'Onder de dekens kun je heel goed vluchten'

Hugo Borst schreef met 'O Louis' een boek over Louis van Gaal, waarin hij niet alleen de bondscoach probeert te doorgronden, maar ook zichzelf.

Les 1

Vlucht, ontsnap, verdwijn

"Het leven is voor mij een min of meer tevreden staat waarbij ik werk, eet, slaap, een plas doe, de liefde bedrijf. Maar zo nu en dan wil ik ontsnappen. Dan verdwijn ik van de radar. Op het WK voetbal van 1994 in Amerika was ik zoek. Harry Vermeegen, voor wie ik destijds werkte, zei toen: 'Borst gooit er weer eens een Houdinietje uit'. Ze weten het dus ook wel van me.

Het ontwikkelt zich, dat vluchtgedrag. Meestal ontsnap ik als ik somber ben. Ik heb een vrolijke aard maar ik heb ook een donkere kant. Sinds een jaar of twaalf, dertien slik ik Seroxat. Dat helpt me onder andere om mijn gedachten te controleren. En soms zijn mensen me te veel. Dan vlucht ik onder de dekens. Onder de dekens kun je heel goed vluchten. Koffie drinken, een boek lezen en slapen helpt ook.

Na mijn vijftigste is het wel veranderd. Voorheen moest ik voor mijn gevoel van alles, nu doe ik niet meer wat ik niet wil. Ik ben weerbaarder geworden. Maar ik ben geen ijzersterk mens, ik moet zuinig zijn.

Ik ben erfelijk belast met de verkalkende aderen van mijn vader en de hartritmestoornissen van mijn moeder. Daar heb ik medicijnen voor. Ik leid een onregelmatig leven, ik kan de ene dag om acht uur en de andere dag om elf uur wakker worden, maar in die onregelmatigheid zit tegelijkertijd weer regelmaat.

Mijn zoon heeft pdd-nos - dat is een vorm van autisme - en in mijn boek over Louis van Gaal vraag ik me af of ik ook autistische trekken heb. Ik denk het wel. Of in ieder geval denk ik dat ik hypersensitief ben. Ik houd hier midden in de stad kantoor en ik merk dat ik heel erg gericht ben op op de geluiden van de stad. De sirenes van de brandweer, of motoren die door de straat jakkeren.

Mijn vluchten duren nooit lang, een paar uur-tjes. Ja, ik ben wel langere tijd niet op de televisie geweest. Televisie is zo groot, dat roept zoveel reacties op. Maar ik ben ook een paradoxaal mens. Soms heb ik de behoefte om me te laten gelden.

Of ik een provocateur ben weet ik niet, een beetje misschien. Ik zou mezelf eerder een plaaggeest noemen. Dat ik de laatste tijd even terug ben op televisie heeft niet te maken met geldingsdrang. Als ik geen boek geschreven zou hebben, had het voor mij niet gehoeven.

Nu op de radio bij 'Langs de Lijn' ben ik dienender. Ik geef nog wel mijn mening maar mijn duiding is daar niet het belangrijkste. Het bevalt me goed in de betrekkelijke luwte van de radio. Ik verkies kleinschaligheid boven de massa. Hóór, daar heb je die motoren."

Les 2

Wees moedig

"Ik hou niet van mensen die.... nee, ik begin opnieuw: ik begrijp wel dat mensen niet altijd moedig kunnen zijn. Angst is een volstrekt normaal mechanisme. Dat bange wezentje ben ik wel langzaamaan kwijtgeraakt. Als ik iemand op straat een blikje zie weggooien zeg ik er wat van - dat had ik misschien vroeger niet gedaan. Alweer een flinke poos geleden liep er een jongen met opzet tegen mij aan hier op straat. Dat werd een stevige confrontatie. Hij had geen werk. Maar een slimme jongen. Uiteindelijk heeft die botsing en het feit dat ik het conflict niet uit de weg ging tot toenadering geleid. We zijn nu bevriend en ik heb hem een baantje kunnen bezorgen.

Wat volgens mij ook van moed getuigt, is afscheid durven nemen van vrienden. Ik heb dat twee keer gedaan, met echt lange vriendschappen. Ze liepen stuk op egocentrisme. Ik kan er niet tegen als iemand altijd alleen maar met zichzelf bezig is. Ik ben loyaal, maar de verhoudingen tussen geven en nemen waren zoek.

Bij een pestzaak op een Rotterdamse school heb ik een keer de confrontatie gezocht via mijn column in het Algemeen Dagblad.

Ja, ik heb de macht van de pen en ik maakte daar misbruik van. Jammer dan, het was voor de goede zaak. Ik ben op die school geweest, heb gepraat met de leiding, met het gepeste kind en met de ouders van dat kind. Er is daar nu iemand speciaal aangenomen voor het pesten. De directeur mag zich er van het bestuur niet meer mee bemoeien.

Natuurlijk, ik heb makkelijk praten, ik ben een bevoorrecht mens. Maar juist daardoor ben je verplicht, moreel verplicht, om iets te doen voor de samenleving. Als je kunt helpen bij machtsongelijkheid dan moet je dat doen. Ik denk dat ik mijn hulpvaardigheid van mijn vader heb. Die was adjunct-directeur bij Hans Textiel. Mensen vroegen hem vaak om advies. Dat gaf hij. Gewoon omdat je dat hoort te doen. Zo vond hij dat, en zo vind ik het.

Ik herinner me nog een couppoging bij het tijdschrift Sport International waar ik toen werkte. De redactie wilde af van de hoofdredacteur en ze hadden alle redacteuren ingelicht en erbij betrokken. Behalve mij. Ik zou ook niet aan die coup hebben meegedaan. Misschien wisten ze dat. Ik ben er voor gaan liggen. Vergeefs trouwens.

Klinkt allemaal heel moreel juist, hè? Ik weet niet hoe ik in de oorlog zou zijn, hoor. Het is makkelijk praten voor ons, we hebben hier niet te maken met een repressief bewind. Je zult maar in Noord-Korea zijn geboren. Soms is een mens te kansloos om moedig te zijn."

Les 3

Lach of ik schiet

"Als je je niet een weg door het leven lacht, doe je het niet goed. Dan neem je het leven te ernstig. Lachen werkt zalvend. Voor jezelf, in je relatie, je vriendenkring. Het is me maar één keer overkomen dat lachen kwaad kon. Dat was toen ik als 17-jarige spacecake had genomen. Toen heb ik bijna te veel gelachen. Ik stikte bijna en werd er heel paniekerig van. Ik heb nooit meer drugs gebruikt.

Ik lach vaak om de voetbalwereld. Je mag het niet zeggen, en ik generaliseer natuurlijk, maar voetballers zijn dom. Ze wanen zich groot, maar kunnen de weelde en aandacht niet aan. Dan ontstaan menselijke drama's. Daarom is het goed dat er opiniemakers zijn zoals Johan Derksen, Van der Gijp en ikzelf. Wij kunnen als buitenstaanders relativeren, scherp zijn, kritisch. Voetballers kunnen dat niet. Ik hou mijn hart vast voor Kishna. Talentvolle jongen, maar nu al zo'n houding van: kijk mij nou en wie maakt me wat. Ik zeg daar dan wat van, ja. Nederigheid is gepast, ook voor grootverdieners. Geld maakt veel kapot in het voetbal maar we verdienen er allemaal aan en we doen er allemaal aan mee, zo eerlijk moet ik ook zijn. Dit voetbalanalistje vreet er al jaren van."

Les 4

Geef meer dan je neemt

"De wereld redden lukte zelfs Jezus niet, dus dat moet je niet willen. Maar ik vind wel dat je mensen moet helpen waar je kan. Ook al lukt dat niet altijd. Ik ken een meisje dat al tien jaar blokkeert omdat ze als 13-jarige is verkracht in het kleedhokje van een zwembad. Afschuwelijk. Ik heb geprobeerd om een psychiater voor haar te regelen. Ze is niet gegaan. Zonde.

Mensen vertrouwen mij snel iets toe. In de kroeg, in de trein, waar dan ook. Ze spreken mij dan aan of ik spreek hen aan. Elk mens draagt een kruis, hoor. Soms moet je even helpen zeulen.

Je kunt op veel manieren geven. Mijn moeder zit nu in de beginnende fase van alzheimer. Die maak ik dolgelukkig met een knuffel. Bij geven denk ik niet aan de grote, wijde wereld. Ik geloof er veel meer in om te geven in de kleine wereld om me heen. Ik wil een verbinder zijn.

Het is ook eigenbelang, laat ik niet hypocriet doen. Als anderen blij zijn, geeft mij dat ook een goed gevoel. Happy wife, happy life!, zegt mijn zwager uit Nieuw-Zeeland. Hij geeft zijn geliefde haar zin en zij betaalt hem terug met seks, haha!"

Les 5

Blijf je verwonderen

"Ik heb een krentenboom in de tuin ... wacht, even opzoeken wat de Latijnse naam is. Kijk, zo ziet-ie eruit: de Amelanchier. Ieder jaar rond de verjaardag van mijn zoon, rond 12 april, staat hij in bloei en verwonder ik mij over de schoonheid van die krentenboom. Dus ook als je weet wat er gebeurt, kun je je nog verwonderen. Maar je moet het wel willen zien.

Een mens kan natuurlijk meer niet dan wel. Het weinige dat ik wél kan, probeer ik uit te buiten en ervan te genieten. De zoektocht in mijn boek, het verkennen van Louis van Gaal en ook de zelfanalyse die ik probeer te maken, heeft ook te maken met verwonderen, ja. En het klopt dat ik opnieuw grotendeels uitkom bij het thema vaders en zonen, een onderwerp waarover ik eerder schreef en waarover ik een serie van zeventien afleveringen voor de televisie heb gemaakt.

Kennelijk ben ik gefascineerd door hoe het kan schuren tussen veel vaders en zonen. Heel vaak komt het neer op te weinig warmte tussen die twee, met name vanuit de kant van de vader. Terwijl ik zelf een heel normale band had met mijn vader. Vriendschappelijk, vrijwel nooit aanvaringen, prettig.

Misschien wel te prettig. Dat concludeer ik in het boek; dat de fascinatie voor Van Gaal misschien voortkomt uit het gemis aan het soort vaderfiguur waartegen ik me kon afzetten. Iemand tegen wie je opkijkt, maar van wie je ook vindt dat hij tegengas moet hebben. Zoiets. Dat afzetten hoort er bij. Charlie, mijn zoon, is nu 18. Die doet dat nu ook, mij afzeiken, beledigen, en dat is goed. Hoe hij zich ontwikkelt, zijn vleugels uitslaat, daar kan ik van genieten.

Verwonderen is ook genieten. Kijk, de zon schijnt. Ik ruik het voorjaar. Of: Jezus, wat een mooi kunstwerk van Francis Bacon. Ik heb net een Klaas Gubbels gekocht die ooit aan Nico Scheepmaker toebehoorde.

Kunst troost. Ik ben wel eens ironisch en cynisch maar zelfs als iets over het algemeen lelijk is dan kan ik er toch het mooie van inzien. Ik ben bijvoorbeeld gek op bulldogs. Lelijke honden. Die gekke kop, dat malle loopje; ik moet altijd om ze lachen.

Of kijk uit het raam, rokjesdag. Op zulke dingen kan ik me echt verheugen."

Hugo Borst
Hugo Borst (Rotterdam, 15 juni 1962) is schrijver, redacteur en voetbalcriticus.

In 1985 begon hij als verslaggever bij Voetbal International. Na zes jaar stapte hij over naar Panorama, waar hij drie jaar bleef. In 1994 werd hij redacteur bij Hard Gras - en dat is hij nog altijd. In 2007 maakte hij, samen met Matthijs van Nieuwkerk en Henk Spaan, voor dit tijdschrift een theatertoer door Nederland.

In 1995 werd hij columnist bij het Algemeen Dagblad.

Tussen 2003 en 2010 was Borst panellid bij televisieprogramma 'Studio Voetbal', tussen 2006 en 2010 schuift hij regelmatig aan als tafelheer in 'De Wereld Draait Door'.

Tussen 2007 en 2009 maakt Borst het televisieprogramma 'Over vaders & zonen'.

Tijdens het WK voetbal van 2010 in Zuid-Afrika was Borst elke avond te zien in een praatprogramma op Nederland 1. In 2011 verschijnt 'Kappen', een bundel van zestien jaar voetbalcolumns.

Begin 2011 legde Borst al zijn werkzaamheden voor televisie per direct neer. Ook stopte hij met zijn bijdragen aan het Algemeen Dagblad. Hij zou tegen een burn-out aan zitten. Per augustus 2013 is Borst de stem van de zondagse uitzending van NOS 'Langs de Lijn'. Onlangs verscheen zijn boek 'O Louis'.

Borst is fan van Sparta en heeft een zoon.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden