'Onder de Shabaab werd leven pas echt onmogelijk'

Somaliërs slaan op vlucht voor terreur 'Voor ons is dit kamp hemel op aarde'

REPORTAGE | ILONA EVELEENS | DAGAHALEY

"Ik ga nooit meer terug!" De Somalische vluchteling Abdirahman Abow spreekt elk woord kalm en met grote nadruk uit. "Het wordt nooit vrede in mijn land. Het lukte in de afgelopen twintig jaar niet onze conflicten op te lossen. Waarom zouden we dat wel in de toekomst kunnen?"

De vader van zeven kinderen is bekaf na een tocht van een maand van zijn woonplaats Dinsor in het zuiden van Somalië naar Dagahaley, een van de nederzettingen die het immense vluchtelingenkamp Dadaab in Noord-Kenia vormen.

Hij zit op de zanderige grond in de schaduw van een nagenoeg bladerloze boom met zijn vrouw en kroost. Ze wachten op de afhandeling van hun registratie als vluchtelingen. De boer beschouwt zich niet als een pessimist. "Anders was ik al jaren geleden gevlucht want het leven is zwaar in Somalië. Ik bleef hopen. Maar wij Somaliërs zijn niet in staat in vrede met elkaar te leven."

Abow en zijn vrouw besloten te vertrekken omdat hun akkers met maïs en bonen in de vruchtbare vallei langs de Juba rivier niets meer opleverden na drie jaar van droogte. Een extra belasting was de terreur van Al-Shabaab, de radicale, islamitische beweging die tegen de Somalische overgangsregering strijdt en banden heeft met Al-Kaida. "We waren gewend aan geweld. Eerst waren het de conflicten tussen de clans en toen kwam Al-Shabaab. Maar het leven werd onmogelijk toen Al Shabaab om de haverklap contributie eiste, zelfs toen we geen eten en geld meer hadden", vertelt hij.

Abow geeft de extremisten de schuld voor de honger. Na de val van dictator Siad Barre in 1991 brak er anarchie uit in Somalië. Internationale hulporganisaties sprongen sindsdien bij in tijden van nood. "Maar buitenlandse hulpverleners mochten er niet meer in van Al-Shabaab. Daarom zag de wereld de honger niet aankomen en duurde het te lang voor actie werd genomen. "

De vlucht was riskant. Milities van Al-Shabaab proberen met geweld te verhinderen dat mensen wegtrekken. Langs de route zijn overvallers actief die vluchtelingen van hun laatste bezittingen willen beroven. "We moesten onderweg onze ezel en kar verkopen want we hadden niet genoeg voedsel. Zelfs met het geld dat we voor het span kregen, konden we maar eens in de twee dagen eten."

In Somalië bezit nagenoeg iedereen een wapen. Werkgelegenheid is er nauwelijks. Aansluiting bij een van de talloze gewapende milities bieden jonge mannen nog een beetje inkomen. "Toen ik jong was, luisterden wij naar de clanoudsten. We vertrouwden op hun wijsheid. Dat systeem is kapot. Jongeren met een wapen voelen zich sterker en machtiger dan de oudsten."

Abow wordt geroepen om zich te melden bij de distributie-afdeling waar hij matrassen, dekens, kookpotten en voedsel krijgt. Met zijn oudste zoon, Ali, zeult hij de nieuwe bezittingen naar de boom. Voor het eerst verschijnt er een zweem van een glimlach op zijn gezicht.

Eerst moet hij een tijdelijk onderkomen bouwen in afwachting van toewijzing van een tent door de VN. Abow heeft geen idee wat hij met zijn leven in het kamp kan doen. Vluchtelingen mogen niet werken. De boer denkt wel iets te vinden waarmee hij zijn tijd kan doden. Voor hem is het belangrijkste dat zijn kinderen een opleiding krijgen. "Ik weet dat er scholen zijn en ze moeten er allemaal heen. Daarna kunnen ze overal op de wereld een baan vinden." Hij kijkt naar zijn nieuwe eigendommen op een stapel in het zand. "Voor ons is het vluchtelingenkamp de hemel op aarde."

Kwart van bevolking bivakkeert buiten Somalië
Een kwart van de Somalische bevolking van zo'n 7,5 miljoen mensen is naar het buitenland gevlucht. Een groot deel trok meestal te voet naar het enorme vluchtelingenkamp Dadaab, in Kenia waar momenteel zo'n 450.000 mensen verblijven. Anderen vluchtten voor de honger en het geweld naar Ethiopië.

Het aantal nieuwkomers in Kenia en Ethiopië daalt. In Dadaab meldden zich in juli dagelijks zo'n 1700 mensen, nu is dat aantal 1200. Maar de hoeveelheid Somalische asielzoekers die hun heil zoeken in Jemen stijgt juist. Zij steken de Golf van Aden over in krakkemikkige bootjes.

Het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties berekent dat 11 miljoen mensen in de Hoorn van Afrika op voedselhulp zijn aangewezen. Vooral veel Somaliërs zijn afhankelijk van hulp. Nu de hulporganisaties de situatie enigszins onder controle krijgen, bekijken regeringen in Kenia en Ethiopië hoe het verder moet met de vluchtelingen in hun land. De meeste asielzoekers geven aan onder geen enkele voorwaarde meer terug te willen naar Somalië.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden