Ondanks Erasmus: Denen bij de Denen, Polen bij de Polen

Hooggestemde idealen lagen ten grondslag aan de Erasmus-beurzen van de EU: volkeren moesten dichter bijelkaar gebracht. Maar de praktijk is weerbarstig.

'Erasmus is misschien het enige succes van de EU. Met die opmerkelijke woorden beschrijft Jordi Curell Gotor het Erasmus-uitwisselingsprogramma voor studenten dat dit jaar 25 jaar bestaat. De Spaanse directeur 'levenslang leren' van de Europese Commissie deed die uitspraak vorige week tijdens een EU-congres in Kopenhagen waar teruggeblikt werd op 25 jaar Erasmus.

Sinds het beginjaar 1987, toen 3000 uitwisselingsstudenten met een beurs naar een ander Europees land vertrokken, is Erasmus uitgegroeid tot het grootste uitwisselingsprogramma ter wereld. Inmiddels hebben bijna drie miljoen studenten met een Erasmus-beurs deelgenomen aan een studie of stage in het buitenland.

Pepijn Kooij (28) uit Zwolle is een van hen. Hij vindt zichzelf 'een Erasmus-succesverhaal'. De toenmalige student biologie aan de universiteit van Wageningen vertrok in 2009 met een Erasmus-beurs naar de universiteit van Kopenhagen. Daar kon hij terecht voor een stage van vijf maanden in een gerenommeerd onderzoekslaboratorium. Na afloop bleef hij er studeren. Inmiddels heeft hij een wetenschappelijke publicatie op zijn naam en is hij bezig met zijn dissertatie. "Ik ben dik tevreden", vertelt Kooij in Kopenhagen.

Behalve dan over de bureaucratie. "Ik moest een enorm dikke stapel formulieren invullen", zegt Kooij, terwijl hij met zijn vingers een denkbeeldige stapel van zo'n zeven centimeter aanduidt. Hem viel op dat de Erasmus-regels van land tot land lijken te verschillen. Hijzelf moest een goed doortimmerd stagevoorstel maken en een voldoende halen voor zijn project voor hij naar het buitenland mocht. "Maar in Wageningen zag ik een groep Spaanse Erasmus-studenten die de hele dag zat te blowen. Europees geld aan het wegroken! Dat vond ik vervelend. Ik gun iedereen een Erasmus-beurs, maar je moet er wel iets voor doen."

De Europese Commissie heeft grote plannen met het Erasmus-programma. Vanaf 2014 krijgt het een facelift en een nieuwe naam: Erasmus for All. In de toekomst moet het makkelijker worden om een beurs aan te vragen en moeten nog meer jongeren de kans krijgen om in een ander land te studeren of stage te lopen. Hiervoor wil de Europese Commissie voor de periode 2014-2020 19 miljard euro uittrekken, een verhoging van het budget met 70 procent. Dit voorstel moet nog goedgekeurd worden door het Europees parlement en door de 27 EU-lidstaten. Nederland maakt bezwaar, omdat het de uitvoeringskosten van de regeling te hoog vindt. Maar volgens Androulla Vassiliou, Europees Commissaris voor onderwijs en jeugd, is de verhoging onontkoombaar, omdat de beurzen kunnen helpen "de ernstige problemen van jeugdwerkloosheid in de Europese landen aan te pakken."

"Dankzij het Erasmus-programma leren studenten een vreemde taal, ze verbeteren hun communicatievaardigheden en hun interpersoonlijke en interculturele talenten", stelt Vassiliou. "Dat zijn capaciteiten waar werkgevers prijs op stellen. Elke Erasmus-uitwisseling speelt een kleine, maar belangrijke rol in het dichter bijeenbrengen van Europese staten en volkeren."

Daarmee verwoordt Vassiliou een ideaal dat bij de start van het Erasmus-programma in 1987 al een rol speelde - toen vrij verkeer van personen nog niet bestond en de euro evenmin. Maar zo verheven als dat ideaal is, zo aards is het belangrijkste obstakel: geld. Een beurs van gemiddeld 250 euro per maand (voor stages geldt is dat 360 euro) is volgens Tania Berman, voorzitter van het Erasmus Student Network (ESN) voor sommige studenten te laag. "De reiskosten zijn op te brengen, maar in een ander land wonen is vaak duur. Zo is het voor een Roemeen onmogelijk om in Noorwegen te gaan studeren."

Er zijn andere knelpunten, zegt Hans de Wit, lector internationalisering van het hoger onderwijs aan de Hogeschool Amsterdam. Zoals de taal. "In Nederland geven docenten les in het Engels, een taal die zij niet vloeiend spreken. Hun Nederlandse studenten beheersen het Engels ook niet volledig en datzelfde geldt voor de Erasmianen. Wat betekent dit voor de kwaliteit van het onderwijs?"

Een ander probleem is volgens De Wit dat er van uitwisseling onder studenten soms weinig terecht komt. "De Spanjaarden bij de Spanjaarden in de ene hoek van het leslokaal, de Polen in een andere hoek en de Denen bijelkaar. Erasmus-studenten gaan vaak voornamelijk om met andere Erasmus-studenten."

De Wit pleit voor het invoeren van een soort evaluatie of test na afsluiting van de Erasmus-periode. "Nu nemen we maar aan dat studenten interculturele vaardigheden opdoen tijdens Erasmus, maar zeker weten doen we dat niet."

Ook Pepijn Kooij ziet de beperkingen. Hij was in Kopenhagen actief in het Erasmus Student Network, dat activiteiten organiseert voor de internationale studenten, zoals uitstapjes naar Legoland en andere bezienswaardigheden. "Maar op de universiteit voel ik me er soms niet helemaal bij horen. Denen switchen niet automatisch naar Engels als er iemand bij is die geen Deens verstaat. De universiteitsleiding communiceert weinig in het Engels en de Engelse website van de universiteit is incompleet."

Plannen om naar Nederland terug te keren heeft hij desondanks niet. Inmiddels is hij getrouwd met een Colombiaanse, die hij heeft ontmoet tijdens veldwerk in Panama. "Ik ben altijd open geweest en geïnteresseerd in andere culturen. Ik wil meer van de wereld zien."

En ja, een Erasmus-beurs kan jongeren op weg helpen, zegt Jure Kumljanc, een voormalig Erasmus-student uit Slovenië. "Maar de grootste verandering kwam toen ik thuis kwam na mijn studie in Engeland. Ik had meer zelfvertrouwen en daardoor kwam ik beter uit de bus bij mijn sollicitaties. Nu ben ik online marketing manager voor de grootste hotelketen in Slovenië. Erasmus heeft mijn leven veranderd."

Opmerkelijk blijft dat Spanje de populairste bestemming is voor Erasmus-studenten. Granada, Valencia en Madrid vormen de top drie. Klaarblijkelijk zoeken veel Erasmus-studenten de zon op. Spanje is ook het land waarvandaan de meeste studenten vertrekken - al is het soms vooral voor een Nederlandse joint.

Recordaantal van 231.000 studenten op reis
In het academische jaar 2010-2011 waren er 231.000 Europese studenten die in een ander land studeerden of stage liepen. Dat kan met een Erasmus-beurs voor een periode van drie tot twaalf maanden. Dat aantal is een record. Uit Nederland vertrokken dat jaar 8590 Erasmus-studenten, bijna 12 procent meer dan het jaar ervoor.

In totaal zijn er 33 landen bij betrokken: de 27 lidstaten van de Europese Unie plus IJsland, Noorwegen, Kroatië, Liechtenstein, Zwitserland en Turkije. Sinds 1996 kunnen ook docenten deelnemen aan het uitwisselingsprogramma.

De belangrijkste verandering die de Europese Commissie vanaf 2014 wil doorvoeren is een systeem van leningen voor masterstudenten. De EU gaat zelf geen leningen geven, maar zal er garant voor staan. De bedoeling is dat studenten leningen aanvragen bij een bank in eigen land. Het is nog onduidelijk hoeveel dit de lidstaten gaat kosten.

Net als de verhoging van het budget voor Erasmus tot 19 miljard euro, moet ook het plan voor deze leningen nog worden goedgekeurd door het Europees Parlement en de lidstaten. Die 19 miljard voor Erasmus for All is overigens maar één procent van het totale EU-budget.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden