Onder de dekens

Achter elke rouwadvertentie schuilt een verhaal. Mickelle Haest tekent de ervaringen op van een uitvaartverzorger.

Op de stoep ligt een grote plas regenwater. Op mijn zwarte hakken spring ik eroverheen. Het heeft weinig zin, want de regen komt opnieuw met bakken uit de hemel.


Mijn hoofd, stemmige overjas en zwarte panty zijn kletsnat als ik aanbel. Ik haal een hand door mijn haar - dat op mijn hoofd plakt - en wacht tot een oudere dame de deur opent. Haar jurk is scheef dichtgeknoopt, haar grijze haar zit net zo plat als dat van mij.


Ik steek mijn hand uit, stel me voor en condoleer haar. Haar man is vanochtend gestorven. Ze slaat haar hand voor haar mond. Ze zegt iets wat ik niet versta. Ik trek mijn wenkbrauwen op. Na drie keer versta ik: "Ik heb geen gebit in."


"U mag uw hand wel voor uw mond weghalen."


"Ja, ik krijg van de zenuwen mijn gebit niet meer in."


"Het is ook een emotionele dag, maar ik versta ik u evengoed."


We lopen naar binnen. In de woonkamer staat een ziekenhuisbed bij het raam.


"Was uw man lang ziek?" vraag ik.


"Anderhalf jaar lang is hij ziek geweest. Ik heb hem al die tijd thuis verpleegd. Alles heb ik zelf gedaan. We hebben nooit kinderen gekregen."


Haar lippen slissen, haar mond ploft lichtjes na elke zin.


"Ik heb hem altijd zelf verschoond."


"Heeft u geen hulp van de thuiszorg gehad?"


"Nee, die wilde hij hier niet binnen hebben."


"Dat is zwaar geweest voor u."


"Het wassen was heel zwaar, ja. Het eten niet. Dat was een kwestie van malen met de staafmixer. Yoghurt heeft hij ook gegeten."


Ze is stil. Met haar waterige blauwe ogen kijkt ze me recht aan. "Maar weet u mevrouw, gisteravond ging hij ineens zo raar doen. Hij draaide met zijn ogen en ademde gek..."


"Toen is hij gestorven?" vraag ik.


"Dat weet ik niet. Ik dacht: ik vind dit eng, ik ga naar bed. En ik ben naar bed gegaan. Ik heb de deken over mijn hoofd getrokken. Steeds dieper ben ik onder de dekens gekropen, want ik hoorde hem in het begin nog steeds. Vanochtend om zes uur ben ik naar beneden gegaan. Toen moest ik zo nodig plassen en toen lag hij daar doodstil." Ze wijst naar het ziekenhuisbed.


"Ik wil een mooie tekst en kaart", zegt ze dan vastberaden. Ik pak het kaartenboek uit mijn tas.


"Die wil ik", zegt ze wijzend op een exemplaar met een veldboeket.


"Maar wat moet ik erop zetten?" vraagt ze. "Wilt u iets over zijn ziekbed zeggen?" vraag ik.


Ze schudt nee. "Iets over jullie jaren samen?"


"Dat weet ik niet, hoor."


Na bijna een uur besluit ze dat de woorden 'in eigen vertrouwde omgeving is gestorven' voldoende zijn. Ik schrijf de woorden op en vraag: "Hoeveel kaarten heeft u nodig?"


"Drie", zegt ze. "Een voor de buren links, een voor de buren rechts en een voor mezelf. Meer mensen kennen we eigenlijk niet."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden