Onder de toga’s van professoren is het een vrolijke boel

Nicole Juffermans Beeld Saskia Aukema

Voor de toga van een hoogleraar gelden strenge eisen. Maar de voering mogen ze zelf kiezen: ‘Dat is mijn binnenpretje in die soms wat stijve academische wereld.’

Het is een indrukwekkend gezicht: een stoet professoren die voorbijtrekt. Het is stil en iedereen moet staan, schrijft het universitaire protocol voor. De sfeer is gewijd. Ook de gewaden boezemen gezag in. De toga’s: lang, zwart, statig, over de gewone kleding gedragen. Met al dat extra textiel over hun schouders lopen ze niet, ze schrijden.

Hoogleraren dragen hun toga bij alle officiële gebeurtenissen: bij hun inauguratie als hoogleraar, bij de opening van het academisch jaar, bij promoties en soms ook bij het afstuderen van hun studenten.

Als de hoogleraar in kwestie na afloop van de ceremonie in gewone kleren een biertje staat te drinken of - ooit eens gezien - een overtuigend human beatbox-optreden geeft, is het toch even knipperen met de ogen: o ja, het waren gewoon mensen.

In Nederland zijn zo’n 4500 hoogleraren in dienst van universiteiten, en ieder jaar stijgt dat aantal licht. Vrouwen zijn nog altijd zeer sterk ondervertegenwoordigd met 18 procent.

Op welke manier krijgen die kersverse hoogleraren hun toga eigenlijk overhandigd? Het ontnuchterende antwoord binnen die wereld vol ceremonie en traditie is: dat gebeurt niet.

Dure aankoop

De hoogleraar moet zelf zijn toga aanschaffen, die hij vervolgens zelf moet ophalen bij de maker, en dat is het dan. Omdat sommige toga’s een bescheiden trouwjurk in prijs niet veel ontlopen, zijn er ook professoren die zich tevreden stellen met de leentoga’s die universiteiten standaard beschikbaar stellen - dat scheelt ook gelijk een hoop gezeul, want zo’n toga vult een middelgrote rolkoffer.

En wat als je wél besluit een toga op maat te laten maken? Er zijn enkele gespecialiseerde togamakers in Nederland. Zij kennen de lange lijsten met eisen en wensen waaraan de toga’s moeten voldoen - voor iedere universiteit zijn die ook weer anders. Radboud Universiteit Nijmegen? Zwart met rode bies! Universiteit Leiden? Helemaal zwart! Universiteit van Amsterdam? Tja, dat ligt dan weer aan de faculteit waaraan iemand werkt. De kenner ziet dus direct aan de toga tot welke universiteit de eigenaar ervan behoort.

De ceremoniemeester van alle universitaire rituelen, oftewel de pedel, checkt het allemaal nauwkeurig: als het wapen van de universiteit niet op de goede plaats zit of de biezen niet genoeg kloppen, dan loopt een hoogleraar het risico dat hij zijn toga niet mag dragen. Maar bij al dat uiterlijke vertoon is er één terrein waarover de pedel niks te zeggen heeft: de binnenkant van het gewaad.

Meester-kleermaker Hettie van der Peet van De Togamaker in Amsterdam: “We moeten tóch een voering in zo’n toga naaien, dan maar liefst een die uniek is.” Wie in haar atelier aan de Keizersgracht rondloopt, ziet inderdaad overal restjes tijgerprint, koeienmotief en roze pluche liggen, waarvan de grote lappen nu, binnen in de toga’s, in kasten van hoogleraren hangen - en trouwens ook van advocaten, want voor hun geldt ongeveer hetzelfde.

Van der Peet: “Die gepersonaliseerde toga’s maken het voor iedereen leuker: voor mij tijdens het naaien, en vooral voor de hoogleraren, die we het genoegen gunnen van een klein geheimpje. Leuk toch, zo’n verborgen uitspatting van eigenheid tussen al die regeltjes waarbinnen ze zich moeten bewegen?”

Tekst loopt door onder de afbeelding

Nick van Dam Beeld Saskia Aukema

‘Eigenlijk wilde ik Kuifje worden’

Nick van Dam, sinds 2016 hoogleraar ‘Corporate Learning & Development’ (Nyenrode)

In de toga: Kuifje en Bobbie

“Als journalist de hele wereld over reizen, avonturen beleven en verslag doen van mijn belevenissen - eigenlijk wilde ik Kuifje worden”, zegt Nick van Dam. Het lot stak daar een stokje voor: hij werd uitgeloot voor de School voor journalistiek en besloot zich in te schrijven voor een studie economie. Toen hij na zijn afstuderen ging werken op het interne opleidingscentrum van een internationaal automatiseringsbedrijf, beviel hem dat gelijk: “Ik merkte dat ik het heel leuk vond mensen verder te helpen in hun leven en werk - ik zeg altijd: om de beste versie van jezelf te worden.”

Van Dam werd via extra studies en veel praktijkervaring expert op het gebied van ‘leren en ontwikkelen’. Inmiddels is hij bij het adviesbureau McKinsey wereldwijd verantwoordelijk voor de ontwikkeling van mensen binnen de firma en is hij als gasthoogleraar verbonden aan universiteiten in Pennsylvania en Madrid. Vorig jaar kwam daar het hoogleraarschap op Nyenrode bij - het ambt waarvoor hij de toga liet maken.

Wie kijkt naar de technologische ontwikkelingen van de laatste decennia - internet, smartphones, robots - ziet al snel dat de vernieuwingen elkaar in steeds sneller tempo opvolgen. Tel daarbij op dat mensen steeds langer moeten werken en het is volgens Van Dam zonneklaar: blijven leren is voor werknemers belangrijker dan ooit. “Mijn zoon van 20 zal minstens tot zijn 72ste moeten werken. Daarmee bevindt hij zich zo’n 50 jaar op de arbeidsmarkt, terwijl de technologie maar blijft veranderen. Banen zullen verdwijnen en nieuwe banen ontstaan. Naar schatting twee derde van de huidige basisschoolleerlingen krijgt ooit een baan die nu nog niet bestaat. Wie zich niet ontwikkelt, loopt kans zichzelf buitenspel te zetten.”

Tekst loopt door onder de afbeelding

Beeld Saskia Aukema

Een belangrijke belemmering om te blijven leren, is angst voor het onbekende: “Leren doe je vaak pas als je buiten je eigen vertrouwde wereldje stapt, en sommige mensen hebben daar moeite mee. Bij Nyenrode denken we na over de vraag hoe we mensen net dat zetje in de goede richting kunnen geven.”

Anders dan wetenschappers tot relatief kort geleden dachten, kan dat leren tot hoge leeftijd doorgaan: “Uit hersenonderzoek blijkt dat je brein flexibel is, en tijdens je leven kan veranderen zolang je openstaat voor nieuwe impulsen. Als je op latere leeftijd iets leert, kunt je juist heel goed allerlei dwarsverbanden leggen tussen verschillende kennisgebieden en je eigen levenservaringen.”

Hoewel hij officieel geen journalist is geworden, zijn de dromen van weleer wel degelijk uitgekomen. “Ik zit de helft van de tijd in het buitenland en ik schrijf veel boeken, ook voor het grote publiek. Als ik dan een cappuccino zit te drinken op mijn vaste adresje in Central Park en wat in mijn notitieblok krabbel, dan voel ik me toch een beetje Kuifje in Amerika.”

Tekst loopt door onder de afbeelding

Ella Hendriks Beeld Saskia Aukema

‘In iedere sliert verf zitten subtiele kleurstrengen’

Ella Hendriks, sinds 2016 hoogleraar Conservering en restauratie van cultureel erfgoed (UvA)

In de toga: Het schilderij ‘Veld met irissen’’ , Vincent van Gogh

“Vincent van Gogh schilderde snel maar niet wild , zoals vaak gedacht wordt. In iedere streek is te zien hoe spontaniteit en beheersing bij hem samengingen, in iedere sliert verf zitten subtiele strengen van verschillende kleuren - geen vervalser die het hem kan nadoen.” Er zijn maar weinig mensen die het werk van Van Gogh zó gedetailleerd hebben bestudeerd als Ella Hendriks. Anderhalf jaar bekeek ze door een microscoop Van Goghs doek ‘Veld met irissen’ uit mei 1888. Millimeter voor millimeter verwijderde ze grotendeels de vernislaag die een restaurateur in 1927 op het schilderij had aangebracht: “De toen nog jonge en relatief onervaren restaurateur bouwde in zijn tijd uiteindelijk een goede naam op, maar net als zijn tijdgenoten gebruikte hij methodes die vooral geschikt waren voor schilderijen van de oude meesters die doorgaans oorspronkelijk gevernist waren. Van Gogh wilde juist breken met die traditie door het te laten bij de matheid van de verf zelf. Door de vernislaag die er door die restauratie alsnog kwam, werd het doek een gladde spiegel in plaats van de woeste zee aan penseelstreken waar Van Gogh om bekendstaat.”

Hendriks peuterde alle zichtbare vernis uit het verfreliëf met geavanceerde wattenstaafjes gedrenkt in een oplosmiddel, een zacht penseeltje en een zogeheten microtool. Het is waarschijnlijk het laatste kunstwerk dat ze persoonlijk heeft gerestaureerd. Na dertig jaar werken, eerst in het Frans Hals- en daarna in het Van Goghmuseum, heeft ze de overstap gemaakt naar de wetenschap. In september werd ze benoemd tot hoogleraar Conservering en restauratie bij de afdeling Kunst- en Cultuurwetenschappen aan de Universiteit aan Amsterdam. Het gaat om een jonge opleiding: pas tien jaar geleden opende die haar deuren. Het is de enige plek in Nederland waar je een universitaire (post-)masteropleiding tot restaurator kunt volgen.

Tekst loopt door onder de afbeelding

Beeld Saskia Aukema

“Met de lessen en de begeleiding die ik geef aan de specialisten van de toekomst kan ik het vak verder brengen. Met mijn ervaring weet ik waar ik het over heb. Neem nu de gele bloemenstipjes in de baret - op het schilderij bleken die in de loop der tijd donkerder te zijn geworden en we wilden graag weten hoe dat kwam. Doordat Van Gogh een instabiele verfsoort gebruikte? Soms wist Van Gogh dat zijn gele verf kon verkleuren, maar dan gebruikte hij het toch vanwege het sensationele effect. Maar in dit geval bleek de verandering een andere oorzaak te hebben: de bruine kleur was een restant van de laatste restauratie.

Aan de keuze van de schilder veranderen we niets, maar ingrepen van eerdere restauratoren kunnen in principe ongedaan gemaakt worden.

Natuurlijk zal ik het werk in het museum missen, maar ik moest deze stap maken: ik heb heel lang diagnoses gesteld en ‘patiënten’ genezen, nu wil ik nog beter de oorzaak van de ziektes begrijpen.”

Tekst loopt door onder de afbeelding

Aerdt Houben Beeld Saskia Aukema

‘De financiële sector wordt bepaald door kuddegedrag’

Aerdt Houben, sinds 2015 hoogleraar ‘Financial Policies, Institutions and Markets’ (UvA)

In de toga: de trek van de wildebeesten door de Serengeti in Tanzania

Aerdt Houben was erbij, de ochtend dat tienduizenden wildebeesten de Mara-rivier in Tanzania overstaken als onderdeel van hun jaarlijkse trek. “Het was een overweldigend spektakel. Je ziet die beesten wachten en aarzelen, en opeens gebeurt het: eentje waagt het erop, en vervolgens komt die hele kudde in beweging. Hoewel niet alle beesten een even gunstige positie hebben om over te steken, beslissen ze op hetzelfde moment: wij gaan dit doen.”

Hij was getroffen door de parallellen met de financiële sector: “Ook die wordt in belangrijke mate bepaald door kuddegedrag.” Als directeur Financiële stabiliteit bij de Nederlandsche Bank maakte hij de crisis mee die tien jaar geleden in gang gezet werd met de val van de Amerikaanse bank Lehman Brothers. Houben vergezelde toenmalige president van de Nederlandsche Bank Nout Wellink in het overleg met minister van financiën Wouter Bos over het noodplan voor de financiële sector: “Ik herinner het me allemaal als de dag van gisteren. Na het faillissement van Lehman durfden de banken elkaar onderling geen geld meer uit te lenen. ING was volgens de boekhouding financieel gezond, maar geen instelling durfde die bank een stuiver uit te lenen, waardoor de merkwaardige situatie ontstond dat de bank toch overeind gehouden moest worden door staatssteun. We konden in het begin amper begrijpen wat er gebeurde. De ene dag gaf de overheid steun aan Fortis, en de dag erna stroomde het geld weg uit de bank - precies het tegengestelde van wat je zou verwachten. De kudde was toen zó hard aan het rennen dat er geen houden meer aan was. Die actualiteiten staan nog niet in de leerboeken, dus deze verhalen uit de praktijk zijn voor mijn studenten heel waardevol.”

Tekst loopt door onder de afbeelding

Beeld Saskia Aukema

Inmiddels zijn er veel extra maatregelen genomen. Banken moeten bijvoorbeeld grotere buffers hebben, vooral de grote partijen, die ‘de kudde leiden’.

In 2016 hield hij zijn inaugurele rede als hoogleraar. “Het leek me aardig als er een filmpje van die wildebeesten te zien zou zijn voor de binnenlopende gasten. Maar die beelden waren nogal dramatisch: moeders raakten gescheiden van veulens en sommige wildebeesten werden gegrepen door krokodillen. Dat was niet echt het beeld dat ik wilde overdragen. Uiteindelijk kwam ik uit op spreeuwenwolken, die in een fractie van een seconde van richting kunnen veranderen zonder dat er ongelukken plaatsvinden. Of die spreeuwen misschien achteraf beter op de toga hadden gekund? Ze staan wel voor het doel dat de financiële autoriteiten hebben: alles in beweging houden zonder incidenten. Maar uiteindelijk staan die wildebeesten bij de Mara-rivier wel erg mooi symbool voor de gevaren die we moeten tegengaan.”

Tekst loopt door onder de afbeelding

Nicole Juffermans Beeld Saskia Aukema

‘Staying alive’ is een lekker nummer op de intensive care’

Nicole Juffermans, sinds 2016 hoogleraar ‘Translationele Intensive Care Geneeskunde’ (UvA)

In de toga: scène uit de film ‘Saturday Night Fever’ (‘Staying Alive’)

“Die voering is mijn binnenpretje - iets waar ik enorme lol om heb in die soms wat stijve academische wereld met alle ceremonie en theater. Ik vind het een sterk beeld, zoals John Travolta daar staat in zijn rol als Tony Manero, met al die levenskracht: yeah, I’m staying alive! Het is een lekker nummer en voor iemand die op de intensive care werkt, is die knipoog naar dat Bee Gees-nummer toepasselijk: patiënten komen op onze afdeling terecht als hun adem of hun bloedsomloop is weggevallen. Zonder intensive care zouden ze overlijden. Mét intensieve zorg brengt 70 procent van de patiënten het er levend vanaf.”

Nicole Juffermans werkt sinds 2006 als arts op de intensive care: “Ik wist meteen: dat ga ik doen. Alle onderdelen van de geneeskunde komen aan bod - ademhaling, circulatie, immunologie, bloedings- en stollingsproblemen. Ik hou van de breedte. Het is een technisch vak. Doordat we alles 24 uur per dag monitoren - van de hoeveelheid bloed die door iemands hart gaat tot de grootte van de ademteugen - kun je het effect van iedere behandeling nauwkeurig meten. Maar er komt ook veel psychologie bij kijken. Naasten begeleiden door eerlijk te zijn en ze te ondersteunen in hun verdriet.”

Tekst loopt door onder de afbeelding

Beeld Saskia Aukema

Drie dagen per week werkt Juffermans als arts. De rest van haar tijd is ze, samen met een team van promovendi, bezig met onderzoek. Zo ontdekte haar onderzoeksteam dat bloedtransfusies een rampzalige uitwerking kunnen hebben op de patiënten op hun afdeling. Tot dan toe was de redenering van artsen vaak: baat het niet, dan schaadt het niet. Maar inmiddels is de medische praktijk aangepast op dit nieuwe inzicht.

Vorig jaar april werd Juffermans benoemd tot hoogleraar Translationele Intensive Care Geneeskunde - dat translationele betekent dat de resultaten uit het laboratorium terug moeten vloeien in de praktijk: naar het ziekenhuisbed. Als hoogleraar houdt ze zich bezig met de uitval van orgaanfuncties. “Artsen kunnen dankzij beademingsmachines en dialyse-apparaten veel organen overnemen die niet goed meer werken, maar wat voor processen er zich precies afspelen binnen zo’n aangetast orgaan? En tot welk moment de schade nog omkeerbaar is? Daar weten we te weinig van. Zodra we dat eenmaal begrijpen, kunnen we ons richten op de behandeling van die orgaanschade, in plaats van het louter overnemen van de functies.”

Tot slot: is het ritme van ‘ah, ah, ah, ah, Staying Alive’ ook niet het tempo waarop hartmassage toegediend moet worden? “Ja, klopt, zo wordt dat wel onderwezen. Afgelopen donderdag deed ik zelf borstkascompressie en, even denken hoor, nee, ik heb niet aan de Bee Gees gedacht - daarvoor heb ik het misschien al te vaak gedaan.”

Reageren?
Hoe zou de binnenkant van uw toga eruitzien? Laat het ons weten via tijdpost@trouw.nl, in maximaal 120 woorden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden