Onder de huid van zijn patiënten

Morgen is het exact honderd jaar geleden dat Carl Gustav Jung zijn carrière begon in de psychiatrie. Jung zou bekend worden als de tegenstrever van Freud en als de vader van 'archetype' en 'oermens', begrippen die gemakkelijk waren in het gebruik, maar uiteindelijk weinig wetenschappelijke waarde bleken te hebben. Zijn verhalen over patiënten in de Burgholzli-kliniek tonen een heel andere Jung: een gedreven en creatief psychiater.

Het was een koude winterdag toen de 25-jarige Carl Gustav Jung de Burgholzli-kliniek voor het eerst binnenging. Zijn chef was de psychiater Eugen Bleuler, die een jaar voordien hoogleraar was geworden, en die bekendstaat als de bedenker van het begrip schizofrenie. Jung gedroeg zich alsof hij was ingetreden in een klooster.

Een halfjaar lang sloot hij zich op met psychiatrische tijdschriften om te wennen aan het leven en de geest in een krankzinnigengesticht. De collega's vreesden dat de eenzelvige dokter psychotisch was of dat hij leed aan melancholie. Toen Jung in 1956, op 81-jarige leeftijd, naar Burgholzli terugkeerde om de arts-assistenten te vertellen over zijn ervaringen in de kliniek, maakte zijn originele kijk op psychotische patiënten vermoedelijk meer indruk dan de curieuze verzinsels die Jung zo beroemd hebben gemaakt.

Jungs inzichten zijn eerder creatief dan wetenschappelijk van belang. Zoals Freud bekend werd door het oedipuscomplex, heeft Jung de zielkunde verrijkt met begrippen als archetype, animus en anima, het collectieve onbewuste en de schaduw- of oermens. Interessante concepten die echter niet direct wetenschappelijk toetsbaar zijn. Al vroeg raakte Jung geïnteresseerd in het spiritisme en occulte, later ook in dromen en symbolen, en hij heeft uiteindelijk geprobeerd door te dringen tot de kern van de religie. Met Psychologie en religie, gebaseerd op de 'Terry Lec tures' die Jung gaf aan de Amerikaanse Yale Universiteit eind jaren dertig, en Antwoord aan Job, geschreven begin jaren vijftig, heeft Jung evenwel slechts verwarring gesticht.

Dat Jung een slechte pers heeft komt onder meer door zijn gedrag jegens Sabina Spielrein, de 18-jarige Russische patiënte uit Rostov die op 17 augustus 1904 in Burgholzli werd opgenomen onder de diagnose hysterie. Jung onderhield jarenlang een heimelijke relatie met Spielrein. Verder wordt Jung - ten onrechte - beticht van antisemitisme. Een natuurlijk vinden de Freudianen de ruzie die Jung met Freud kreeg over de oorsprong van de neurose een ander negatief punt. Feit is dat Jung in tegenstelling tot Freud bepaald geen groot schrijver was. Ten slotte wordt Jung vaak geassocieerd met zweverigheid.

Vanwege deze (voor)oordelen laten veel mensen Jung ongelezen. Dat is jammer, want daardoor blijft Jung als klinisch psychiater buiten beeld. Zijn fascinatie voor psychotische patiënten maakt hem verrassend actueel. Als aankomend psychiater was Jung veel meer dan Freud geïnteresseerd in klinische patiënten uit de groep van de grande psychiatrie, bij wie psychiaters thans de diagnose schizofrenie, bipolaire stoornis of psychotische depressie zouden stellen. Freud richtte zich, in navolging van de Franse psychiatrie, meer op patiënten met demi-fou; het kleine zielsverdriet, mensen met een neurose of een moeilijk karakter, mensen met wat moderne psychiaters een persoonlijkheidsstoornis noemen.

In de kort na zijn dood gepubliceerde autobiografie leren we Jung kennen als een fanatieke kerel die het liefst onder de huid wil gaan zitten van mensen die in een bizarre waanwereld zijn verstrikt. Zijn vurige wens om psychotische patiënten te begrijpen en zijn intentie om echt iets aan hun problemen te doen, werpen een sympathieker licht op deze merkwaardige domineeszoon. Wat bijblijft uit zijn klinische gevalsbesprekingen is zijn directe benadering van patiënten. Door zijn directe en spontane optreden viel hij in de smaak bij het Britse publiek dat de 84-jarige Jung in 1959 op de tv te zien kreeg in de BBC-serie Face to Face.

Jung (1875 - 1961) stamt uit een Zwitserse domineesfamilie. Twee jaar na de geboorte van zijn broer Paul, die slechts een paar dagen in leven was gebleven, kwam Carl Gustav op 26 juli 1875 ter wereld in Kesswill aan de Bodensee. Zijn vader was er predikant. Nog geen vijf maanden later trok het gezin naar de volgende pastorie, in Laufen, bij de beroemde waterval van Schaffhausen. Vier jaar later verkasten ze nog eens, naar Klein Huningen aan de Rijn, vlakbij Bazel, waar zijn vader als pastor werkte in het plaatselijke gesticht Friedmatt.

Als kleine jongen had Jung last van nachtmerries, die zijn vader wist te couperen door studentenliederen voor hem te zingen. Zijn moeder was afkomstig uit de familie Preiswerk, waarin de hang naar het paranormale ongeveer genetisch was. Jungs relatie met zijn moeder was alles behalve probleemloos. Toen hij drie jaar oud was werd zij in het ziekenhuis opgenomen wegens hysterie, veroorzaakt door een teleurstellend huwelijksleven. Carl was erg op zichzelf en speelde het liefst alleen. Hij had een hekel aan gymnastiek en voelde zich op het gymnasium een buitenstaander. In april 1895 ging Carl Gustav medicijnen studeren in Bazel. In dat najaar werd zijn vader ziek, wat op 28 januari 1896 leidde tot diens dood. Een oom van vaderskant heeft toen Jungs verdere studie bekostigd.

Na op 27 november 1900 zijn bul te hebben behaald, beloonde Jung zichzelf met een avondje opera. Carmen, van Bizet. Op 10 december 1900 begon het echte werk in de kliniek van Bleuler in Zurich, tot verdriet van zijn moeder die achterbleef met zijn negen jaar jongere zuster Gertrud. In 1902 promoveerde hij op Psychologie en pathologie van zogenaamde occulte fenomenen. Pikant was dat Jung zijn nicht Helly Preiswerk tot onderwerp van studie had gemaakt. In 1905 werd Jung privaatdocent psychiatrie en chef de clinique van Burgholzli. In 1909 verliet hij de universiteitskliniek vanwege zijn drukke privé-praktijk.

In 1900 werkten in Burgholzli vier artsen op 391 patiënten. Het gesticht was fraai gelegen op een heuvel. De artsen woonden op het ziekenhuisterrein. Jung woonde in hetzelfde huis als Bleuler. De dokters zorgden ervoor dat zij al voor het ochtendrapport van halfnegen visite hadden gelopen. Twee tot drie keer per week hielden ze om tien uur 's morgens patiëntenbespreking. Tussen vijf en zeven uur 's avonds liepen ze nogmaals visite. De artsen typten zelf aantekeningen in de patiëntendossiers. Ze waren zelden voor tien uur 's avonds klaar. Bleuler bleef lang vrijgezel. Hij bekommerde zich niet om uiterlijke schijn. En hij was tegen alcoholgebruik.

De artsen spraken veel met de patiënten, voornamelijk met het oog op diagnostiek, symptoombeloop en de statistiek. Jung, die zich in navolging van Bleuler had verdiept in het werk van Freud, wilde echter meer. Hij vroeg zich af wat er van binnen leefde bij zijn schizofrene patiënten. Om die reden onderwierp Jung hen aan associatietesten. Van alle chronische patiënten in het gesticht was zo'n driekwart schizofreen, toen nog dementia praecox genoemd.

In 1956, tijdens zijn bezoek aan Burgholzli, vertelde Jung de jonge collega's wat hem bijgebleven was van zijn begintijd. Zoals de schizofrene patiënte die hij in 1908 aan Freud liet zien. Ze was al twintig jaar opgenomen en kraamde de zotste grootheidsideeën uit: 'Ik ben het dubbel polytechnicum, onvervangbaar. Ik ben Germania en Helvetia van uitsluitend zoete boter'. De vrouw kwam uit het oude stadsgedeelte van Zurich, waar ze in een van de nauwe en vuile steegjes opgroeide. Haar zuster was prostituee, haar vader alcoholist. Op haar negenendertigste kreeg zij een paranoïde vorm van schizofrenie met grootheidswanen.

Met veel moeite probeerde Jung de inhoud van haar verwarde uitspraken te ontrafelen. Een van haar uitspraken luidde: 'Ik ben de Lorelei'. Op de vraag wat ze daar precies mee bedoelde antwoordde ze: Ich weiss nicht was soll es bedeuten. Een andere keer noemde ze zich 'de plaatsvervanger van Socrates', wat volgens Jung betekende dat ze zich even onrechtvaardig beschuldigd voelde als de Griekse filosoof. In de grootspraak: 'Napels en ik moeten de wereld van macaroni voorzien', kon je volgens Jung de compensatie van haar minderwaardigheidsgevoel ontdekken.

Jung probeerde de zin in haar wartaal na te gaan, maar Freud was nauwelijks geboeid. ,,Weet je Jung, wat je bij deze patiënte ontdekt hebt, is zeer zeker interessant', zei Freud, die niet kon begrijpen hoe Jung het uren en dagen met zo'n onaantrekkelijk mens had uitgehouden. Jammer genoeg knapte de vrouw niet op. Doordat ze te lang ziek was geweest, aldus Jung. Hij hield vol dat het zorgvuldig ingaan op de uitspraken van een patiënt in andere gevallen blijvend therapeutisch effect zou sorteren.

Het tweede geval is opmerkelijk voor wie denkt dat het verband tussen psychiatrische symptomen en een seksueel trauma pas recent is ontdekt. Ik vermoed dat de psychiaters in spe bij het geval van de 'maanvrouw' aan Jungs lippen hingen. Het betrof een achttienjarige vrouw met katatonie, die op haar vijftiende door haar broer was verleid en door schoolkameraden was misbruikt. Vanaf haar zestiende trok ze zich steeds meer terug. Op 17-jarige leeftijd belandde ze in het gesticht, waar ze anderhalf jaar verbleef.

Ze hoorde stemmen, weigerde voedsel en sprak geen woord. Na enige tijd onthulde ze Jung dat zij op de maan had geleefd. Daar woonden enkel mannen die haar hadden meegenomen naar een 'ondermaanse' behuizing, waar hun vrouwen en kinderen verbleven. Ze vertelde Jung dat op de hoge maanbergen een vampier huisde die vrouwen en kinderen roofde en doodde, zodat het maanvolk met vernietiging werd bedreigd. Daarom leidden de vrouwen een 'ondermaans' bestaan. Uit wanhoop besloot ze de vampier te doden met een lang offermes. Na een aantal nachten zag ze hem eindelijk opdoemen als een grote, zwarte vogel. Toen plotseling zijn vleugels opengingen, stond daar een man van bovenaardse schoonheid die haar optilde en met haar wegvloog.

De patiënte verweet Jung dat hij haar terugkeer naar de maan blokkeerde. Alleen het leven op de maan vond ze nog zinvol en mooi. Ze verviel opnieuw in zwijgzame katatonie en vertoonde aanvallen van razernij. Toen ze na twee maanden uit de kliniek werd ontslagen, was het mogelijk om weer normaal met haar te praten. Ze zag in dat het leven op aarde onvermijdelijk was. Ze ging als verpleegster werken in een sanatorium, waar ze later met een revolver op een arts-assistent schoot die haar lomp benaderde. De dokter kwam eraf met een lichte verwonding.

Jung herinnerde zich dat zij hem in het laatste gesprek had gezegd dat ze hem beslist zou hebben doodgeschoten als hij haar niet beter had gemaakt. Toch bleek deze agressie van tijdelijke aard. Ze ging terug naar haar geboortestreek, trouwde, kreeg kinderen en doorstond twee wereldoorlogen in het oosten, zonder ooit nog een terugval te krijgen.

Tot in de jaren tachtig van de vorige eeuw noemden psychiaters dit een psychogene psychose - waarin een pijnlijke gebeurtenis voortraast in de geest - thans heet bijna alles schizofrenie, met als consequentie voor de patiënt dat hij antipsychotische pillen moet slikken. Wie als psychiater echt wil meetellen diagnosticeert hier overigens 'eerste psychose, zonder recidief'. Wat strikt genomen niet klopt, want hoe kun je nu van 'eerste psychose' spreken als je daarna nooit meer een psychose krijgt?

Jungs interpretatie van de psychose als vlucht uit een onhoudbare situatie spreekt tot de verbeelding. Het psychotische verlangen van de vrouw naar het leven op de maan was een verwrongen oplossing voor haar vernederende incestervaring. In de psychose werd ze 'buitenwerelds' en verloor ze het contact met de mensen. Ze kwam in kosmische verten terecht, waar ze de gevleugelde demon ontmoette. Diens gestalte droeg ze over op Jung, die daardoor met de dood werd bedreigd. Door met Jung te praten had ze de demon verraden en zich aan een aardse figuur gebonden. Met als gevolg dat ze tot het leven kon terugkeren en zelfs in staat was te trouwen.

Vreemd overigens dat Jung de eeuwenoude verbinding tussen maan en krankzinnigheid - bewaard gebleven in het Engelse woord voor geesteszieke: lunatic - in deze casus buiten beschouwing heeft gelaten.

Het geval van Sir Montagu Norman bewijst dat Jung ook blunders maakte. Norman, president van de Bank of England, reisde in vliegende vaart naar Zwitserland om zich op 14 april 1913 door Jung te laten onderzoeken. Op het verkeerde been gezet door diens grootheidsideeën en het bloed- en ruggenmergonderzoek kwam Jung tot de diagnose dementia paralytica (hersenlues, ten gevolge van geslachtsziekte, met een slechte prognose). De diagnose was volkomen onjuist.

De familie liet het er niet bij zitten, waarna dr. Vittoz in Lausanne de behandeling overnam. Sir Norman bleek manisch-depressief (vandaar zijn grootheidsideeën) en herstelde volledig. Wat was hier misgegaan? Klopten de laboratoriumuitslagen niet? Mogelijk werd Jungs klinische blik vertroebeld door zijn problemen met Freud die begin 1913 hadden geleid tot een definitieve breuk met hem.

Jungs psychologische inzichten mogen dan geen genade vinden in de ogen van de moderne wetenschap, zijn debuut als clinicus en zijn fascinatie voor psychotische patiënten tonen de psychiatrie met haar hoofddoel: behandeling en kennis van wat psychiatrische patiënten bezielt. Jungs gemiste diagnose bij Sir Montagu Norman doet daar niets aan af. Zelfs de beste dokter laat wel eens een steek vallen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden