Onderaards

De bloemist, de hotelier, de oud-wethouder en de boekhouder zijn er heilig van overtuigd. Onder het stadje Appingedam, beweren ze, bevindt zich een kilometerslang, middeleeuws gangenstelsel. Het valt niet mee het bewijs te leveren. Toch speurt het viertal onverdroten voort. Wim Hartlief: “Die tunnels moeten er gewoon zitten. Als we dat kunnen aantonen, hebben we wereldnieuws.”

Geruchten over onderaardse gangen circuleerden al geruime tijd op verjaardagsvisites in de Noord-Groningse gemeente. Anderhalf jaar geleden besloten Hartlief, Eltje Bos, Ger Kuipers en Jan Bult op onderzoek uit te gaan. Ze richtten een stichting op en de publiciteit daarover bracht een stroom van tips en verhalen op gang. “Drie oude dames die vroeger in een bakkerij hier in Appingedam werkten, hebben ons onafhankelijk van elkaar verteld dat ze via een kelderdeur in een gang zijn geweest die doorliep tot onder het Damsterdiep”, zegt bloemist Hartlief, die er tot zijn spijt aan toe moet voegen dat de kelder inmiddels bleek te zijn dichtgestort.

Een andere bron meldde dat leden van de toenmalige plaatselijke communistische verzetsgroep de tunnels in de oorlog gebruikten als onderduikplek en als vluchtroute. En oud-timmerlieden onthulden dat ze tijdens werkzaamheden op gewelven waren gestuit.

Het zijn nog lang niet alle aanwijzingen voor het bestaan van in totaal zeven gangen die eeuwen geleden door de 'Damsters' zouden zijn gegraven om kloosters met elkaar te verbinden, de bevolking te beschermen tegen aanvallers en voedsel het stadje in en uit te smokkelen. Zo is er ook een oudere inwoner van Appingedam, die de speurders attent maakte op een gang onder de Nicolaïkerk.

Begin jaren vijftig, tijdens de restauratie van de kerk, zou de man in die gang zijn geweest, samen met een vriend die astma had. Omdat de meegebrachte kaarsen door zuurstof gebrek doofden en de vriend benauwd werd, keerde het tweetal na twintig meter terug. Volgens Hartlief is met een uit Amerika afkomstige, gratis beschikbaar gestelde grondradar een booggewelf gelokaliseerd op de plaats waar destijds de ingang zou hebben gezeten.

Maar bij deze ontdekking is het tot nu toe gebleven. “Door zoutkristallen in de bodem konden de stralen van de radar niet diep genoeg komen. De software in het apparaat was alleen geschikt voor zandgrond.”

En zo is er steeds wat. Bij het natrekken van informatie lopen de amateuronderzoekers elke keer geheel of grotendeels vast. Spitten ze weer ergens een tuin om, vinden ze weer geen tunnels. Wel stuiten ze nu en dan op andere historische bijzonderheden. De bloemist: “We hebben een joodse wasplaats voor vrouwen gevonden, daarvan schijnen er in Europa maar twee te zijn.”

Ze hebben hun hoop nu gevestigd op een nieuwe zoekactie met de grondradar, zodra het is gelukt de software aan te passen. Ondertussen is het stadje verdeeld in twee kampen: “Er zijn mensen die zeggen: 'Ach, laat ze maar spelen'; en anderen die zeggen: 'Jongens, ga door, jullie zitten op de goede weg.”

De provinciale archeoloog neemt het viertal niet serieus. Maar dat kan Hartlief niets schelen. Die laat zich zijn droom niet afpakken. De hele Appingedamse economie, inclusief zijn eigen bloemenzaak, zou enorm gebaat zijn bij een toeristische attractie als een onderaards gangenstelsel, mijmert hij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden