Onbewust wachten de thuisblijvers op een telefoontje

Zal hij bang zijn geweest? Voorzichtig? Of voelde hij zich gewoon een veulen dat weer naar buiten mocht, zoals alle wielrenners zich voelen na de winter?

John Degenkolb mengde zich gisteren voor het eerst weer in het peloton. De smaakmaker van het seizoen 2015, de winnaar van Milaan-Sanremo en Parijs-Roubaix. De Duitser die eind januari samen met vijf ploeggenoten werd aangereden tijdens een trainingskamp in Spanje, door een Britse vrouw die zonder nadenken de verkeerde weghelft had gekozen.

Ik ken het goed, daar in de buurt van Benidorm. Ik heb er uren en uren rondgefietst. Over rustige wegen, tussen sinaasappelbomen en amandelbloesems door. Frisse ochtenden, windstil, met de geur van smeulend hout in de lucht. Rook van boerenvuurtjes hangt in pluimen boven de glooiende hellingen.

Over de Coll de Rates, dé trainingshelling van zo'n beetje alle profs. Als je daar naar beneden gaat, over de slingerende weg via Castell de Castells, kom je in Benigembla. Daar gebeurde het ongeluk, las ik afgelopen week in het ijzingwekkende verslag van journalist Nick Klaessens in het AD. Hij was erbij, zat met de ploegleider in de auto achter het groepje renners.

De rauwe beschrijving van kapotte lijven, de dingen die de renners tegen elkaar zeiden. Dat ze wakker moesten blijven. Dat wielrennen mooi is, maar dat ze er niet voor hoefden te sterven. Het half weggeslagen gezicht van Chad Haga, de afgereten wijsvinger van John Degenkolb.

Als je een koers rijdt, dan hou je rekening met valpartijen. Als je na een zware training uitgelaten naar het hotel terug peddelt, niet.

Soms fiets ik wel eens per ongeluk een mier of een slak dood. Ik probeer dat zoveel mogelijk te voorkomen, omdat het de kwetsbaarheid van alles zo pijnlijk duidelijk maakt. Want zo makkelijk als ik een mier onder mijn wielen plet, zo makkelijk kan ook een mens geplet worden. Door een auto bijvoorbeeld. Nog voor je het gevaar ziet komen, nog voor je hebt geknipperd met je ogen, is het voorbij.

Zo beschouwd is alles zinloos. Dat vind ik dan wel weer een geruststellende gedachte, want als alles zinloos is, kun je maar beter genieten van wat je doet. Van fietsen bijvoorbeeld.

Toen John gisterochtend zijn vrouw gedag kuste, zou zij toen gezegd hebben: Doe je voorzichtig? Ik denk het niet. De vrouw van een wielrenner zegt dat allang niet meer. In koersen kun je niet voorzichtig doen. Onwillekeurig zitten thuisblijvers altijd te wachten op een telefoontje.

Behalve op een gewone traininsgdag in januari. John lag met gaten in zijn benen en bloed om zich heen op de grond en wilde niets anders dan zijn vrouw bellen, om te zeggen dat hij oké was. Wat niet zo was.

Ik ken alleen de angst na zware valpartijen in een koers, angst die je moet afschudden door weer op te stappen. Hoe schud je de angst voor het volkomen onverwachte van je af? Hoe kun je iets volstrekt onbelangrijks als een fietswedstrijdje weer het allerbelangrijkste ter wereld maken? Overvalt de zinloosheid van dat alles je dan niet af en toe?

John Degenkolb is niet gefinisht, zag ik gisteren in de uitslag. Maar weer een rugnummer op kunnen spelden vond hij fantastisch. Ik vond het mooi dat te lezen. Zinloos of niet, hij heeft er in ieder geval van genoten.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden