Onder de palmboom

'De eerste drie jaar van mijn leven werd ik uit de wieg getild door een zwarte vrouw.' (FOTO MAARTJE GEELS)

Rik Felderhof stopt met televisie en gaat op reis. Het buitenland leert hem dat Nederland meer discipline kan gebruiken. ’Geef minstens een jaar iets terug aan de maatschappij. Gratis.’

Fantaseren over de oude dag gaat Rik Felderhof gemakkelijk af. Hij hoopt ooit aan het hoofd van een Italiaanse tafel te zitten, uitgebreid te lunchen en met kleinkinderen te spelen, als hij die krijgt. „En op een dag dood neervallen in een boomgaard.” Een beetje als Vito Corleone in ’The Godfather’.

Zover is het nog lang niet. Aan zijn televisiewerk mag een einde komen met het slot van ’Villa Felderhof’ – daarin doet de gastheer zijn verhaal aan Joris Linssen – hij heeft ’te veel kracht gekregen’ om langs de kant te zitten. „Stel dat ik 96 word, dan heb ik nog 36 jaar. Ik kan zoals vroeger in vakanties de boekenkar door het ziekenhuis gaan rijden. Zolang ik mensen ontmoet, staat niets mij tegen.”

Voorlopig woont hij in de KLM, zegt Felderhof. Hij kent bijna alle crews en mag in de cockpit als zijn neef vliegt. Vorige maand was hij in Afrika, deze maand in Thailand. Met Kerst vertrekt hij voor acht weken naar vrienden op de Antillen. Daarna ontvangt hij gasten in zijn huis in Tanzania. Zo verlegt hij tot april steeds het anker. „Sommigen noemen het onrust, maar mij geeft onrust rust.” Hij voelt zich gezegend dat hij kan reizen en gezond is.

Felderhof is altijd aan de NCRV verbonden geweest. Als kind draaide hij blaaspijlen van het papier uit de NCRV-gids, om woensdagmiddag in de Sophialaan in Hilversum op openstaande ramen, auto’s en meisjes te mikken. Zijn vader werkte bij de omroep en werd bekend als oranjeverslaggever. Felderhof zou uiteindelijk omroeper, radiopresentator en televisiemaker worden. Maar aanvankelijk had hij heel andere plannen.

„Ik was een kinderbijbeljongetje en wilde zendingsarts worden. Ik was graag naar Nederlands-Indië gegaan als dat Nederlands-Indië was gebleven. Mijn vader had er nog gesolliciteerd als assistent-resident. Dan beheer je een groot gebied, draag je zo’n mooi wit uniform en heeft je huis een veranda. Ik kende dat van foto’s, en wilde naar de tropen.”

In 1973 kwam Felderhof voor het eerst in Afrika. Bij een bezoek in 1996 kreeg hij het gevoel er langer te kunnen blijven. In 2004 begon hij een huis te bouwen in Tanzania.

Hij valt er op, als mzungu, blanke. Zijn grootmoeder had hem altijd ingeprent om vooral níet op te vallen. In de Tweede Wereldoorlog had ze in concentratiekamp Theresienstadt gezeten. In het op herinneringen gebaseerde titelverhaal uit de bundel ’En het werd zomer’ schrijft Felderhof hoe een grootmoeder haar kleinzoon waarschuwt dat hij op zijn hoede moet blijven, misschien ooit moet vluchten. Dat hij niet zo’n neus mag krijgen als zij omdat dat gevaarlijk is. En de moeder ontkent haar Joodse achtergrond. ’Nee, wij zijn geen Joodse mensen. Gelukkig niet. Wij zijn protestant. Onthoud dat goed.’

Tegen Linssen vertelt Felderhof dat hij vaak in een nachtmerrie bij zijn oma in het kamp was. Hebben haar waarschuwingen hem nooit bang gemaakt voor mensen?

„Nee. Ik zette me af tegen haar angst. Zoals mensen afgevoerd werden, keurig op een rij Dan vecht ik liever. Wij zullen nu veel strijdbaarder zijn als er iets zou gebeuren.”

Zelf heeft hij de overtuiging dat heel verschillende mensen kunnen samenleven. „Dat gaat vanzelf. Ik voel me thuis waar ik ben.” Belangrijk voor dat vertrouwen was kindermeisje Alice uit Suriname. „De eerste drie jaar van mijn leven werd ik uit de wieg getild en in de armen genomen door een zwarte vrouw. Buiten werd ze nagekeken, maar voor mij was een zwarte huid heel gewoon. Zoals het vanzelfsprekend is dat mijn schoonzoon uit Sri Lanka gearmd loopt met mijn dochter.”

Tanzania is in de winter zo knisperend helder als Zwitserland. In andere periodes hangen rode stofwolken boven de zandwegen om zijn huis. Dan verblijft hij elders. Zeven maanden per jaar is hij in het buitenland. Tegen Linssen zegt Felderhof: ’Als ik moet kiezen, kies ik voor de eenvoud.’ Veranda en schommelstoel.

Het reis- en kookboek dat hij met diëtiste Sonja Bakker maakte, toont een schoon en kleurrijk Afrika vol stralende gezichten. Zijn verhalen spelen zich af in hotellobby’s of clubs van koloniale allure. Onder de eenvoud hangt dus wel het vangnet van het welgestelde genieten.

„Dat is zo, het moet schoon zijn. Comfort vind ik heel erg prettig. De welvaart is dat ik kan kiezen, terwijl andere mensen simpel leven omdat ze niets bezitten. Aan de andere kant heb ik zo lang gewerkt dat ik nu onder de palmboom mag zitten. En ook daar blijf ik aan het werk, wellicht door mijn calvinistische aard.”

In Felderhofs Afrikaanse verhalen botsen gewoontes en wereldbeelden zachtjes op elkaar. Een timmerman zet raamkozijnen en deurknoppen op willekeurige plaatsen om de vrolijkheid van variatie. Huismeester, kok, gids en zakenpartner Andreas schroeft sierstrips vast op nieuwe autodeuren. In een windhoos van stof ziet hij de duivel voorbijgaan, en als het onweert zegt hij dat de oliedrums in de hemel worden klaargezet. Als Andreas in de keuken psalmen zingt, neuriet Felderhof mee omdat het vertrouwd voelt. „Ik sta open voor hun overtuigingen en doe er niet lacherig over. Wie zijn wij om de kwaliteit van hun geloof te beoordelen? Wij zeggen soms: wat is de schepping mooi. Maar zij ervaren veel meer dat ze God in de natuur ontmoeten. Ik hoop dat ik dat daar terugkrijg in de stilte.”

Reizen beïnvloedt zijn blik op Nederland. De respectvolle omgangsvormen in Thailand maakten hem bewust van ’onze hufterigheid’, waarvan hij ook denkt dat die de langste tijd heeft gehad.

„Ik heb vertrouwen in het kabinet, in de heren Teeven en Opstelten. Spugen naar de conducteur? Zwaar bestraffen, dan krijg je weer een samenleving. Nu lachen ze omdat er geen sancties op dat gedrag staan. Je moet ze hard aanpakken, want dat zijn ze gewend vanuit hun cultuur.” Waarmee ’onze hufterigheid’ die van een bepaalde cultuur wordt.

Felderhof heeft ’een grote allergie tegen autoriteit’. Toch is hij voor herinvoering van militaire dienstplicht. „Discipline. Leren omgaan met mensen heel anders dan jij. En anders sociale dienstplicht. Werken in bejaardenhuizen of bij de plantsoenendienst. Geef iets terug aan de maatschappij. Minstens een jaar. Gratis.”

Een goed kabinet, zegt Felderhof. Heeft hij moeite met de steun van de PVV? „Wat Wilders zegt staat eigenlijk ook in andere partijprogramma’s. Zijn toon en directheid maken het pijnlijk en beledigend. Maar ook volgens arabist Hans Jansen predikt de Koran haat tegen Joden en homo’s en vrouwen. Christenen worden christenhonden genoemd. Moeten wij dat accepteren? Als extremisten op last van Allah kinderen opblazen, is zo’n geloof ontspoord. Daar mag je kritiek op hebben.” Zijn oma mocht dan waarschuwen dat de tijden van toen kunnen terugkeren, van Job Cohens vergelijking tussen moslims nu en de Joden in de jaren dertig, begrijpt Felderhof niets. „Moslims haten Joden, ze háten ze. Waarover hebben we het dan? Ik huiver van alle zalvende gesprekken. We zijn niet tolerant maar onverschillig.”

Hij zegt zich overal thuis te voelen. Ook in een islamitisch land? „Ik heb islamitische mensen in dienst, en dat gaat goed. Ik was in Addis Abeba en Dar es Salaam, en ook Zanzibar is hoofdzakelijk islamitisch. De sfeer is anders, het is geen omgeving waarin ik mij prettig voel. Maar met de moskee heb ik goed contact. Ik ben er gaan praten toen Wilders de film ’Fitna’ uitbracht, en laatst heb ik verf gegeven. Daarover moest worden vergaderd. Mag je een moskee beschilderen met christelijke verf? Ik was christelijk dus de verf ook.”

Als jongetje had Felderhof zulke religieuze gevoeligheden al leren kennen toen hij een buurman hielp bij het weven van priestergewaden. Hij mocht een gouden draad door het weefwerk schieten, waarna de wever hardop schrok van ’een Joodse draad door een rooms gewaad’.

Dat de verf toch is gebruikt kwam misschien wel doordat Felderhof besloot om het groots te brengen. Hij zei: ’Deze verf is een geschenk van de Nederlanders, die zo prettig samenleven met moslims.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden