Onder hoede Esayas maakt sprinter Van Luijk snelle ontwikkeling door

Nederland werd na het estafettebrons op de WK van 2003 niet het sprintland waarop werd gehoopt. Vandaar dat het jonge, snel ontluikende talent Patrick van Luijk ingetogen wordt gebracht.

Achttien maanden pas doet Van Luijk (21) aan atletiek, en de eerste EK-limiet is al uit zijn benen gerold. „Dit heb ik in de atletiek nog nooit meegemaakt”, zegt zijn trainer Errol Esajas.

De sprintcoach, onder meer de conditietrainer van de tennisser Raemon Sluiter, loopt lang genoeg mee om de verwachtingen niet te snel op te schroeven. Esajas spreekt van een introductiejaar, „volgend jaar kan hij daarvan de vruchten plukken. Er zit bij hem nog veel meer in.”

Esajas roemt Van Luijks mentaliteit, die hij in de moderne atletiek als een verademing ervaart. „Je ziet talenten komen en gaan. De meeste maken de fout dat ze te snel tevreden zijn. Bij Patrick is dat precies het tegenovergestelde. Daarbij is hij heel serieus en gedisciplineerd.”

Dat laatste heeft de sprinter volgens Esajas geleerd in de periode dat hij jeugdvoetballer was bij Dordrecht en Feyenoord. Daarna bekwaamde de zoon van een Nederlandse moeder en een Jamaicaanse vader (de laatste verdween uit zijn leven toen van Van Luijk elf jaar was) zich in de Japanse vechtsport ninjutsu. Daar heeft hij zijn reactievermogen, explosiviteit, concentratie en het omgaan met druk ontwikkeld.

Achttien maanden geleden stimuleerde zijn toenmalige vriendin hem bij de plaatselijke atletiekvereniging in Oud-Beijerland te gaan kijken. De introductiedag waarop alle disciplines de revue passeerden duurde hem te lang, tot als laatste onderdeel de sprint aan bod kwam. Van Luijk wist meteen dat hij zijn bestemming had gevonden.

Vorig jaar februari nestelde Patrick van Luijk zich onder de vleugels van Esajas, waarna hij zich verbazingwekkend snel ontwikkelde. Vorige maand resulteerde dat in Hoorn op de 200 meter in 21,04 seconden, voldoende voor de ’jongerenlimiet’ (zie box) voor de Europese kampioenschappen in Gotenburg.

Dat zal nog niet voldoende voor plaatsing zijn, weet Van Luijk. „Er zijn genoeg anderen die de A-limiet zullen lopen, die gaan dan voor. Maar als ik op de 100 of 200 meter Nederlands kampioen wordt, dan ga ik wel. Dat is het doel voor dit jaar.”

Van Luijk is niet de bluffer die zegt dat hij de toekomstige wereldrecordhouder of olympisch kampioen is. Maar op dat niveau ligt wel zijn ambitie. „Ik kan niet tegen mijn verlies, daar word ik chagrijnig van. Ik ben ook niet snel tevreden. Alles kan beter, kracht, inhoud, snelheid, techniek, explosiviteit. Ik ben er nog lang niet.”

Voorlopig laat hij zich geheel door Esajas leiden. Bij zijn intrede tot de atletiek verbaasde de hbo-student integrale veiligheid zich over de mate waarop atleten met hun trainers in discussie gaan. „Dat is iets wat ik in ninjutsu niet ben tegengekomen. Je keek wel uit, zeker als je nog met je trainer moest sparren. Wat heb ik te discussiëren? Ik kom net kijken, waarom zou ik het beter weten dan de coach?”

Slechts één ding lijkt Van Luijk liever te negeren: zijn blessuregevoeligheid. Als hij er naar wordt gevraagd, noemt hij ’slechts’ de klachten aan zijn knieholten en schenen.

Esajas: „Hij is erg sterk, maar een sprinter heeft meer nodig. De hele winter heeft hij last gehad van zijn schenen. Hij heeft klachten aan de rug, aan de aanhechtingen in de knieholten en aan de bilspier. Hij kan door kleine pijntjes niet echt doortrainen.”

„We hebben op de rem getrapt, hij loopt slechts één afstand per wedstrijd, waarbij zaterdag in Leiden de 100 meter centraal staat. Daarna gaat hij met de estafetteploeg mee op trainingsstage in Griekenland. Niet om meteen al in het team te lopen, wel om alvast aan de ploeg te wenden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden