Onder de zilveren koepel van Rotterdam

Rotterdam lonkte met kunst - het is de week van Art Rotterdam - maar eigenlijk ging ik voor Rotterdam.

Voor het licht.

De enige stad met een skyline.

Er is zoveel hemel in Rotterdam.

En omdat ze dat weten, bouwen ze er zo hoog. Je zou denken van niet, maar die hoge gebouwen scheppen nog meer hemel. De hemel gaat ervan koepelen - als dat een Nederlands werkwoord is.

Het begint eigenlijk al bij aankomst op CS. Eerst rijd je kilometers lang door platte polders (gisteren besneeuwd) met veel uitspansel, dat op het land lijkt te drukken als een zware last. Maar bereik je het station van Rotterdam dan begint de gewaarwording van hoogte, met die i-grecs van staal die een hoge overkapping schragen. Je passeert even een brede traverse en dan komt het echte werk.

Zich bewust van hun hemel hebben ze het dak van de nieuwe hal in een hoge punt naar boven laten wijzen. Ruimte zat. En eenmaal buiten de hal roept ook de hele omgeving: kijk eens naar onze hemel!

Wie zoveel hemel heeft, heeft heel veel licht. Het licht in Rotterdam is zilver - dat komt door de Maas. De Maas kaatst het licht terug, veel meer dan het Amsterdamse IJ, dat het licht absorbeert. Het licht in Amsterdam is goudachtiger, donkerder, zoals Breitner het schilderde.

De Maas, dat is al de zee.

Rotterdam, stad aan de wereldzee.

Als de zon in Rotterdam schijnt, zoals gisteren, dan is dat licht oogverblindend. Ze zouden bij CS zonnebrillen moeten uitdelen.

Ik dook eerst de metro in, met die Gotham City-achtige M, om bij de Rijnhaven weer bovengronds te komen. Het licht is hier dronkenmakend. De blik is vrij over de havenhoofden van Zuid en Katendrecht. Water ingeklonken tussen silo's en wolkenkrabbers. En aan de horizon een kranenwoud.

Ik tolde de Afrikaanderwijk in, op zoek naar een spectaculaire installatie in zes leegstaande woningen (een installatie van Marjan Teeuwen) en passeerde het Afrikaander Plein, waar juist de markt gaande was. Stallen en kramen, in wonderlijke combinaties vereend; de wijting tegenover de beha's, de wierook tegenover de aubergines, de limoenen tegenover de pannensponzen. En ertussen: flarden zangerig Nederlands, gemengd met Arabisch, Creools en Papiaments - sedimenten van de wereldzee.

De installatie aan de Putse Bocht was nog gesloten, dus keerde ik terug naar de silo's, langs de kade van de Maashaven en de brede boeg van Zwarte Zwaantje, om in een honderd jaar oud pakhuis dat Santos heette kunst te gaan kijken.

Had het licht en de stad me al dronken gemaakt, bij de kunst duizelde het me nog meer, verdieping na verdieping, kunstenaar na kunstenaar, ieder bewaakt door een galeriehouder, die ik niet durfde aanschieten uit angst voor toelichtingen die ik niet begrijpen zou.

Naar buiten, naar buiten. Daar wachtte nog een loods vol kunst, in een afgeknaagd en magnifiek bouwwerk aan de Rijnhaven.

En boven alles dat Rotterdamse hemelgewelf.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden