Onder het motto 'Onrecht verjaart niet' eisen de Duitsers compensatie

MÃœNCHEN - Werner Lebeth (73) zit in zijn geparkeerde Opel-Kadett en uit het geopende raampje schalt muziek van het blaasorkest van Ernst Mosch. Op zijn hoofd draagt hij een groen vilten petje met een geel kruis erop. Een traditioneel hoofddeksel uit zijn Heimat, legt hij uit. Die Heimat - het vroegere Sudetenland - is vijftig jaar geleden verloren gegaan, al zou je dat op deze Pinksterzondag in München niet zeggen.

Het complete beursterrein met zijn 24 enorme hallen is dezer dagen gereserveerd voor de Sudeten-Duitsers en zeker honderdduizend van hen zijn gekomen. In de meeste hallen staan lange rijen met biertafels opgesteld. Erboven hangen aanduidingen met de districten uit Sudetenland: Eger, Reichenberg, Brünn, Sternberg, Karlsbad - allemaal vergane namen, net als die, die op kartonnetjes op de tafels zijn aangebracht en die de namen van de dorpen en gemeenten aangeven: Wintergrün, Kirchenbirk, Schönhengstgau.

Aan die tafels zitten Werner Lebeths land- en lotgenoten, verreweg de meeste van hen bejaard en grijs: een aanblik, die deze 46ste Sudetendag tot een reusachtig evenement voor 65-plussers lijkt te maken. Opvallend is de eenvoud van hun kleding - voor zover ze tenminste niet in klederdracht zijn komen opdagen - die nog altijd hun rurale afkomst verraadt, plattelanders zijn de meesten ook na hun verdrijving in '45 gebleven.

Ook Werner Lebeths ouders bezaten een boerderij, vlak buiten wat vroeger Marienbad heette. Na de val van het communisme in 1989 keerde hij er terug en sprak met de vriendelijke Tsjech die de boerderij van de staat heeft gepacht. Die staat wil weliswaar verkopen, maar zelfs als Lebeth juridisch de mogelijkheid zou hebben zijn vroeger bezit terug te kopen (wat hij als Duitse staatsburger niet heeft), dan nog zou hij daarin niet meer geïnteresseerd zijn. “De hele zaak is in verval, wat moet ik daar nog op mijn leeftijd? Tsjechisch leren zeker. Mijn kinderen hebben een eigen bestaan in de bondsrepubliek opgebouwd, die hoeven niet zo nodig.”

Lebeth geniet van zijn pensioen en leidt de fanclub van Ernst Mosch en zijn 'Egerlünder Musikanten' - Sudetenduitse Heimatmuziek. “Het meest succesvolle blaasorkest van de wereld, wist u dat? 35 miljoen verkochte elpees. . . We hebben ooit bij u in Eindhoven opgetreden. Drieduizend mensen in de tent en er bleef geen oog droog.” Hij laat nog een elpeehoes uit de jaren zestig zien, voor de Hollandse markt. 'Ernst Mosch speelt: Daar bij die Molen, Drika en Lubbert, Ik hou zoveel van jou' etc, etc. Sudetenduitse exportwaar.

De rest in München is nostalgie, gonzende hallen vol nostalgie. Men bakt de Karlsbader koek of braadt de Egerse stadworst, bladert in oude foto-albums of tuurt op oude landkaarten waarop grote delen van Bohemen nog Duitse namen dragen, zelfs een satellietfoto van de Heimat is beschikbaar.

'Onrecht verjaart niet' luidt het motto van deze Sudetendag, die door een grote delegatie van vooral Tsjechische journalisten nauwlettend bekeken wordt. Want hier in München ligt de sleutel voor een mogelijke verbetering van de Duits-Tsjechische verhoudingen. Het onrecht waarop het motto doelde is het onrecht van de onteigening en verdrijving van circa drie miljoen Sudeten-Duitsers uit Tsjechoslowakije, in de maanden en jaren na de Duitse capitulatie. Niet alleen vielen daarbij tienduizenden doden, de toenmalige Tsjechoslowaakse president Edvard Benes legitimeerde de verdrijving nog eens per decreet en liet op 8 mei '46 per wet vastleggen dat de aan de Sudetenduitsers begane wreedheden niet vervolgd zouden worden.

En dat steekt nog steeds. Weliswaar verontschuldigde de Tsjechische president Vaclav Havel zich in februari dit jaar voor de verdrijving van toen en ook premier Vaclac Kraus veroordeelde onlangs de wreedheden, maar afstand nemen van de Benes-decreten en de zogeheten 'amnestie-wet' ging de regering in Praag te ver. Onder de Tsjechen overheerst de opvatting dat de Sudetenduitsers zelf het onheil over zich hebben afgeroepen toen ze in 1938 Hitler omhelsden en de annexatie van Sudetenland door nazi-Duitsland toejuichten. Bovendien vreest Praag een lawine van aanspraken als de Benes-decreten zouden worden opgeheven.

In de Bondrepubliek werden de Sudetenduitsers politiek vertegenwoordigd door de Beierse CSU - Beieren was de uitwijkplaats voor verreweg de meeste Sudetenduitsers en voor de CSU vormen ze nog altijd een aanzienlijk electoraat. En omdat de CSU in de verbinding met de grote zusterpartij van de CDU ook in Bonn de grootste regeringspartij vormt, dient zelfs bondskanselier Helmut Kohl met de Sudetenduitsers rekening te houden.

Dat bleek vorige week nog eens in de Bondsdag bij een debat over de verdrijvingen, toen Kohl het niet over zijn hart kon verkrijgen de nog levende Tsjechische slachtoffers van de nazi-terreur smartegeld in het vooruitzicht te stellen, zoals Duitsland wel bij Russen en Polen had gedaan. Kohl kon dit niet omdat de Sudeten-duitsers omgekeerd een schadeloosstelling van de Tsjechische regering eisen voor 28 000 vierkante kilometer onteigend land en 150 miljard D-mark aan verloren vermogen. En elk jaar weer sturen de christen-democraten een hoge politieke vertegenwoordiger uit Bonn en uit München naar de Sudetendagen, ook dat is uitdrukking van het politieke gewicht dat aan de vergrijzende groepering nog wordt toegekend.

Deze Pinksteren is het de beurt aan de Beierse CSU-minister-president, Edmund Stoiber, om de Sudetenduitsers toe te spreken. Enkele duizenden hebben zich in hal 24 verzameld om Stoiber te horen, maar ook om de vice-voorzitter van de bondsdag Antje Vollmer (lid van de Groenen) uit te fluiten die de Sudetenduitsers ertoe had willen manen van oude aanspraken af te zien en aan een verzoening met de Tsjechen bij te dragen.

Over verzoening spreekt ook Stoiber maar hij stelt onder luide bijval wel een conditie: dat de Tsjechen de Benes-decreten en de amnestiewet van '46 ongedaan maken. Nog luider wordt de bijval als Stoiber met het oog op een Tsjechische toetreding tot de Europese Unie zegt dat “de Benes-decreten niet thuishoren in het Europese huisregelement”.

Bij de uitgang heeft Willibald Matzke aandachtig geluisterd. Om zijn bovenarm draagt hij een witte band met een zwarte 'N' erop gedrukt. Die N staat voor het Tsjechische Nemec - wat 'Duitser' betekent. “Elke Duitser was in '45 verplicht zo'n band te dragen”, zegt Matzke - een bittere verwijzing naar het nazi-voorschrift van de Davidster. Negen jaar was Matzke toen hij uit Tsjechoslowakije moest vluchten waar zijn familie een huis bezat in Praag en een landhuis in Sudetenland. Waarom draagt hij die N nu nog? “Omdat het niet vergeten mag worden. Als vreugdevuur bij een ontvangst voor Benes hebben ze mijn grootmoeder met benzine overgoten en verbrand.”

Voor de Tsjechen heeft hij alleen maar verachting over. Die bitterheid is in die hallen in München nog voelbaar en als buitenstaander kan men zich niet aan de indruk onttrekken dat hier temidden van vergeelde foto's en verjaarde landkaarten het zelfbeklag de boventoon voert. “We zijn geen schare van op revanche beluste fanaten”, zegt een man die met een oud vaandel rondloopt, “maar we worden gedreven door een enorme liefde voor onze Heimat. Daaraan is toch niks verkeerd?”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden