel, dat nu als didactisch instrument wordt geïntroduceerd op 25 basisscholen in de Zaanstreek.

Dat bildungs-agoramodel is gebaseerd op de Griekse agora, de marktplaats. Wie naar het centrum van een oude Griekse stad keek, kwam daar allerlei verschillende typen gebouwen tegen. Maar als je goed keek, zag je dat het vooral vier soorten gebouwen waren: privéwoningen, private bedrijfsgebouwen, publieke gebouwen en politieke gebouwen.

De wereld mag sterk veranderen, stelde Gude, maar deze gebouwen lijken behoorlijk constant te zijn: je vindt ze 5000 jaar voor Christus in de nu Turkse nederzetting Çatalhöyük, je vindt ze in het middeleeuwse Parijs, maar ook in de gemeente Zaanstad.

Die constatering bracht Gude op het idee dat wij ons leven vooral doorbrengen in vier sferen: levenssferen noemde hij die. De eerste is de privésfeer, daartoe behoren vrienden, familie en het gezin. In die privésfeer staat belangeloosheid centraal. De tweede is de private sfeer, waarin je prestaties en beloning zakelijk via een contract regelt. De derde sfeer is de publieke sfeer, waar je vrijwillig projecten kunt starten met mensen en voor mensen die je helemaal niet kent. En ten slotte is er nog de politieke sfeer, waarin je zo actief kunt worden als je zelf wilt.

Gude heeft het idee dat we ons niet in nog meer sferen begeven. Goed, we duiken ook graag de natuur in om tot rust te komen, maar dat noemt Gude in navolging van de Duitse filosoof Peter Sloterdijk, de ecosfeer, die juist om al die sferen heen zit. Zonder die ecosfeer zijn de andere sferen niet mogelijk.

Een burger moet zijn humeur dus managen, moet zin maken, ergens in die vier gebouwen. Het kost soms moeite die sferen scherp van elkaar te onderscheiden, want in Nederland beweegt iedere burger zich vrijelijk van de ene naar de andere. Daarom is een burger, zo zei Gude eens in deze krant, een viereenheid, "een werkend privépersoon met maatschappelijke verantwoordelijkheid en politiek besef".

Gude zag nog meer op die Griekse agora. Hij zag tempels, stadions, theaters en scholen. En ook die gebouwen zie je door de geschiedenis heen in elke stad opduiken; wat erin gebeurt zal in de loop der tijd telkens veranderen.

Die tweede soort gebouwen - tempels, stadion, theaters en scholen - helpen ons. Daarin kunnen we ons als burger trainen in de deugden die we nodig hebben om ons staande te houden in de maatschappij. Gude zei dan ook dat we vier trainingssferen hebben of civilisatietechnieken om basisvaardigheden te trainen waarmee we ons staande houden in het dagelijkse sociale verkeer: sport, religie, kunst, filosofie/wetenschap.

Die verschillende trainingssferen vergeleek Gude wel met een fitnessruimte. Soms train je expliciet de schouderspieren, om daarna in het dagelijks leven alle spieren weer te gebruiken, maar toch op bepaalde vlakken iets sterker te zijn geworden.

Wie kinderen tot een volwaardig burger wil maken, stelde Gude, wie ze wil bilden, moet ze voorbereiden op het werk dat ze gaan doen, op het gezin dat zij gaan stichten, op de maatschappelijke verantwoordelijkheid die ze later op zich zullen nemen, op de politieke interesse die ze wellicht aan de dag weten te leggen.

Terug naar het bildungs-agoramodel. Dat telt dus vier levenssferen: privé, privaat, publiek, en politiek. En het telt vier trainingssferen: sport, religie, kunst en filosofie/wetenschap om ons als burger te oefenen.

Van onderwijzers, tot de Eerste Kamer, tot de Onderwijsraad en de HBO-raad - overal is op hoge toon gesteld dat het niet genoeg is wanneer kinderen aardig leren spellen en rekenen. Ze pleiten allemaal voor persoonlijkheidsvorming.

Bildung zoals Gude en anderen het voorstaan, gaat om de innerlijke (en ook maatschappijgerichte) ontwikkeling. Niemand anders dan de persoon zelf kan dit bewerkstelligen, in de hoop dat ze later, als burger, vrijelijk de agora oversteken, van de kerk naar het museum, of van de privésfeer naar de politieke sfeer. Gude: "Door goed onderwijs kan de mens zich ontwikkelen tot een zelfstandig, moreel individu."

In de afgelopen maanden heb ik op de agorascholen in de Zaanstreek tientallen interviews afgenomen om grip te krijgen op de vraag hoe die Gudiaanse bildung dan de scholen in komt. De scholen willen allemaal de vier levenssferen in hun onderwijs betrekken.

Ik stond op het sportveld, om te zien hoe hier expliciet deugden als moed, samenwerken, en het vermogen om tegen je verlies te leren kunnen, getraind worden. Hoe bij lessen in het kijken naar kunst kinderen gestimuleerd werden hun fantasie in woorden te vatten. Hoe de burgerschapsvorming beoefend werd in gesprekken over de eventuele bouw van een moskee in Assendelft. Maar ook heb ik kinderen in een gesprek met een dominee op een hedendaagse manier horen vertellen over het paasverhaal, toen zij terugkeken op de Passion Zaandam, die zij samen hebben opgevoerd.

Vaak moest ik denken aan wat René Gude zei: "De mens is maakbaar, maar het kost zoveel tijd dat je denkt dat je niet maakbaar bent." In de Zaanstreek stoppen ze hier tijd in, zodat kinderen zich kunnen ontwikkelen tot een zelfstandig, moreel individu.

Volgende week maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag is op deze pagina's verder te lezen over het gedachtengoed van Gude en de Zaanse scholen.

Voor dit verhaal is gebruikgemaakt van 'René Gude: Zinvolle volzinnen; Eeuwige kennis komt altijd precies op tijd'.

Trouw-journalist Peter Henk Steenhuis schreef een boek over de Zaanse agorascholen: 'De Zaanse Agora'; uitgeverij ISVW Uitgevers; 160 blz; 26,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden