ONDANKS ALLES VERANDERT ER NIETS IN ITALIs

Silvio Berlusconi's Forza Italia heeft deze week een gevoelige nederlaag geleden in de eerste, echte krachtmeting tussen de nieuwe politieke krachten in Italië. Dankzij een bal in eigen doel - om in termen van de voetbalclubeigenaar/mediamagnaat/politicus te blijven - van niemand minder dan de Italiaanse premier himself: een decreet dat de strijd tegen de corruptie de das om dreigde te doen. Met zijn club - een partij kun je het niet noemen - is het snelle, het mooie, het efficiënte aan de macht gekomen en wordt over Italië gesproken als Europa's sociale en politieke laboratorium. Maar of er werkelijk zoveel verandert?

GERBERT VAN LOENEN

Antonio schiet de 19-eeuwse winkelpassage in, waar het op wat vrijende paartjes na rustig is. Zo rustig, dat Marina, die met ons meeloopt, kans ziet te vertellen dat in driekwart van de kiesdistricten van de stad een kandidaat van links heeft gewonnen. Niet iedereen is voor de nieuwe premier, echt niet!

Aan het andere uiteinde van de passage gaat het spektakel verder. Drie rijen dik staat het verkeer vast, want vanwege het hoge bezoek is het centrum afgezet. En dat gelooft een Napolitaan pas echt als hij niet meer voor of achteruit kan. “Jullie staan in de file vanwege Berlusconi”, roept Antonio door een open autoraampje.

Maar Berlusconi heeft de Italianen iets onweerstaanbaars te bieden: hij is geslaagd, heeft geld, bezit een van Europa's beste voetbalteams en een mooie vrouw. Zo mooi zelfs, dat Veronica Berlusconi tien jaar geleden meespeelde in pornofilms. Haar optreden in de seksfilm 'Van onderen' werd onlangs, op een dag dat er in Italië plaatselijke verkiezingen waren, uitgezonden op de staats-tv. Een pesterijtje van Rai 3, de omroep die onder het vorige regime aan de communisten was toebedeeld en nu dreigt te worden ingetoomd door Berlusconi. Het zal zijn populariteit niet schaden, de vroegere bijverdienste van zijn vrouw; het is hier tenslotte geen Engeland.

Berlusconi heeft geld, en dat maakt hem bij sommigen verdacht. Is hij niet enkel en alleen premier geworden om zijn bedrijfsbelangen veilig te stellen?

Maar hoe impopulairder hij wordt onder linkse intellectuelen, des te beter het er voor Berlusconi uitziet. Hebben Wiegel, Kohl en Thatcher niet allang bewezen dat de kiezers dol zijn op anti-intellectuelen?

Vergelijk het met Joop van den Ende die de macht overneemt in Nederland: de baas van de commerciële tv die zichzelf tot premier katapulteert. Het meest bijzondere daarbij is dat Berlusconi zichzelf premier heeft weten te maken zonder steun van een echte politieke partij. En daarmee heeft hij misschien wel de toon gezet in Europa, want onvrede met de politieke partijen is overal voelbaar.

In het laboratorium waarin Italië is veranderd, loopt een groot experiment met iets waar nog geen woord voor is, maar dat de plek lijkt in te nemen van de partijen. Forza Italia heet het experiment. Een partij kun je het niet noemen, maar wat is het dan? Een beweging? Een produkt? Een complot? Als het experiment slaagt, is Italië op slag veranderd van de meest verkalkte in de meest moderne democratie van Europa, want dan heeft het als eerste een alternatief voor de politieke partij gevonden. Maar een eerdere politieke vernieuwing uit Italië is Europa slecht bekomen, dus Berlusconi moet wel bewijzen dat hij daar niet naar terugverlangt.

Een politieke partij kun je het niet noemen, Forza Italia, het is meer een wonderlijke verkiezingsmachine. In december opgericht, of beter gezegd: op tv aangekondigd, won deze beweging drie maanden later de verkiezingen. Daartoe had Forza Italia een verbond gesloten met de Lega Nord en de 'post-fascistische' Alleanza Nazionale.

Forza Italia heeft onmiskenbaar iets van een wasmiddel. Het wordt ook verkocht als een wasmiddel. “Wij zijn geen politieke partij, wij zijn een dienstverlener”, zegt Roberto Spingardi van Forza Italia. “De kiezers hebben aangegeven dat ze een efficiëntere overheid willen, en dat moeten wij nu leveren. Als we het slecht doen, verliezen we de volgende verkiezingen.” Spingardi praat zoals hij is: de voormalige public-relations-man van Fininvest, het concern van Berlusconi, dat onder meer de Standa-supermarkten en de tv-zenders Rete 4, Italia 1 en Canale 5 bezit.

Op zijn visitekaartje staat nog Fininvest; Spingardi zet er gauw een streep doorheen en schrijft er Forza Italia voor in de plaats. Is bij ouderwetse organisaties de pr-man vaak laag in de hiërarchie, bij Forza Italia is de man van de publiciteit een van de drie hoogsten. Berlusconi weet wat telt in het informatietijdperk.

“Wij willen geen partij worden, we willen geen leden hebben en we willen ook geen machtscentrum worden”, zegt Spingardi. Forza Italia wil zichzelf niet op de voorgrond dringen. Het gaat om de kiezers en de gekozenen, niet om de organisatie die daar tussen zit. Eigenlijk keert Italië een beetje terug naar de 19de eeuw, toen de kiezers nog individuen kozen in plaats van partijen; iets van die geest is ook in de Verenigde Staten behouden gebleven.

De oude politieke partijen in Italië waren echte machtscentra, ze dwongen mensen vaak lid te worden door een vergunning of een baan in overheidsdienst afhankelijk te maken van iemands partijlidmaatschap. Geen lidmaatschapskaart, dan ook geen gunsten. Dat nooit meer, zegt Spingardi.

Maar wat dan wel? “We willen een politieke beweging zijn, die de capaciteit heeft om mensen gekozen te laten worden. Centraal staat de gekozene, niet de organisatie.” Dat klinkt mooi, fris en anders. Maar wie bepaalt dan of iemand door de verkiezingsmachine wordt uitverkoren om gepromoot te worden? Wie stelt de lijst samen? Bij politieke partijen was het altijd de partij zelf die de kandidaten stelde. Dat dat tot een treurig soort volksvertegenwoordigers kan leiden, is in Italië wel bewezen, maar kan een manager het beter en democratischer?

“Mensen bieden zich uit zichzelf bij ons aan als kandidaat, en wij selecteren dan”, zegt Spingardi. Hoe selecteert Forza Italia echter? “De selectiecriteria bij de kandidaatstelling voor de Europese verkiezingen waren dat mensen geen politieke ervaring mochten hebben, een beroep moesten hebben en ook echt bereid moesten zijn naar Straatsburg te reizen”, zegt Spingardi.

De eis dat mensen een beroep moeten hebben, is in de Italiaanse taal een eufemisme om te zeggen dat ze uit de hogere klassen moeten komen. Eenvoudige Italianen hebben geen 'beroep' maar gewoon 'werk'. Dat ze ook echt naar Straatsburg moeten komen, is een heel terechte eis: tot nog toe waren Italiaanse Europarlementariërs in Straatsburg vaak alleen aanwezig met hun handtekening. Die werd gezet door een landgenoot - soms een journalist - zodat de politicus, die gewoon thuis bleef, toch de reis- en verblijfsvergoeding kon opstrijken.

Dat de mensen die door Forza Italia gekandideerd willen worden geen politieke ervaring mogen hebben, is ook een begrijpelijke eis. Het hebben van politieke ervaring in de Eerste Republiek (zeg maar 1945-1993) is geen pre; die is tenslotte ten onder gegaan aan de corruptie van haar politici.

Maar wie toetst de kandidaten van Forza Italia aan deze selectiecriteria? Heeft het selectiecomité niet veel te veel macht? En is het niet gewoon zo dat Fininvest, dus de commerciële tv van Italië, bepaalt wie zich mag kandideren voor 's lands grootste partij? “Ja, het selectiecomité heeft natuurlijk wel veel macht”, geeft Spingardi toe, “maar we hebben nu een democratie met wisselingen van de wacht. Wanneer de nieuwe verkozenen het slecht doen en de burgers niet een efficiëntere overheid leveren, dan verliezen we de volgende verkiezingen.”

Als je Omo koopt en het bevalt niet, dan ga je geen inspraak eisen bij Unilever; dan stap je gewoon over op een produkt van de concurrent. Zo gaat dat ook bij Forza Italia. Aan vergaderingen en partijdemocratie heeft de burger anno 1994 geen boodschap meer. Dat de leden van Italiës grootste parlementsfractie door een handjevol mensen wordt geselecteerd, is dan ook geen reden om te vrezen voor te grote concentratie van de macht, vindt Spingardi althans.

Het is al heel wat dat de kiezer voor een andere regeringsmeerderheid kan stemmen. Tot nog toe regeerde in Italië altijd centrum-rechts en was er dus geen alternatief: het was Omo of Omo, Andreotti of Andreotti. Nu bezweert de rechtse meerderheid van Forza Italia, Lega Nord en Alleanza Nazionale dat ze bereid is de macht af te staan aan links als dat de volgende verkiezingen wint.

Als iemand echter rechts wil blijven stemmen maar het niet eens is met Forza Italia, heeft hij geen mogelijkheid om de koers van de beweging te beïnvloeden. En bovendien is het maar de vraag of er zich wel ooit een alternatief aandient voor de huidige regeringsmeerderheid; tot nog toe bleef links altijd beneden de vijftig procent. Dus toch de keus tussen Omo en Omo.

In het hoofdkantoor van Forza Italia in de Via dell'Umiltà, de Nederigheidsstraat, in Rome, staan in de wachtkamer twee tv's aan. Ze zijn afgestemd op Berlusconi's zenders: shows en spelletjes. Het is een prachtig gerestaureerd pand, met op de modieuze bureaus de nieuwste telecommunicatieapparatuur. Achter de balie mooie jonge mensen, van het type dat in tv-shows de prijzen mag uitreiken. Want terwijl de gebochelde Andreotti op zijn berechting wacht en zijn weerzinwekkende maatje Craxi naar Tunesië is gevlucht, is de macht in Italië overgenomen door een nieuwe elite, door het snelle, het mooie, het efficiënte Italië. Althans, dat is wat ze bij Forza Italia graag willen communiceren, om het in reclametaal te zeggen.

Aan de muur hangen grote affiches, waarop geen ideologische leuze maar een telefoonnummer staat. Wie wat wil zeggen, moet Forza Italia bellen. Europa's eerste tele-democratie is geboren. Linkse Italianen hebben het over tele-fascisme.

Forza Italia wil dan wel geen politieke partij zijn, het is natuurlijk wel handig om af en toe gelijkgezinden bij elkaar te halen, of wat afficheplakkers te kunnen werven. Daarom heeft Forza Italia de 'clubs' laten voortbestaan. Die kwamen in januari als paddestoelen uit de grond om de kandidaten die Berlusconi om zich heen had verzameld, te ondersteunen. Ja, iets van een adressenbestand wordt er ook wel opgebouwd, maar nee, verzekert Spingardi, de 'clubs' zijn geen partijafdelingen en de opgeslagen adressen geen partijleden. Over de uiteindelijke organisatie van de beweging moet nog worden nagedacht, zegt hij.

Toch begint de verkiezingsmachine Forza Italia onmiskenbaar trekjes te krijgen van een echte partij. Want van de 3 500 mensen die de selectiecommissie beoordeelde toen er kandidaten gesteld moesten worden voor de Europese verkiezingen, kwamen er liefst 1 500 via de 'clubs' binnen. Precies zoals gewone partijen hun kandidaten ronselen uit hun eigen achterban van vergadereraars en folderuitdelers.

Met alleen nieuwe politici is de Tweede Republiek nog niet klaar. Er moet ook een nieuwe grondwet komen, met een sterkere uitvoerende macht, vinden ze bij Forza Italia. “Een sterke president is dè manier om de bureaucratie efficiënter te maken, te dwingen zich verantwoordelijk te gedragen”, zegt Spingardi. “Of we kiezen voor het Franse presidentiële stelsel, of dat we overstappen op het Amerikaanse stelsel, weten we nog niet”, zegt Alessandro Toci. Bomvol ideeën zit deze jonge politicoloog in dienst van Forza Italia, en op dit moment is Italië het land waar nieuwe ideeën verwezenlijkt kunnen worden: “Wij zijn momenteel Europa's sociale en politieke laboratorium.” Na een half uur lang agressief ideeën en kennis over alle mogelijke regeringsstelsels te hebben gespuid, ontspant Toci een beetje. Er verschijnt een lichte glimlach op zijn gezicht, de jonge hond heeft zijn punt gescoord en steekt een sigaretje op.

Of Italië inderdaad een sterke president krijgt, hangt af van de onderhandelingen met de postcommunistische PDS, want voor grondwetswijziging is ook hun steun nodig. Maar links lijkt wel wat te voelen voor een presidentiële republiek. Ze hebben tenslotte kans bij de volgende verkiezingen de huidige regering-Berlusconi af te kunnen lossen, en zouden dan op hun beurt profiteren van de nieuwe grondwet.

Maar zo'n sterke uitvoerende macht: hadden de Italianen daar eerder deze eeuw niet ook al zulke vernieuwende ideeën over? Het fascisme met zijn duce was tenslotte een Italiaanse uitvinding, die net als nu stamde uit een tijd van onregeerbaarheid en vernieuwingsdrang.

Maar met die oude fout wil Italië geen rekening meer houden. Het heeft lang genoeg in het teken van het antifascisme geleefd. Al die tijd is elke vorm van effectief bestuur geschuwd, want Italië ging van de sterke leider naar het andere uiterste: de onregeerbaarheid. De antifascistische grondwet van na de oorlog was de basis voor de instabiliteit sindsdien. Het meest positieve wat er over de naoorlogse republiek te zeggen valt, is dat het al die tijd heeft weten te voorkomen dat er een burgeroorlog tussen links en rechts uitbrak, iets wat in de jaren vijftig zeker een risico was. Maar de onregeerbaarheid, de afwezigheid van sterke meerderheden, bleek ook de kans voor de georganiseerde misdaad, voor de mafia en de vrijmetselaarsloge P2, om in stilte in de politiek te infiltreren. En leek Berlusconi met zijn omstreden decreet niet juist hen een helpende hand te willen bieden?

Bij hun eeuwige, wanhopige zoektocht naar regeerbare meerderheden werden de regeerders van de Eerste Republiek steeds minder kieskeurig. De machtigste politicus in die Eerste Republiek, de zevenvoudig premier Giulio Andreotti, wordt inmiddels niet meer alleen beticht van samenwerking met de mafia. Deze christendemocraat, die alle belangrijke mensen in Europa wel eens de hand heeft geschud, wordt er nu van beticht lid te zijn van de mafia.

Voorlopig is Antonio Pezzano diep teleurgesteld. “Het is nog erger dan het vroeger was”, zegt hij. Links was er zo vast van overtuigd te kunnen winnen toen de oude regeringspartijen, de christendemocraten en socialisten, ten onder gingen aan hun eigen corruptie, dat de ontreddering groot is nu het opnieuw in de oppositie is beland. Omdat het regeringskamp ineenstortte, dacht de postcommunistische PDS vanzelf aan de macht te zullen komen bij de verkiezingen in maart. Maar in plaats daarvan sprong de rechtse Berlusconi in het vacuüm dat de christendemocraten hadden achtergelaten. Niet oud links kwam als winnaar uit de strijd, maar fris rechts. Nieuw! Nu met schone handen!

Ondanks alle omwentelingen verandert er eigenlijk niets in Italië. Of er nu een duce een oorlog heeft verloren of een premier lid van de mafia blijkt te zijn geweest, de Italiaanse kiezers zijn al een eeuw uiterst voorspelbaar. Iets meer dan de helft blijkt, als er echt belangrijke verkiezingen worden gehouden, bang voor links. En iets minder dan de helft betreurt dat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden