Ondergronds, maar bevrijdend

Vrouwenactiegroep Woza is ondergronds gegaan in Zimbabwe om aan vervolging te ontkomen. Een verboden ontmoeting in een safe house in Bulawayo.

door Sybilla Claus

Eerst met een taxi naar de opgegeven ontmoetingsplaats in een buitenwijk van Bulawayo. Al sputterend begeeft de motor het onderweg. De speurtocht naar benzine duurt eindeloos, omdat diverse stations door de crisis niets verkopen. Een uur te laat aangekomen, blijkt de afgesproken plek een bed & breakfast.

Als de taxichauffeur is verdwenen, stelt de eigenaar Jenni Williams voor. Zij is activiste van Woza, Women of Zimbabwe Arise (Vrouwen van Zimbabwe Sta op). De groep wil Zimbabwe mobiliseren met geweldloze acties tegen de dictatuur van president Mugabe, die het land in een zware crisis heeft gestort. In haar auto rijden we in het donker verder naar een vrijstaand huis. Na een druk op de claxon opent een blanke vrouw de grote poort. „Mijn naam is Trust”, zegt zij. Deze Trust doet nooit mee aan acties van de groep. Zij veegt achteraf alle kinderen en vrouwen die niet gearresteerd zijn bijeen en helpt ze aan onderdak. „Of ik breng de vrouwen in de gevangenis eten en nieuws.”

In het huis is het donker. Is het een van de beruchte stroomstoringen die het verval van Zimbabwe kenmerken? Of hebben de dames van Woza geen geld om de elektriciteitsrekening te voldoen? In de ruime, maar kale woonkamer zijn zes vrouwen te ontwaren. Een paar kaarsjes zorgen voor licht. „We moesten zo vaak bij de rechter voorkomen, dat we tot niets anders meer kwamen. Op een gegeven moment stond ik elke twee weken in de rechtbank. Toen hebben we als nieuwe strategie besloten om nog verder ondergronds te gaan. Als we een kantoor hadden, zou de politie daar razzia’s houden. Nu wonen we elk halfjaar ergens anders, en blijven we daardoor vrij ongrijpbaar”, legt Jenni Williams uit. „Zolang ik niet thuis ben, kunnen ze mij ook geen dagvaarding overhandigen. Daardoor zijn al heel wat zaken vervallen.”

De veertiger Williams is sinds de groep in februari 2003 met haar acties begon maar liefst 27 keer gearresteerd, dertiger Magodonga Mahlangu 17 keer. Zuzile steekt daar als beginner bij af met slechts acht arrestaties. Het komt uiteindelijk slechts zelden tot een proces. Intimidatie lijkt het belangrijkste doel van het regime van president Mugabe, die al jarenlang tracht alle kritische geluiden te smoren.

Wat zijn de misdaden waarvoor deze vrouwen vervolgd worden? Lachend sommen ze een rijtje op: „Het uitdelen van rode rozen op Valentijnsdag, een gebedswake in het openbaar voor slachtoffers van geweld, het maken van jam, het uitdelen van snoepjes, hardop zeggen dat we honger hebben, blokkeren van de stoep, wandelen langs de snelweg. Maar eigenlijk zijn we vooral doelwit omdat we zeggen dat we oneerlijke wetten niet accepteren.” Sokwanele, genoeg is genoeg, is het motto van Woza in de lokale Shona-taal.

’Is het hier oorlog?’ is een gedachte die onvermijdelijk opkomt als je het bijeengeraapte, ondergedoken groepje in het donker ziet zitten. In mei hebben ze nog dagen vastgezeten omdat ze protesteerden tegen de enorme verhoging van het schoolgeld in Zimbabwe. Tijdens de revolutie tegen het blanke minderheidsbewind in het toenmalige Rhodesië was gratis onderwijs een strijdthema. Tegenwoordig holt de kwaliteit van het onderwijs achteruit, terwijl door de hyperinflatie school- en examengeld maar doorstijgen. „Armen op het platteland krijgen nooit meer een diploma”, constateert Magodonga Mahlangu. „Wij hoorden dat in Insiza al kinderen van school zijn gestuurd, omdat hun ouders het schoolgeld niet meer kunnen opbrengen.”

Bij de onderwijsactie in mei in Harare en Bulawayo zijn 112 volwassenen, 73 kinderen en vijf baby’s gearresteerd. Toen ze een 17-jarige wilden gaan ondervragen – wat slaan betekent – zijn we in onze cellen allemaal gaan zingen.” Woza staat bekend om haar geweldloze acties, en elk lid kent haar rechten. De jonge vrouw dreigde met haar advocaat, agenten zijn bang om met naam en toenaam op internet te komen, en de politie weet ook dat Woza Amnesty International inlicht, dat de groep steunt, en diplomaten.

Toen de regering buitenlandse financiële steun aan non-gouvernementele organisaties (ngo’s) wilde verbieden, organiseerde Woza een mars van 400 kilometer van Bulawayo naar Harare. Steeds liepen andere vrouwen een deel van de afstand. „Op 65 kilometer afstand van Harare, het einddoel, zijn we allemaal gearresteerd”, vertelt Mahlangu. Toch wisten negen vrouwen de mars af te maken. Zij gaven een petitie aan parlementariërs, en werden toen ter plekke gearresteerd. Of de Woza-mars heeft geholpen, is onbekend, maar de beruchte ngo-wet is nooit van kracht geworden.

Hoe groot de aanhang van Woza is, valt moeilijk te zeggen. „Er zijn 200 à 300 leiders”, schat Williams, verspreid over diverse steden in Zimbabwe. Elke leider onderhoudt contact met een groepje vrouwen. Het netwerk breidt zich uit via vrouwen die het aandurven het regime te trotseren. „We zijn dit weekend net naar het stadje Chegulu bij Harare geweest. Een inwoonster had ons geschreven. Met dertig vrouwen kwamen ze meedoen aan onze training in geweldloze actie en helder krijgen wat ze willen bereiken.” Lopen zulke bijeenkomsten wel goed af, aangezien het land ook wemelt van de spionnen? „Wij hebben het geluk dat de chiefs van zo’n dorp zich niet echt interesseren voor wat vrouwen denken. Dus die weten helemaal niet dat er een bijeenkomst is.”

Officieel moet elke vergadering aangemeld worden, zodat de politie een luistervink kan sturen. Mahlangu: „Maar wij doen dat niet. Wij stellen dat we apolitiek zijn. Wij houden ons bezig met alledaagse zaken.” Eigenlijk probeert Woza te manoeuvreren binnen de democratische ruimte die de dictatuur nog open laat. Een ander verschil met vakbonden en politieke partijen is dat als Woza actie voert, iedereen de straat op gaat. „Het zijn niet louter leiders die zeggen: ’En nu moeten jullie de straat op’.”

Een wat jongere vrouw houdt zich stil. Haar naam is Nolwandle en ze is 23 jaar. „De mensen lijden. Waarom zou ik thuis blijven zitten?”, luidt de simpele verklaring waarom zij zich bij Woza heeft aangesloten. Ineens floept het licht aan. Het was dus een ’normale’ stroomuitval en geen geldtekort bij Woza dat de donkerte veroorzaakte. De achterkamer bestaat uit een slordige verzameling kleren. In het midden is een keukenblokje waar de vrouwen soms koken.

De man en zoon van Jenni Williams wonen nu in Groot-Brittannië. Ze konden het niet meer verdragen, steeds die onzekerheid hoe lang hun vrouw en moeder bij de politie zou moeten blijven. Niemand van de harde kern van Woza heeft nog een echte baan. Velen krijgen steun uit de diaspora: inmiddels zijn naar schatting drie miljoen Zimbabwanen hun vaderland ontvlucht. Zo krijgt Magodonga Mahlangu geld van een buitenlandse broer. Vinden de vrouwen het waard, om zo ondergronds te leven – om altijd te kunnen worden opgepakt, nooit te weten hoe lang je in de cel moet zitten, soms ook nog geïsoleerd van familie te wonen? „Ik probeer mezelf zo te bevrijden”, antwoordt Williams. „En op een bepaalde manier respecteert de politie ons ook. We zijn niet gewelddadig en kennen onze rechten.” Nolwandle: „Soms zeggen ze tegen ons in de cellen: ’Zing dat lied nog eens’, of leggen ze uit: ’We moeten jullie wel arresteren’.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden