Ondergang van een gedreven strandexploitant

Het Zuiderstrand bij Den Haag mocht niet langer een vrijstaat zijn. De gemeente bracht orde in de chaos en rekende en passant af met een lastige strandexploitant, die de ruiten van het stadhuis had ingetikt. Zijn oud-collega's nemen het voor hem op.

,,Leo is onrecht aangedaan. Mijn haren gaan er recht van overeind staan'', zegt strandtenthouder Lammert Bouwer. Hij heeft het over oud-collega Leo Stoter, die vier jaar geleden na een reeks conflicten het Haagse Zuiderstrand af moest en nu zo arm is als een kerkrat.

Leo Stoter leidde ruim tien jaar de vereniging van standexploitanten aan het Zuiderstrand. Bouwer noemt hem stronteigenwijs en bij gesprekken met de gemeente deed hij hem denken aan iemand, die in de Schilderswijk de profeet Mohammed beledigt. ,,Maar dit heeft hij niet verdiend'', voegt hij eraan toe. ,,De sanctie is buiten verhouding. Hij heeft zelf de gemeente een stok in handen gegeven en ze hadden hem best een tik mogen geven, maar ze hebben hem doodgeslagen.''

Stoter zelf zegt: ,,Ik ben Rotterdammer, ik ben rechtdoorzee. De laatste jaren was ik overspannen maar daarvoor functioneerde ik goed.'' In Nepal zoekt hij dezer dagen kracht in de boeddhistische wijsheid. In betere jaren zou hij nu klaar zijn geweest met de opbouw van zijn strandtent. Het strand is zijn leven. ,,Al die blije mensen, het is zo prachtig'', zegt hij. Het steekt hem dat hij zijn moeder niet meer mee kan nemen naar zijn uitspanning Aphrodite, die in containers opgeslagen ligt.

Het gevecht is voorbij, Leo Stoter ligt tegen het canvas, de arbiter heeft afgeteld. Misschien het juiste moment voor grootmoedigheid. Maar de gemeente Den Haag kan een wraakgierige god zijn. Stoters advocaat, mr. Schamle uit Rotterdam, deed in februari een elegant voorstel, nadat alle processen waren verloren. Hij vroeg om Stoter toestemming te geven nog één keer zijn tent op te bouwen, zodat hij hem kon verkopen. Want het is moeilijk een strandtent te slijten vanuit een container. Stoter had dan zijn schulden kunnen betalen. Maar wethouder Stolte liet aan gemeenteraadslid Joris Wijsmuller van de Haagse Stadspartij weten dat hij er weinig in zag. Wijsmuller: ,,Jammer, het was een kans om een punt te zetten achter een affaire, waarin ook de gemeente fouten heeft gemaakt.''

De ondergang van Leo Stoter is ook het verhaal van de gelijkschakeling van het Zuiderstrand. Het Zuiderstrand is een wereld apart, anders dan het Scheveningse strand. Dat is met boulevard, winkels, casino, verkeer en vertier, een voortzetting van de stad met andere middelen. Toeristen gaan naar Scheveningen, de meeste bezoekers van het Zuiderstrand zijn Hagenaars. Het Zuiderstrand ligt los van de stad en is te bereiken via wandel- en fietspaden door de duinen, vanuit de luxueuze Vogelwijk. De uitspanningen, ooit klein begonnen, hebben tegenwoordig websites en verzorgen optredens met live muziek.

Weinigen kunnen de veranderingen op het Zuiderstrand beter beschrijven dan Lammert Bouwer. Hij drijft er al zo'n dertig jaar zijn nering. Vroeger was er weinig overheid, je zette bij wijze van spreken ergens een caravan neer en je begon. De founding fathers waren vrijbuiters, maar ze voelden zich wel enorm betrokken bij het strand en de veiligheid van badgasten. Bouwer: ,,Dit werk was vroeger een manier van leven, nu van geld verdienen.'' Nieuwe uitbaters ontdekten het strand. Zoals investeerders uit de Vogelwijk, villabewoners, die zelden een biertje hebben getapt maar wel een bv op poten kunnen zetten, een bedrijfsleider inhuren en zo een strandtent exploiteren. Ze halen hoge omzetten en kunnen de gemeente desnoods bestoken met advocaten van het kaliber Spong. Voor sommigen is een strandtent zuiver een speculatieobject, dat je zonder een spoortje romantiek koopt of verkoopt.

Ook de bureaucratie sloeg toe. Arbowet, vreemdelingendienst, douane en wat al niet dwingen strandtenthouders tot ingewikkelde administraties. Leo Stoter stapte dit wereldje tien jaar later binnen dan Lammert Bouwer. Hij speelde een belangrijke rol bij de professionalisering, zonder, zoals Bouwer het uitdrukt, de charme van het Zuiderstrand geweld aan te doen. Stoters eerste jaar was 1986. ,,Ik had het zo lekker druk, ik voelde me een blij mannetje'', blikt hij terug. ,,Had ik me maar geconcentreerd op mijn eigen bedrijf. Had ik die andere dingen maar links laten liggen.'' Maar daar is hij de man niet naar.

In de jaren daarop maakte de overheid steeds nadrukkelijker haar opwachting op het Zuiderstrand, vaak lomp en klunzig, met zout op slakken die dat niet verdienden. Zoals de boete voor een collega van Stoter wegens een draaiende automotor op een verboden tijdstip. Dat hij een vrouw met een hartaanval naar het ziekenhuis wilde brengen legde geen gewicht in de schaal.

Het waren de eerste aanvallen op een vrijstaat die was ontstaan doordat de gemeente de boel de boel liet. Eén ambtenaar deed het hele Zuiderstrand. Bouwer: ,,Regels waren er amper, maar toch liep het goed omdat de exploitanten een code hadden. Ze voelden aan wat wel en niet kon.'' Dat veranderde toen er uitbaters kwamen zonder strandgevoel. Dat ze niet wisten dat je met 'dik water' garnalen kunt vissen is tot daaraan toe. Erger was dat ze geen EHBO-kisten aanschaften. Bar werd het toen sommigen stukken duin gingen afgraven. Het vrije spel der krachten, niet langer gestuurd door een code, liep uit de hand. Het waterschap ontwaakte en hield ineens ook exploitanten van de oude stempel streng in de gaten.''

Het gezag, dat zich ineens liet gelden, had misschien meer sympathie geoogst als het chronische misstanden had aangepakt, maar juist dat lukte niet. Ambulances blijven zelfs nu nog halsstarrig naar Scheveningen rijden als er een oproep komt van het Zuiderstrand. Na een competentiestrijd met de politie werd de brandweer verantwoordelijk voor veiligheid. Ook die bleek geen tovermiddel tegen alle kwalen, zoals een exploitant ervoer wiens kind onwel werd waarna hij veel langer dan de gegarandeerde tijd op een ambulance moest wachten. Toen hij daar iets over zei kreeg hij afgemeten en ambtelijk te horen dat hij zich tot een postbusnummer kon richten ,,als u niet tevreden bent over onze werkwijze''.

Joris Wijsmuller: ,,Het was op het Zuiderstrand een rommeltje. Daarin kwam pas verbetering nadat mensen als Stoter op de trom hadden geroffeld. Het is wrang dat juist hijzelf het slachtoffer is geworden. Dat Stoter zich als een tijger in zaken vastbeet en zelf ook fouten maakte is een ander verhaal. De gemeente heeft een lastpost uitgeschakeld, maar had ook kunnen ingaan op zijn klachten.'' Bouwer: ,,Dat waren ook de klachten van de andere exploitanten.''

Stoters grief: iedereen rommelde maar aan. Nu eens kreeg de gemeente een bevlieging, dan het waterschap of de brandweer. ,,Laten we om de tafel gaan zitten en de boel regelen'', werd hij niet moe voor te stellen. Er volgde steevast een toezegging voor een gesprek, maar dat kwam er even steevast nooit. De overheid vertoonde andere kuren, zoals aan de laars gelapte inspraakprocedures. Stoter ontploft nog als hij het heeft over een strandnota uit 1997, waarin stond dat er met alle betrokkenen was overlegd terwijl hij, als voorzitter, viermaal niet was uitgenodigd voor een vergadering. Stoter vertrouwde niet langer notulisten en legde vergaderingen vast op video, wat de gemeente prompt ook deed.

Toen het privé minder ging, raakte hij overspannen en beging hij fatale fouten. Op papier ziet het conflict tussen Stoter en de gemeente er daardoor kraakhelder uit. Dat vonden diverse rechters ook en ze gaven allen Stoter ongelijk. Hij had niet op tijd een pachtschuld voldaan en geweigerd een huurcontract te ondertekenen. Een ambtenaar deed aangifte van bedreiging. Voeg daarbij dat Stoter in 1999 ruiten van de gemeentelijke ombudsman en het kantoor van burgemeester Deetman met een voorhamer heeft ingetikt (,,Om een frisse wind te laten waaien in het stadhuis'') en het ligt voor de hand dat rechters hun beeld snel hadden gevormd: een onmogelijke, misschien zelfs gevaarlijke querulant.

Wijsmuller: ,,Zoiets als die ruiten vergeven ze je in het ijspaleis (Haagse stadhuis) nooit. Het is ook niet goed te praten. Ik heb niet de illusie dat het ooit nog in orde komt tussen Stoter en de gemeente Den Haag. Maar juist daarom is het jammer dat ze niet zijn ingegaan op het voorstel van de advocaat. Want de fout lag niet alleen bij hem.''

Stoter moest nog 12000 gulden pacht betalen. Daarom en vanwege dat huurcontract moest hij van het strand weg. En misschien ook omdat hij een kwelgeest voor bestuurders is. Bouwer: ,,Het gevecht werd voor Leo een doel op zich. Ik proefde in hem iets van LPF-sentiment.'' Zelf wil Stoter daarvan niet weten. Dat zei hij ook tegen Pim Fortuyn, die hem 'onze kritische boeddha' doopte.

Zijn collega's hadden het huurcontract, op zijn aanraden en onder protest, wel getekend. Stoter wilde symbolisch, als voorzitter, de handtekening weigeren. Bouwer: ,,Dat was donquichotterig gedrag. Daarop hebben ze hem gepakt.'' De pachtschuld was niet indrukwekkend, anderen liepen jaren achter. Stoter had brand gehad en wilde de schuld voldoen met verzekeringsgeld. En de rekeningen van de gemeente waren een chaos. Toen Stoter alsnog het contract wilde tekenen, was het te laat. Bulldozers walsten zijn terp weg terwijl hij in het buitenland was.

Een woordvoerder van wethouder Stolte vindt de handelwijze van de gemeente niet hardvochtig. ,,Hardvochtig is iemand die de kamer van de burgemeester kort en klein slaat. We hebben van de rechter gelijk gekregen. En het strand is er niet om koopwaar uit te stallen. Als iemand zijn plek wil, dan willen wij overigens wel vertellen dat meneer Stoter een strandtent in de aanbieding heeft.''

,,Zo behandel je niet iemand, die 14 jaar op het strand heeft gestaan'', zegt oud-collega Jurgen Böhmer. ,,Het was: 'Ha! Nu hebben we je'.'' Volgens zijn informatie zijn er tachtig gegadigden voor Leo's plek, maar hij sluit uit dat iemand zijn spullen zal overnemen, nadat die jaren in een vochtige container hebben gezeten en onder de paddestoelen en zwammen zitten. Böhmer is nu ambtenaar. ,,Een verrader dus'', grijnst hij. ,,Leo keek vreemd toen hij dat hoorde. Ik was het voor 80 procent met hem eens. Die 20 procent zijn dingen als die ruiten. Hij wilde aandacht, als hij bij Deetman echt de boel kort en klein had willen slaan, dan had hij ook wel even alle computers vernield. Leo riep wel eens wat, maar was niet gevaarlijk.''

Volgens Böhmer deed Stoter vooral de eerste jaren goede dingen voor collega's, bijvoorbeeld als de gemeente een toegangspad afsloot en zo een strandtent wurgde. Stoter voorkwam dat Böhmer vierduizend gulden moest betalen voor herstel van een fietsenstalling, die was vernield bij 'vreugdevuren' bij de jaarwisseling. Böhmer: ,,Dan mag ineens alles. Er rijden dan zomaar auto's door de duinen, om pellets en kerstbomen aan te voeren. Het strand ligt vol spijkers. Er zijn hakenkruisen en teksten als 'dit is een blank strand'. En dat laten ze elk jaar maar toe. Terwijl ze Leo treiterden met boetes.''

De gelijkschakeling van de vrijstaat Zuiderstrand wordt volgend jaar totaal. De gemeente trekt dan de huren op naar het niveau van Scheveningen. Er is nu fatsoenlijke elektriciteit en riolering.

Stoter voerde zijn strijd in de overgangsperiode van vrijstaat naar geordende samenleving. Volgens Bouwer heeft hij de tekenen van de tijd niet begrepen: ,,Hij ontdekte te laat dat het menens was. We dachten dat ze hem een jaar zouden schorsen. Maar ze wilden een voorbeeld stellen. Het idiote is dat het werkt.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden