Interview

Ondernemer Andrew Keen: Hoog tijd voor een digitale stoelriem

Andrew Keen (Londen, 1960) is ondernemer, auteur en criticus van ontwikkelingen op het internet zoals web 2.0. Beeld Patrick Post

Internetbedrijven ondermijnen onze beschaving, beweerde Andrew Keen al in spraakmakende boeken. Toch is de criticus van de digitale revolutie in zijn nieuwste boek verrassend optimistisch.

In 1965 publiceerde de Amerikaanse advocaat Ralph Nader ‘Unsafe at Any Speed’, een vlammend relaas waarin hij de auto-industrie beschuldigde van nalatigheid. Veiligheidsgordels? Die behoorden niet standaard tot de uitrusting van een vierwieler. De belabberde kwaliteit van auto’s, berekende Nader, had het aantal doden op Amerikaanse wegen tussen 1961 en 1965 met bijna 40 procent doen stijgen.

Een auto zonder airbag, veiligheidsriemen en antiblokkeersysteem is nu haast niet meer voor te stellen. Naders bevindingen lokten collectieve verontwaardiging uit, waardoor zowel overheden als de industrie verantwoordelijk werden gehouden voor de veiligheid van auto’s. Zo zette het Amerikaanse Congres, nog geen jaar na het uitkomen van het boek, schoorvoetend een afdeling op voor het voorkomen van verkeersongelukken, de huidige National Highway Traffic Safety Administration.

Nu heeft de maatschappij nieuwe gordels nodig, betoogt Andrew Keen. Net als de autowereld indertijd, is de tech-industrie volgens de Brits-Amerikaanse ondernemer bandeloos en levensgevaarlijk. Over de negatieve gevolgen van de digitale revolutie op onze psyche, economie en maatschappij schreef Keen eerder ‘De apencultuur: hoe internet onze beschaving ondermijnt’ (2007) en ‘De digitale afgrond’ (2012).

Zijn felle houding leverde Keen een grote schare van critici op. Zijn werk zou te eendimensionaal zijn, oppervlakkig en bovendien zuur. Natuurlijk heeft het internet negatieve kanten, erkennen zijn tegenstanders, maar dat gebruikers enkel slachtoffers zijn van technologie klopt niet. Zo maakt de smartphone het leven ook een stuk makkelijker. Juist nu de schandalen rond Facebook en co Keens populariteit hebben doen groeien, lijkt hij in zijn jongste, nog niet in het Nederlands vertaalde boek ‘How to Fix the Future’ plots een andere weg te zijn ingeslagen.

U wordt vaak geïntroduceerd als de Antichrist van Silicon Valley’. Maar uw laatste boek doet haast positief aan. Waarom bent u van gedachten veranderd?

“Nou, ‘positief’ is wat overdreven. Maar ik ben wel voorzichtig optimistisch. Of we dit gevecht tegen technologie nu winnen of verliezen, geen van beide uitkomsten is onvermijdelijk. Onze eigen inzet is de sleutel, en als we gezamenlijk ons best doen op politiek, economisch en cultureel vlak, dan ben ik hoopvol.

“Kijk naar de geschiedenis, naar bijvoorbeeld de koersverandering van de auto-industrie. Of de industriële revolutie. Die periode stelt gerust. Want halverwege de negentiende eeuw zag de toekomst er bleekjes uit. Ongelijkheid, uitbuiting en leed groeiden en bloeiden. Wetten om de mensen te beschermen waren er niet, de bourgeoisie was een akelige macht. En kijk ons nu. Het pad dat we sinds de revolutie hebben bewandeld was misschien niet zonder hobbels, maar wordt almaar beter.

“Een ommezwaai vind ik dat inzicht niet. In mijn vorige boeken heb de problemen rondom technologie beschreven, nu kom ik met de oplossingen. Het een sluit het ander niet uit, het staat juist met elkaar in verbinding. Ik sta nog altijd achter mijn waarschuwingen, maar heb nooit gezegd dat de gevaren onafwendbaar waren. Ik ben geen dystoop.”

De cynicus zegt: hij zoekt een nieuwe invalshoek, nu de oude niet langer omstreden is. Zo pookt-ie het vuur op, en de verkoopcijfers.

“Ik zeg niet dat ik fout zat in mijn vorige boeken, suggereer nergens dat de problemen niet bestaan. Ja, de wereld heeft een inhaalslag gemaakt, mensen benen me nu bij. Nu iedereen het eens is met wat ik heb geschreven, is de volgende uitdaging: hoe lossen we dit op? Daar is niets onlogisch aan.

“Of ik me verkneukel over het feit dat mijn critici hebben plaatsgemaakt voor bewonderaars? Dat is vrij amusant, ja. Maar ik ben arrogant genoeg om te zeggen dat ik vroeg wist dat ik gelijk had. Ook al was ik de enige die de tekortkomingen van Web 2.0 benoemde, ik vond het logisch dat de digitale ontwikkelingen eenzaamheid en ongelijkheid zouden vergroten.”

Uw boek heet ‘How to Fix the Future’. Wat is er precies kapot?

“Ik beschrijf ruwweg vier problemen, die stuk voor stuk hun oorsprong vinden in de digitale revolutie. Om te beginnen heerst er ongelijkheid. Grote monopolisten als Google en Amazon staan op zichzelf. Ze hebben meer geld, meer macht en meer middelen dan hele landen. Tegelijkertijd zijn ze veel minder transparant. En niemand spreekt ze erop aan, dat is problematisch.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Andrew Keen: "Of ik me verkneukel over het feit dat mijn critici hebben plaatsgemaakt voor bewonderaars? Dat is vrij amusant, ja." Beeld Patrick Post

“Ook stevenen we af op een werkeloosheidscrisis. De technologie ontwikkelt zich zo rap, dat het gros van de banen onvermijdelijk verdwijnt.

“Het narcisme, de haat en schrilheid op het internet leiden bovendien tot cultureel verval. Onze gesprekken zijn als echokamers, we horen alleen onszelf nog maar, via sociale media krijgen we uitsluitend informatie die in ons eigen straatje past. En wat dacht je van al dat nepnieuws dat de wereld overgaat?

“Het vierde probleem is het dominante economische model van Silicon Valley, een ‘bespiedeconomie’ (surveillance capitalism). Het verdienmodel draait op de data van gebruikers, wat onze privacy ondermijnt en de notie van wie we zijn als individuen ter discussie stelt.”

Dat is nogal wat. En nu?

“Dat is precies de vraag. De oplossing ligt voor een deel in handen van overheden; zonder creatieve wetgeving verandert er niets. Eurocommissaris Margrethe Vestager van mededinging, die onder meer Apple en Facebook bij de lurven heeft, is wat dat betreft een voorbeeld. Vorig jaar legde ze Google een recordboete op van 2,42 miljard euro. Vestager behandelt die bedrijven als de mediabedrijven die ze geworden zijn, en legt ze dezelfde verantwoordelijkheden op, zoals het afdragen van de juiste belastingen.

“Bovendien wakkeren mensen zoals zij collectieve verontwaardiging aan over de schadelijke effecten van de digitale revolutie op de samenleving. Een goede zaak, mijn grootste angst is onverschilligheid. Dat we onze schouders ophalen omdat we denken dat deze bedrijven zo groot zijn, de negatieve kanten van technologie zo onvermijdelijk, dat we er niks meer aan kunnen doen. Als dat gebeurt, verliezen we. We hebben als gebruikers wel degelijk macht. Het doel van mijn boek is om mensen dat te laten inzien.”

Hoe kijkt u aan tegen de gloednieuwe Europese privacywet, de General Data Privacy Regulation (GDPR)?

“We hebben wetten nodig die de data-industrie inperken en gebruikers de macht over hun eigen data teruggeven. Ik vind dat jullie Europeanen jezelf een schouderklopje mogen geven, jullie zijn wat dat betreft pioniers. En Amerika? Ons politieke systeem functioneert niet, het land is verlamd. Maar uiteindelijk zullen we jullie voorbeeld volgen.

“Dat gezegd hebbende, is de GDPR pas het begin. Of de wet ideaal en effectief is, daar valt over te twisten. Maar hé, zo gaat dat met nieuwe regels. Aanpassen en bijvijlen is noodzakelijk. Het is ingewikkelde materie. Zo schijnt GDPR zo moeilijk te zijn, dat alleen de grote techbedrijven zich kunnen veroorloven juristen in te huren die chocola kunnen maken van wat nu wel en niet mag. Die kritiek begrijp ik. Toch is dat geen excuus om nieuwe wetgeving maar in de prullenbak te gooien.”

U schrijft dat wetgeving vernieuwing stimuleert. Innovatieve competitie is volgens u een van de sleutels tot een rooskleurige toekomst. Maar als alleen de techgiganten zich kunnen redden onder de GDPR, dan ontstaat er toch juist geen concurrentie voor Google en co?

“Dankzij de GDPR schieten nieuwe digitale start-ups als paddestoelen uit de grond. Zij bieden consumenten diensten aan die hun gegevens beschermen in plaats van exploiteren. Effectieve antitrustwetgeving, waardoor kleinere bedrijven de strijd aan kunnen binden met de tech-giganten, zal eenzelfde explosie van innovatieve ondernemingen veroorzaken. Toen de Amerikaanse overheid eind jaren negentig een groot antitrustonderzoek instelde naar Microsoft, leidde dat, kort door de bocht gesteld, tot de creatie van Google en de Web 2.0-revolutie begin deze eeuw. Niemand had ooit durven voorspellen dat het grote Microsoft zijn macht ooit zou moeten bevechten. Toch gebeurde het, door toedoen van wetgeving.

“Om serieuze competitie op de digitale markten mogelijk te maken, moeten overheden de huidige antitrustwetten opnieuw onder de loep nemen en aanpassen. Voor machtsmisbruik moeten monopolisten worden vervolgd en beboet.

“Hoe en wat die innovatieve competitie precies zal zijn, is lastig te voorspellen. Niemand die het weet. Maar deze anti-competitieve situatie, in een economie die wordt gedomineerd door slechts een handjevol reusachtige bedrijven, is niet houdbaar.”

Het is niet alleen de overheid die volgens u uit de startblokken moet schieten. Wat kunnen gebruikers zelf doen om het tij te keren?

“Niet alleen Silicon Valley moet opdraaien voor de kosten van nieuwe veiligheidsmaatregelen. Willen we kwalitatief betere producten, dan moeten we bereid zijn te betalen voor diensten en platforms als Facebook en Google. Als je ze gratis gebruikt, dan heb je geen poot om op te staan. Rechten kun je in dat geval moeilijk opeisen.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Andrew Keen: "Willen we kwalitatief betere producten, dan moeten we bereid zijn te betalen voor diensten en platforms als Facebook en Google." Beeld Patrick Post

“Net als dat we betalen voor gezond voedsel en een dak boven ons hoofd, zouden we ook bereid moeten zijn geld neer te leggen wanneer we een online zoekmachine gebruiken of contact leggen via een sociaal netwerk. Althans, wel als we kiezen voor producten die gebruikersvriendelijk zijn en onze privacy beschermen. Digitale verantwoordelijkheid is als tweerichtingsverkeer.

“Dus het is van groot belang dat we betere producten eisen, en tegelijkertijd de lat hoger leggen voor onszelf als individu. Léés de gebruikersvoorwaarden van een website of app, zoek uit wat een bedrijf met jouw gegevens doet en wees zuinig op je eigen data. Data zijn de fotoboeken en brieven van nu, ze vormen wie we zijn als mens. Houd in de gaten hoe vaak je die telefoon, tablet of computer uit je zak trekt. Technologiegebruik is inmiddels onderdeel van de gezondheid. Net als bij het eten opscheppen, naar de sportschool gaan of stoppen met roken, moet je als volwassene de wilskracht vinden je digitale demonen te weerstaan.

“Nog belangrijker is dat we die zelfregulerende wijsheid doorgeven aan kinderen en studenten. Die leren we toch ook verstandig om te gaan met tabak, fastfood en gokken? Laten we ze als ouders en docenten dan ook waarschuwen voor de gevaren van technologie.”

Hoopt u de Ralph Nader van de digitale revolutie te worden?

“Mijn boek is niet bedoeld als manifest. Ik doe geen specifieke voorstellen om de toekomst te repareren. Het bevat een heleboel materiaal, met grove streken bespreek ik brede thema’s. ‘How to Fix the Future’ is een verslag van wat andere mensen hebben bereikt, het is de weerslag van wat anderen hebben uitgedacht.

“Al mijn werk is zo generiek, eclectisch bijna. Dat komt omdat ik snel verveeld raak. Ik ben geen academicus, doe geen diepgravend onderzoek. Ik schrijf om gedachten bij anderen aan te wakkeren. Dit boek is bedoeld voor wie geïnteresseerd zijn in technologie, die niet helemaal begrijpen wat er aan de hand is maar bereid zijn om te leren hoe we de problemen kunnen aanpakken. Voor wie niet wil opgeven.

“De moraal van mijn verhaal is dat de huidige problemen niet uniek zijn. Wie de geschiedenis induikt, ziet dat machines meermaals de menselijke waardigheid wegdrukten. Maar een mix van sociale druk en technologische aanpassingen voorkwam dat keer op keer. Als we ons opnieuw gezamenlijk inzetten, zal die digitale stoelriem er komen.” 

Andrew Keen was in Nederland als gast van het John Adams Institute. Een videoverslag van een discussiebijeenkomst met hem staat op john-adams.nl/andrew-keen.

Politicoloog Andrew Keen (1960) schreef vier boeken over de schaduwzijden van de digitale samenleving. De Londenaar woont sinds 1983 in Californië. Hij werkte bij diverse internetbedrijven en leidt nu het digitale innovatiebedrijf FutureCast.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden