Ondanks averij mag voorzitter door

André Bolhuis begint aan zijn tweede termijn als voorzitter van NOC-NSF. Hij heeft veel herstelwerk te doen.

In een ronkende brief werd André Bolhuis (69) vorige maand voorgedragen voor een tweede, laatste termijn als voorzitter van NOC-NSF. Dat er maandag tijdens de algemene vergadering geen tegenkandidaten zijn, mag sportbestuurlijk Nederland zich aantrekken. Bolhuis liep nogal wat averij op.

Voordat hij vijf jaar geleden - ook als enige kandidaat met genoeg vrije tijd voor de fulltime pro-deofunctie - Erica Terpstra opvolgde, was hij aanjager van Olympisch Plan 2028. Twee jaar later werd de voormalige hockeyinternational gebrek aan ruggegraat verweten toen hij het schrappen van die ambitie door het kabinet-Rutte II lijdzaam over zich heen liet gaan.

De organisatie Olympisch Vuur, die onder leiding van zijn opvolger Camiel Eurlings de olympische ambitie had moeten opstoken, was toen al uiteengevallen in verspreide veenbrandjes die elkaar verstikten. Uitgerekend Eurlings smoorde de persoonlijke ambitie van Bolhuis: een zetel in het IOC.

Na Vonhoff, Huijbregtsen en Terpstra was Bolhuis de vierde NOC-NSF-preses die in de val van het anachronistische coöptatiesysteem van het IOC trapte. Hij was kansloos toen koning Willem-Alexander de vlotte babbelaar en neerstortende KLM-bestuurder Eurlings als zijn opvolger voordroeg. Het ontlokte de teleurgestelde Bolhuis in 2013 de ontboezeming dat hij het bij één termijn bij NOC-NSF zou laten.

Dat gebeurde op een zonnig, feestelijk terras in Utrecht, waar Bolhuis zijn grootste internationale succes chagrijnig aan zich voorbij liet gaan. Het Europees Jeugd Olympisch Festival, met tal van hotemetoten, werd gezien als ideale lobbymarkt voor het echte werk. Want dat was, met een structurele plaats in de top-10 van de olympische sport, de grootste ambitie, ook van de overheid: binnenhalen van aansprekende sportevenementen.

Daarvoor is internationale invloed nodig. We weten wat daarvan is geworden: vier IOC-leden werden er één: Eurlings die in Nederland niet de voorkeur had. In die zin was het opmerkelijk dat Bolhuis samen met directeur Gerard Dielissen toch een multi-evenement aan Nederland bond, vorig jaar met de Europese Spelen van 2019. Dat knappe staaltje lobbywerk was echter een strategische blunder van de hoogste orde, met navenante schade.

Allereerst op internationaal vlak. Een toegewezen evenement binnen enkele maanden teruggeven is gezichtsverlies dat voorlopig niet is weggepoetst. Zeker niet gezien de wijze waarop de kandidatuur tot stand kwam. Zonder enige financiële dekking, in sneltreinvaart met passeren, chanteren en misleiden van belangrijke tussenstations als sportbonden, gemeenten en rijksoverheid.

De afrekening heeft een voordeel: ambities op het evenementenfront kunnen in de vrieskist, de aandacht naar herstelwerkzaamheden en belangrijkere actuele zaken. En om daarbij te vloeken in de kerk: sportieve ambities scherper afstemmen op de financiële noden.

De sportkoepel heeft de grootste moeite om de olympische ploeg voor Rio Spelen-klaar te maken, om over Tokio 2020 niet te spreken. Het vergt steeds meer offers en een aanslag op het improvisatievermogen van technisch directeur Maurits Hendriks om het schip op koers te houden. In Londen kwam hij op de proppen met TeamNL, vooral om door creëren van eenheid meer succes te hebben, zoals in Sotsji gebeurde.

TeamNL wordt binnenkort als commercieel product gepresenteerd, in de hoop sponsors aan de olympische ploeg te kunnen binden. Dat lijkt een wanhoopspoging in commercieel schrale tijden, waarin zelfs de grootste olympische sportbonden geen hoofdsponsor hebben.

Bovendien is niet uitgesloten dat die bonden het plan argwanend bekijken. Wat zijn de consequenties voor hun eigen budgetten? De relatie met de bonden werd zwaar op de proef gesteld met de kandidatuur voor de Europese Spelen, toen ook financiële aderlatingen werden gevreesd. Veertig bonden verschenen niet op de ingelaste algemene vergadering, waarin door de minderheid 'met overgrote meerderheid' (volgens NOC-NSF) werd ingestemd met die kandidatuur.

Dat de sport het economische tij niet mee heeft, valt Bolhuis niet te verwijten. Wel dat weinig actie is ondernomen, terwijl een financieel debacle zich al jaren aftekent. De bijdrage van de Lotto, de kurk waarop de Nederlandse sport drijft, slinkt elk jaar. Gemakshalve wordt ervan uitgegaan dat met een fusie met de Nederlandse Staatsloterij de problemen zijn opgelost.

Intussen zijn de inkomsten drastisch teruggelopen, ook door het onrendabele (top)sportcentrum Papendal. In drie jaar tijd is de reserve van NOC-NSF gehalveerd tot 25 miljoen (stand vorig jaar). Uitkeringen aan de bonden zijn gekort. Deze week werd duidelijk dat die van schaatsers en gymnasten zwaar moeten bezuinigen. Dat nieuws staat niet op zich. Meer dan een derde van bonden en verenigingen lijdt verlies.

De lang aangehangen theorie dat grote internationale evenementen en aansprekende prestaties op Olympische Spelen de voedingsbodem zijn voor grotere sportdeelname, is al lang weerlegd. In de sportpiramide voedt de basis de top, niet andersom. Al is dat voor een uit de topsport afkomstige voorzitter van NOC-NSF misschien moeilijk te accepteren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden