Onbewogen, maar niet koel

In het Guinness Book of World Records staat Philip Bloemendal vermeld als de journaalcommentator met de langste staat van dienst. Dat was in 1978, toen hij er 35 jaar op had zitten. Daar zijn sindsdien nog vele jaren bijgekomen, want de deze week op 80-jarige leeftijd overleden Bloemendal wist van geen wijken.

Fred Lammers

Philip Bloemendal leende zijn stem tot diep in de jaren negentig aan documentaires en historische koopvideo's. Ook was hij in de Amsterdamse metro jarenlang te horen als de stem die de stations aankondigde. Toen bekend werd dat die stem door een andere zou worden vervangen, kwam een heuse actiegroep daartegen in het geweer. In 1946 werd hij redacteur/commentator van het Polygoon-journaal. Vanaf 1951 tot 1983 was hij hoofredacteur en directeur van dat bedrijf. Maar ook in die functie bleef hij de stem van het bioscoopjournaal.

Voordat hij in 1946 bij Polygoon begon, op een weeksalaris van honderd gulden, werkte hij als nieuwslezer bij Radio Herrijzend Nederland. Dankzij zijn vrouw. ,,Zij vond dat ik moest reageren op een advertentie waarin een nieuwslezer werd gevraagd - omdat ik zo'n lieve stem had. Dat kon zij nu wel zeggen, maar ik had mijn bedenkingen. Wat moest ik als eenvoudige jongen die in vooroorlogs Amsterdam in de Warmoesstraat een winkeltje had waar ik paarlemoerenknoopjes verkocht, bij de radio? Ik had een groot deel van de oorlog ondergedoken gezeten omdat ik joods ben, en wist wel dat ik niet meer in de textielbranche terugwilde. Ik heb het advies van mijn vrouw toen maar opgevolgd, en werd aangenomen. Ze vonden dat ik met mijn stem onbewogen vrolijk nieuws en droevige gebeurtenissen kon verklanken.'

Bloemendal moest de journaalteksten niet alleen inspreken, maar ook opstellen. In het begin werden die teksten ter keuring voorgelegd aan Anton Koolhaas, in die tijd kritisch redactielid van het journaal. Bloemendal hoorde jaren later nog de wat sombere stem van Koolhaas vragen stellen over de manier waarop hij een onderwerp had aangepakt. ,,Als ik dat nog aan het vertellen was, liep Koolhaas al naar zijn schrijfmachine en ratelde daar in snel tempo een nieuwe tekst uit die, dat moet ik toegeven, een stuk beter was dan de mijne. Het verwijt van Koolhaas dat ik nog ietwat schools was, klopte wel.'

Maar al doende leert men. Bloemendal was, naar hij later vertelde, ijdel genoeg om in die beginjaren zomaar een bioscoop binnen te stappen en trots te vertellen dat hij het was die in het journaal was te horen.

Het was een enerverende tijd. Het bioscoopjournaal had in die eerste na-oorlogse jaren nog geen concurrentie van de televisie. Er gingen wekelijks 130 kopieën van het journaal de deur uit. Van de destijds 350 bioscopen in Nederland namen er zo'n 250 het journaal af. Onder leiding van Bloemendal ging Polygoon het in het televisietijdperk zoeken in beelden die het Journaal niet bracht.

Op het moment dat gisteren het overlijden van Bloemendal bekend werd, hield de Tros een persviewing van een volgende maand uit te zenden documentaire over de Nederlandse voetbalhistorie. Het kon niet missen: ook daarin was Bloemendal te horen in een oud Polygoonfragment. Zo zal het nog lang doorgaan. Met zijn stem heeft Philip Bloemendal een monument voor zichzelf opgericht.

Toen hem ooit werd gevraagd wat volgens hem de ideale stem was, antwoordde hij dat hij dat niet kon beoordelen. Hij voegde er meteen aan toe dat er maar één soort zuiver Nederlands bestaat - en dat Nederlands probeerde hij te spreken. Hij had er een gewoonte van gemaakt zijn stem enigszins op te zetten. ,,Hoe dat komt, weet ik niet. Ik denk dat het automatisch is ontstaan, want les heb ik er nooit in gehad.'

Dat hij met zijn stem, die tot op hoge leeftijd zeer krachtig bleef, niet weg te branden was, wekte wel eens verwarring. ,,De mensen hebben langzamerhand de indruk dat ik over de honderd moet zijn', concludeerde hij een paar jaar geleden.

Van de honderden reportages die hij op zijn naam heeft staan, maakten de inhuldigingen van de vorstinnen Juliana en Beatrix en de Watersnoodramp de meeste indruk op Bloemendal. ,,En ook de processen tegen de oorlogsmisdadigers. Je voelde dat op die momenten historie werd geschreven.'

Bij die processen voelde Bloemendal zich persoonlijk sterk betrokken. Bijna zijn hele familie werd slachtoffer van de nazi's. Lange tijd verdrong hij dat. Tot zijn eigen verbazing reageerde hij ook heel afstandelijk, toen hij in 1980 een reportage maakte in Auschwitz. ,,Ik stond daar op de plek waar een groot aantal mensen die mij erg dierbaar waren, werd vermoord. De reactie kwam een tijdje later bij een bezoek aan Israël. In het museum van de Jodenvervolging Yad Vashem bij Jeruzalem trof ik een groep Duitssprekende mensen uit Zwitserland die zo weinig begreep van alles wat zich tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft afgespeeld, dat ik me ongevraagd als gids heb opgeworpen. Een uur lang heb ik hun verteld over de zes miljoen joden die het slachtoffer zijn geworden van een allesverstikkende haat. Na afloop was ik gebroken. Twintig minuten heb ik ergens op een muurtje zitten uithuilen. Alles kwam op me af. Hoe mijn moeder begin september 1942 - door Nederlanders notabene - uit huis werd gehaald, hoe zij ervoor zorgde dat ze mij niet te pakken kregen en op die manier mijn leven redde. Ik dacht aan het briefje dat ze mijn broer Harry, die de oorlog evenmin overleefde, en mij stuurde, toen ze een paar dagen later van Westerbork op weg was naar Auschwitz. Ze gooide dat uit de trein om ons te waarschuwen. Moeder begreep heel goed wat er ging gebeuren!' Die afscheidsbrief van zijn moeder was een van zijn kostbaarste bezittingen.

Philip Bloemendal was bepaald niet zo'n koele kikker als zijn journaalstem deed vermoeden. Op een keer, sprekend over die oorlogsherinneringen die hem nooit meer hebben losgelaten, haalde hij uit zijn portefeuille een platgedrukt wollen popje. Met onvaste stem vertelde hij dat hij het had gekregen van het meisje van zijn broer. ,,Ze hebben haar ook naar Auschwitz gebracht. Je kunt het sentimenteel vinden, maar ik draag dat popje altijd bij me. Het verleden is voor mij niet dood. In Israël heb ik gemerkt dat ik er veel sterker mee bezig ben dan ik ooit durfde toe te geven.'

,,Het leven is iets wonderlijks. Daar filosofeer ik steeds meer over. Een poosje geleden was ik met mijn vrouw in het voormalige concentratiekamp Breendonk, tussen Brussel en Antwerpen. Toen wij na afloop koffie zaten te drinken in een cafeetje er vlakbij, bedacht ik ineens dat dit café er al heel lang staat en in de oorlog vrijwel zeker de stamkroeg was van de SS'ers die Breendonk bemanden. Zij dronken er hun biertjes en hun schnaps. Ik werd er op dat moment met mijn neus opgedrukt dat het leven gewoon verder gaat!'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden