Onbeperkte twijfel is misplaatst

Scepsis over klimaatverandering is zinnig, maar alleen als er ook goede redenen voor zijn. Komt twijfel voort uit de wens lekker in je auto te blijven rondrijden, dan is ze hypocriet.

De fouten in het rapport van het internationale klimaatpanel IPCC hebben tot sceptische reacties geleid over de betrouwbaarheid van wetenschappelijk onderzoek. Wetenschap boet aan gezag in. En paradoxaal genoeg is een mogelijke verklaring daarvan dat hoger opgeleide mensen nu eenmaal sceptischer zijn.

Wetenschappers hebben het moeilijk met deze scepsis. Wetenschappers zien fouten als iets onvermijdelijks. Een voetballer mist ook wel eens een penalty. En wanneer minister Cramer (milieu, PvdA) stelt dat zo’n fout ’absoluut niet meer mag voorkomen’, dan lijkt zij niets van het wetenschappelijk bedrijf te hebben begrepen.

Is die kritische houding over wetenschap verkeerd? Ik denk het niet – mits gebaseerd op goede gronden.

Als ik een huis wil kopen, is het heel nuttig om sceptisch te zijn wanneer de makelaar of hypotheekverstrekker mij verzekert dat huizenprijzen bijna niet kunnen dalen. Hebben zij bewijs voor hun bewering? Hebben zij er niet heel veel belang bij dat ik hen geloof?

Als ik een bankrekening open bij een mij verder onbekende bank die meer dan één procentpunt meer rente levert dan, zeg, de ING, dan is het heel nuttig wanneer ik eraan twijfel of die bank wel helemaal kosjer is. Krijg ik dat geld ooit wel terug?

Met wat meer scepsis waren minder mensen slachtoffer geworden van de kredietcrisis. Maar is onbeperkte scepsis ook zo goed? Is het goed om aan alles te twijfelen?

In de geschiedenis van de filosofie komt algehele twijfel veel voor. Scepticisme blijft echter een filosofisch spel dat uiteindelijk bedoeld is om antwoord te krijgen op de vraag wat ’kennis’ nu eigenlijk is. Zodra je die algehele scepsis in de praktijk brengt, merk je dat het leven onmogelijk wordt. Van de eerste scepticus, de Griek Pyrrho van Elis (ca. 300 v. Chr.), wordt apocrief beweerd dat hij zelfs twijfelde aan het bestaan van stenen op de weg.

Aan alles twijfelen is gevaarlijk. En niet alleen in het verkeer. Maar algehele twijfel is ook filosofisch problematisch. Het argument dat de Oostenrijkse filosoof Ludwig Wittgenstein (1889-1951) voor deze bewering gaf, is momenteel weer erg actueel.

Wanneer we besluiten om iemand te geloven dan doen we dat omdat we daar goede redenen voor hebben. Als ik over het strand van Schiermonnikoog loop met een beroemde vogelkenner, en hij vertelt mij over het broedgedrag van de scholekster, dan geloof ik hem omdat ik weet dat hij een expert is. Natuurlijk, hij kan zich vergissen. Maar ik heb meer redenen om aan te nemen dat hij zich niet, dan dat hij zich wel vergist.

Dat is niet erg opzienbarend. Je mag iemand pas geloven als je er goede redenen voor hebt om aan te nemen dat wat hij zegt waar is. Wittgensteins revolutionaire inzicht was echter dat dit ook geldt voor twijfel. Net zoals je redenen nodig hebt om iemand te geloven, moet je redenen hebben om aan iemand te twijfelen. Stel bijvoorbeeld dat de vogelkenner mij op onze tocht ook vertelt dat gasboringen in de Waddenzee economisch weinig nut hebben. Dan is twijfel meer op zijn plaats. Want ik weet dat de vogelkenner geen econoom is, en al helemaal geen expert op het gebied van gas en economie.

Hebben de klimaatsceptici goede redenen voor hun twijfel? En hoe ga je dat na? Stel dat een klimaatscepticus het IPCC-rapport niet gelooft op grond van het feit dat er op één plaats gebruik is gemaakt van een artikel dat niet voldoet aan de gebruikelijke academische eisen van peer review. Dat artikel is dus in een tijdschrift gepubliceerd zonder dat het door deskundigen beoordeeld is. En waarschijnlijk is dat wat het artikel zegt inderdaad fout.

Om erachter te komen of dat een goede reden is om het hele rapport te betwijfelen, vergelijken we het met een ander rapport. Stel dat een groep vooraanstaande milieukundigen een omvangrijk rapport heeft geschreven, waarin gesteld wordt dat het boren naar gas in de Waddenzee helemaal geen schade aan flora en fauna oplevert. Nu blijkt dat ook dit rapport op één plaats verwijst naar een niet peer-reviewed artikel. Zou de klimaatscepticus dat rapport ook naar de prullenbak verwijzen?

Het zou kunnen. Het is echter niet waarschijnlijk. Het rapport over gasboringen is natuurlijk een hypothetisch voorbeeld. Maar tal van rapporten die klimaatsceptici voor zoete koek slikken, maken gebruik van even dubieuze bronnen. Peer review, om het mild uit te drukken, is niet erg ingeburgerd onder de klimaatsceptici.

Dat laat zien dat de twijfel van de klimaatsceptici niet gerechtvaardigd is. Zeker, een kritische, sceptische houding is zinnig. Maar twijfel over klimaatverandering is alleen dán gerechtvaardigd, wanneer je goede redenen hebt voor je twijfel. En als de reden om twijfel te uiten eigenlijk is ingegeven door je wens om lekker in je auto te blijven rondrijden, of om dure milieumaatregelen voor je bedrijf te blokkeren, dan is je scepsis niet alleen misplaatst, maar ook hypocriet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden