Interview

Onderschep die sombere puber voor hij pubert

null Beeld colourbox
Beeld colourbox

Psychologe Sanne Rasing (1983) promoveerde op 3 februari aan de Radboud Universiteit. Haar proefschrift gaat over het voorkomen van depressie en angststoornissen bij pubers. Zo’n 10 procent van de Nederlandse adolescenten tussen de 11 en 14 jaar heeft depressieve klachten of is angstig, en loopt daarmee risico op het ontwikkelen van een stoornis. Bij meisjes is dat zelfs 15 procent.

Willemien Groot

Wat heeft u zelf het meest verrast?

“Dat we vrij makkelijk kunnen achterhalen welke pubers een verhoogd risico lopen, maar dat we in de praktijk niets doen met die kennis. We weten al dat veel adolescenten klachten hebben die verder gaan dan puberonzekerheden, of dat ze tot een risicogroep behoren omdat er mentale problemen zijn bij een of beide ouders. Jongeren praten uit zichzelf niet makkelijk over hun psychische problemen, ze zijn bang voor onbegrip of vooroordelen. Die drempel is voor hen hoger dan ik had verwacht. Dus moeten we zelf het initiatief nemen.”

Wat weten we nu wat we eerder nog niet wisten?

“Dat het loont als de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) en scholen samenwerken om die kwetsbare jongeren vroegtijdig op te sporen. Die inspanning levert wat op, heb ik zelf gezien op vijf doorsnee middelbare scholen in Brabant en Gelderland. Van de ruim 900 meisjes uit de eerste en tweede klas die ik met de GGZ Oost-Brabant heb getest, bleken er 142 klachten te hebben: lusteloos, somber of bang. Een aantal konden we dankzij die screening snel doorverwijzen naar de hulpverlening. We wilden die kinderen leren om negativiteit en angstgevoelens te doorbreken.

“Maar een nieuw, kortlopend preventieprogramma van zes lessen dat we daarvoor aanboden, sloeg niet aan. Hun klachten verbeterden nauwelijks. Hoe dat komt, moeten we verder onderzoeken. Wel hebben we gezien dat als je een programma aanbiedt, de school de beste omgeving is.”

Tekst loopt door onder afbeelding.

Sanne Rasing Beeld rv
Sanne RasingBeeld rv

Wat kunnen we met die wetenschap?

“Ik pleit ervoor kinderen al te controleren op de basisschool. Laat GGD-artsen kijken naar de fysieke gezondheid en het mentale welzijn van kinderen. In ieder geval moeten we middelbare scholieren testen op depressie- en angstklachten. Je kunt veel ellende voorkomen door vroeg in te grijpen. Jaarlijks krijgen 37.000 adolescenten tussen de 13 en 17 jaar een ernstige depressie. Behandeling is intensief, duur en bij 40 procent komen de klachten terug.

“We weten dat er langduriger preventieprogramma’s zijn die werken, maar daarvoor moeten kinderen en hun ouders eerst naar een huisarts of psycholoog. Dat doen ze niet snel. Daarom moeten we investeren in de ontwikkeling van kortdurende, effectieve preventie op scholen. Die vertrouwde schoolomgeving is laagdrempeliger en minder belastend voor kinderen.”

Wat maakt dit onderzoek zo interessant voor u?

“Dat het direct relevant is voor de praktijk. Samenwerking tussen verleners van zorg en wetenschappers is essentieel om de huidige zorg en nieuwe initiatieven te evalueren. Als onderzoeker kan ik daaraan bijdragen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden