Ondernemers lonken verlekkerd naar Irak

DEN HAAG - Ondanks de voortgaande Britse en Amerikaanse bombardementen en de slechte mensenrechtensituatie wil het Nederlandse bedrijfsleven graag zakendoen met Irak. ,,Het interesseert me niet wat voor politieke richting een land heeft. Als ze maar kopen en betalen'', verwoordt Jaap Vaandrager directeur van Hydra het gevoel dat bij veel ondernemers leeft.

Vaandrager sprak gisteren op een bijeenkomst waarin de mogelijkheden van het 'olie voor voedsel'-programma van de Verenigde Naties voor het Nederlandse bedrijfsleven werden toegelicht. Zijn bedrijf levert componenten en accessoires voor de transportindustrie en doet naar eigen zeggen goede zaken met Irak. Vaandrager ziet genoeg mogelijkheden voor andere Nederlandse ondernemers. Met de armoede in Irak valt het volgens hem allemaal wel mee. ,,Ik ben wel niet in de binnenlanden geweest, maar de pompstations langs de snelweg zagen er behoorlijk luxe uit.''

Niet iedereen was gisteren zo positief over het Irakese zakenklimaat. In tegenstelling tot andere Europese landen hebben Nederlandse ondernemers nog maar weinig orders via het 'olie voor voedsel'-programma binnen weten te slepen. Irak kan dankzij dit programma de opbrengsten van de olie-export gebruiken voor humanitaire doeleinden zoals voedsel.

Van de oliekoek van 38,6 miljard dollar wist Nederland in 2000 slechts 116,8 miljoen af te snoepen. Veel ondernemers willen graag hun zakencontacten van voor de Golfoorlog weer oppakken, maar merken dat zij door Irak op de zwarte lijst zijn geplaatst vanwege het Nederlandse voorzitterschap van de VN sanctiecommissie. Bovendien zeggen veel bedrijven dat hun aanvragen voor het 'olie voor voedsel'-programma door de VN in de wacht worden gezet om Irak tot ontwapening te dwingen.

Volgens beleidsmedewerker Jacob van der Vis van de Rotterdamse kamer van koophandel voelt het Nederlandse bedrijfsleven zich 'gestraft' voor het Nederlandse politieke beleid. ,,Daarom hebben we buitenlandse zaken gevraagd om dat beleid hier te komen toelichten.''

Beleidsmedewerker Sanne Kaasjager van buitenlandse zaken weet officieel niets van een zwarte lijst, maar merkt wel dat het Nederlandse bedrijfsleven minder orders via het 'olie voor voedsel' programma binnensleept dan andere landen. ,,Eigenlijk zou ik het de mensen ook afraden om zaken te doen met Irak. Maar er bestaat toch interesse. Het enige wat ik voor ze kan doen, is de VN-regels duidelijk maken, meer wonderen moeten ze niet van ons verwachten. Die moeten van de bewindslieden komen.''

Opvallend was de afwezigheid van economische zaken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden