Onderweg naar de Filippijnen lekken de euro's weg

null Beeld Censuur
Beeld Censuur

Komt elke voor de Filippijnen gedoneerde euro wel op de juiste plaats? Nee dus. Hulpverlening in rampgebieden vol chaos kost nu eenmaal geld.

Nergens lijkt het verschil tussen tekentafel en praktijk zo groot als in rampgebieden. Improvisatie is er door hulpverleners noodgedwongen tot kunst verheven. Waar die 25 miljoen euro terechtkomt die begin deze week is ingezameld voor de Filippijnen, valt daarom niet te voorspellen. En achteraf ook misschien niet voor de volle honderd procent te verantwoorden.

Zomaar een voorbeeld van eerdere noodhulp. Cordaid Mensen in Nood wilde na de aardbeving op Haïti tijdelijke huizen bouwen voor 6300 families. Gewijzigd overheidsbeleid eiste permanent onderdak, met alle complicaties van dien. De kosten per woning verdubbelden. Met keermuren, drainagevoorzieningen en andere extra maatregelen moest worden ingespeeld op toekomstige rampen. Vertraging in de aanvoer van goederen en dalende wisselkoersen zorgden voor kostenposten. Toch kregen 4643 families een nieuw huis, gebouwd door lokaal opgeleide aannemers en bouwvakkers. En doordat ook woningen gerenoveerd werden, kon 40.000 mensen onderdak geboden worden.

De ramp op Haïti is bijna vier jaar geleden en de actie 'help slachtoffers aardbeving Haïti' loopt nog tot eind 2014 door. In tussenrapporten wordt pagina's lang van elk lid van de Samenwerkende Hulporganisaties (SHO) planning en realisatie van projecten beschreven. Cordaid kocht bijvoorbeeld 6500 dekzeilen in. Door de verandering in permanente woningen, werden slechts enkele uitgedeeld, de rest is voor latere rampen gebruikt. Van 1420 tenten verdwenen er elf tijdens transport vanuit de Dominicaanse Republiek. Diefstal, corruptie of slordigheid - dat meldt het rapport niet.

Spagaat
Duidelijkheid, transparantie, verantwoording afleggen. Het zijn repeterende eisen die het Nederlandse publiek stelt, samen met de verwijzing naar de strijkstok. De Samenwerkende Hulporganisaties willen met het oog op succesvolle acties niets liever dan daaraan voldoen. Tegelijkertijd bevinden zij zich daarmee volgens Cordaids persvoorlichter Jos de Voogd, sprekend namens SHO, in een spagaat.

"Twintig jaar geleden ging Caritas een wijk in, vond driehonderd families zonder onderdak en wij financierden driehonderd tenten", aldus De Voogd. "Dat kan niet meer, op z'n minst naam en handtekening van de ontvangers zijn vereist. Maar als je alles moet bijhouden en je steeds minder op vertrouwen kunt werken, kost dat meer geld. Dat gaat ten koste van de hulpverlening. De publieksvraag 'leg uit wat je doet en hoe komt het geld terecht' is begrijpelijk, maar ook heel ingewikkeld."

Klap voor hulporganisaties
De SHO kunnen verwijzen naar de door een raad van toezicht en externe accountants goedgekeurde rapporten waarin verantwoording wordt afgelegd over de bestedingen. Maar in het geval van de tsunami van 2004 stelde de Algemene Rekenkamer dat het 'door de diversiteit van informatie van de verschillende organisaties onmogelijk was vast te stellen waar het hulpgeld uiteindelijk is terecht gekomen'. Dat was een klap voor de hulporganisaties. Inmiddels is een beter controlesysteem gevonden. Maar met een eis van honderd procent transparantie zouden de administratiekosten hoog oplopen.

Na een inzamelingsactie mag binnen Nederland maximaal zeven procent worden besteed aan actiekosten, beoordelen en coördineren van hulpprogramma's en verdeling onder de deelnemende organisaties. Dat laatste gaat volgens een vaste verdeelsleutel over de SHO-deelnemers.

null Beeld Censuur
Beeld Censuur

Voor de tsunami van 2004, waarmee in drie jaar naar schatting drie miljoen mensen zijn geholpen, ging daaraan bijna zes miljoen op. Verder stond er op de eindafrekening van 2007 meer dan tien miljoen voor 'programmamanagement'. Dat zijn de vaste kosten van de diverse hulporganisaties in de noodgebieden: personeel, huisvesting, transport, opslag van hulpgoederen, administratie. Kosten die aan de daadwerkelijke hulpprojecten zijn verbonden, zijn niet terug te vinden.

Bij de NOS werd afgelopen week gemeld dat van elke euro 35 cent opgaat aan transportkosten. De Voogd weet dat niet. "Dat kan voor een bepaalde actie hebben gegolden, maar het is elke keer anders. Vorige week zijn voor de Filippijnen vanuit Nederland dekzeilen ingevlogen met een vliegtuig van Defensie en brandstof van het ministerie van buitenlandse zaken. Als wij zelf zo'n vlucht moeten inkopen, hebben we hoge kosten."

Prijzen vliegen omhoog
Bij voorkeur wordt lokaal ingekocht, maar de Filippijnen zijn door eerdere tyfoons en een aardbeving (op 15 oktober op het eiland Bohol, met 80 000 daklozen als gevolg) door de voorraden heen. En dan blijkt de een z'n nood de buurman z'n brood.

"Waar een ramp is en veel noodhulporganisaties neerstrijken, vliegen de prijzen omhoog. De kosten van transport van Manila naar Taclo-ban zullen nu vijftig procent hoger zijn. Corruptie? Elke organisatie onderschrijft een code die voor een deel over corruptie gaat. Steekpenningen mogen wij niet betalen. Dat had in Haïti de consequentie dat spullen langer bij de douane stonden dan noodzakelijk."

"Logistiek is een enorme post. Je hebt een kantoor en vervoer nodig, auto's en brandstof, satelliettelefoons, mobiel netwerk, tijdelijke goederenopslag, trucks voor vervoer, ferry's voor overtochten, mensen voor distributie. Vooraf heb je mensen nodig voor de budgettering en planning, achteraf voor evaluatie en administratie."

"Een ramp betekent chaos. Noodhulp is continu in beweging zijn, mobiel zijn. Met planning, budgettering, met middelen en mensen. Je kunt geen zak geld in een noodgebied laten vallen - dat is misschien wel wat het publiek denkt. En wat er uiteindelijk van een euro dan bij slachtoffers terechtkomt, is moeilijk te zeggen."

null Beeld Censuur
Beeld Censuur

Somber beeld
In Haïti zal de wederopbouw met giro 555-gelden nog tot eind 2014 voortduren. Zestig procent van het budget gaat naar huisvesting, water en sanitaire voorzieningen. Maar een tussentijds rapport schetst een somber beeld van het land, dat later te kampen kreeg met drie orkanen, een cholera-epidemie en een instabiele politieke situatie. Begin dit jaar zaten er nog 347.000 mensen in kampen. Twee miljoen mensen hebben niet genoeg te eten, tienduizenden kinderen lijden zelfs aan acute ondervoeding.

Maar er is ook goed nieuws: meer dan drie miljoen kinderen zijn ingeënt tegen ziektes als polio en mazelen, 77 procent van de kinderen tussen zes en elf jaar oud gaat naar school en kindersterfte onder vijf jaar is tot minder dan negen procent teruggelopen. Voor Nederlandse begrippen sombere cijfers, maar de SHO claimen dat ze beter zijn dan vóór de aardbeving.

Verbetering van levensomstandigheden is het streven dat bijvoorbeeld wordt gerealiseerd door de bouw van betere (aardbevingsresistente) huizen en scholen, door toegang te bieden tot (beter) onderwijs en verbeterde hygiëne. Het succes daarvan wordt bevestigd in een rapport van de Algemene Rekenkamer, die een veldbezoek bracht aan Haïti.

Corruptie is minder
Maar Thea Hilhorst, hoogleraar humanitaire hulp en wederopbouw aan Wageningen Universiteit, heeft haar bedenkingen. Telefonisch vanuit Congo: "Ik weet dat de Samenwerkende Hulporganisaties claimen dat de situatie beter is dan voorheen. Maar dat is meestal op projectniveau. Of het voor een heel eiland of land beter is geworden, vraag ik mij af."

Er is op gebied van hulpverlening veel verbeterd, vindt Hilhorst. "Corruptie is teruggedrongen en dankzij de Verenigde Naties wordt het werk van de grote hulporganisaties, die tachtig procent van de grote geldstromen beheren, behoorlijk goed gecoördineerd. De vraag is hoe het geld van kleinere organisaties terechtkomt. In de jaren tachtig waren in Darfur een paar honderd organisaties werkzaam, in Haïti waren het er duizend. Hoe coördineer je dat?"

Verwonderd over reacties in Nederland is ze wel. "Het is idioot te veronderstellen dat honderd procent van het hulpgeld zijn doel bereikt. Wie bij de bakker een brood koopt, krijgt ook een product waarvan de ingrediënten een fractie zijn van de kosten voor transport, arbeidsloon en dergelijke."

Lange hulpketens
"Hulp bieden in acute noodsituaties maakt efficiënt werken lastig. Het is dus logisch dat het veel geld kost. Ik heb soms het gevoel dat mensen dat bedoelen met de strijkstok: te veel organisatiekosten in verhouding met wat daadwerkelijk aankomt."

"De discussie in Nederland wordt soms onnodig scherp gezet. Juist aan het begin van een noodsituatie lijken mensen te verwachten dat binnen twee dagen orde op zaken is gesteld. Je hoort het op tv: 'Na twee dagen zijn nog steeds niet alle slachtoffers bereikt'. Denk eerst eens twintig tellen na!"

Toch zijn de hulpketens nog heel lang, zegt Hilhorst, en dat leidt tot 'lekken'. "Geld gaat eerst naar het nationale Rode Kruis, dan naar de internationale federatie in Genève, een lokaal Rode Kruis, kleinere hulporganisaties en dan naar lokale projecten. Ketens van vijf, zes organisaties die elk weliswaar maar een klein percentage inhouden, maar opgeteld kan dat een groot bedrag zijn. Die ketens kunnen efficiënter."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden