Onbemind natuurgebied

expeditie | Milieuorganisatie Oceana noemt zich vriend van de vissers. Maar die vissers zien weinig heil in Oceana's nieuwste project: een gisteren begonnen expeditie van acht weken op de Noordzee om vis te zoeken.

Sommige verhalen, zegt Lasse Gustavsson, laten zich maar lastig vertellen. Dat komt dan doordat hun onderwerp niet zo tastbaar is, of doordat ze zich ver van de belevingswereld van het publiek afspelen. Die verhalen zijn niet zo 'sexy'. Gustavsson, een boomlange kalende Zweed, grijs baardje en geruit overhemd, noemt meteen een voorbeeld van zo'n verhaal: dat van de Noordzee.

Het is de meest geïndustrialiseerde zee te wereld, met gas- en oliewinning en allerlei kabels door de bodem, maar ook de meest productieve zee in visopbrengsten. En het grootste natuurgebied van Nederland. Toch lijkt het publiek de Noordzee niet echt in het hart te hebben gesloten. "De helft van de Noordzee is overbevist", zegt Gustavsson. "En het lijkt er niet op dat het de politiek of het publiek veel kan schelen. Als we zo doorgaan, is er in de toekomst geen Europese vis meer."

Gustavsson zat deze week in de Amsterdamse Coenhaven aan boord van het onderzoeksschip Neptune van de internationale milieuorganisatie Oceana, waarvan hij Europees directeur is. Gisteren voer de Neptune weer uit. Tot eind augustus vaart het schip voor een wetenschappelijke expeditie over de Noordzee, om gegevens te verzamelen over soorten en leefgebieden. Met die informatie zal Oceana er bij regeringen en vissers voor pleiten meer te doen om de visstand te herstellen.

Het beste middel, volgens Gustavsson: meer en grotere beschermde gebieden op zee. "De Europese ministers hebben afgesproken dat 10 procent van de Noordzee in 2020 beschermd gebied moet zijn. Voor herstel van de visstand en de biodiversiteit zou dat minstens 30 procent moeten zijn."

De expeditie, mogelijk gemaakt door een gift van 1,1 miljoen euro van de Postcode Loterij, start op een opmerkelijk moment. Juist deze week publiceerde de Internationale Raad voor Onderzoek der Zee (Ices) zijn visserijadviezen. De Europese visserijministers gebruiken deze adviezen bij het vaststellen van vangstquota. Ices baseert de adviezen op jaarlijkse schattingen van de standen van verschillende vissoorten en de mate van bevissing. Per vissoort adviseert Ices hoeveel ervan gevangen kan worden zonder dat de populatie in gevaar komt.

Meer tong

Conclusie van nieuwste adviezen: met de belangrijkste vissoorten in de Noordzee gaat het goed. Kijk naar schol, tong en kabeljauw. Op de Noordzee wordt steeds minder op tong gevist, wat de populatie zeer ten goede komt. Ices adviseert dat vissers volgend jaar 15 procent meer tong mogen vangen. Ook de scholstand is de afgelopen 15 jaar gestegen - sinds 1957 werd er nooit zoveel schol gesignaleerd als afgelopen jaar. En de hoeveelheid kabeljauw in de Noordzee bevond zich, na een historisch dieptepunt in 2006, voor het eerst in 20 jaar weer boven het minimum dat nodig is om de voortplanting te waarborgen.

Lasse Gustavsson kent de cijfers, hij heeft ze afgelopen week ook bestudeerd. Laat niemand zich rijk rekenen, waarschuwt hij. "De visstanden zijn van extreem slecht gestegen naar iets beter. Dat kun je vooruitgang noemen. Voor mij is het nog steeds gewoon slecht." Wrakduikers zouden het bevestigen: vroeger kon je een scheepswrak amper zien tussen de scholen vis, nu moet je je best doen om op een wrak nog een vis aan te treffen.

Gustavsson krijgt bijval van zijn collega Ricardo Aguilar, hoofd van het wetenschappelijke team aan boord van de Neptune. Sinds 1990, heeft Aguilar uitgezocht, is 80 procent van de adviezen van Ices door de ministers genegeerd. Dus wat heb je er dan aan?

Dat komt, zegt Gustavsson weer, doordat visserij een ondergeschoven kindje is in de politiek. Landbouwministers doen het erbij. En voor zover zij bekend zijn met de materie laten ze altijd hun oren hangen naar vissers, die bij elke gesignaleerde verbetering in de visstand meteen een groter vangstquotum willen.

"Wat een flauwe kritiek", reageert Pim Visser als de redenering van Gustavsson hem ter ore komt. Visser is directeur van VisNed, dat de belangen behartigt van de Nederlandse kottervissers. Met de visstand en de biodiversiteit in de Noordzee gaat het volgens Visser écht goed: vorige week nog zagen vissers een groep walvisachtigen, waarschijnlijk grienden, op de Doggersbank. En onder de Engelse kust werden Texelse kotters begeleid door opspringende dolfijnen. "Zeggen dat het nog altijd slecht gaat, is onzin. Dan ben je niet geïnformeerd."

De adviezen die Ices verbindt aan de verbeterde visstand kunnen Visser evenwel maar matig bekoren. Ja, 15 procent meer tong vangen is mooi. Maar voor de schol, die in geen 60 jaar zo ruim voorradig was, adviseert Ices het quotum toch met 15 procent te verlagen. Dat heeft volgens Visser allerlei niet te begrijpen administratieve en politieke redenen - VisNed spreekt zelfs van 'politiek gemanipuleer van de Europese Commissie' met de maatstaven voor een gezonde visstand. "Volstrekt onaanvaardbaar. Het zal duidelijk zijn dat we hierover nog een robbertje te vechten hebben."

Als de vissers met de ministers in gevecht willen, hebben ze aan Lasse Gustavsson een goeie, zegt hij zelf. Aan boord van de Neptune legt hij uit dat Oceana niet tegen maar vóór visserij is. "Net als de vissers willen wij weer overvloedige oceanen."

Pim Visser denkt daar het zijne van. Dat Oceana nu de Noordzee gaat onderzoeken, ontlokt hem een diepe zucht. Hij begint aan een opsomming: Stichting De Noordzee, Rijkswaterstaat, het Wageningse Imares, het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee - wie houdt er zich allemaal niet bezig met die zee? "De noodzaak van die expeditie van Oceana zie ik niet zo. Zulke clubs maken een momentopname en presenteren dat dan publicitair heel slim. Dat is hun goed recht, maar ik kan daar niet zoveel mee. Dan houd ik me liever aan de normen van Ices."

Gustavsson: "Wij zijn een vriend van de visserman, al ziet hij dat zelf niet zo. Maar laten we samen gaan zitten en kijken hoe we meer vis in de zee krijgen. Het is aangetoond dat het aanwijzen van beschermde gebieden ook zorgt voor meer vis buiten die gebieden. Dat is goed voor de natuur en voor de visserij. Maar vissers willen direct resultaat zien, terwijl wij denken in periodes van vijf of tien jaar."

Meer vis in de zee? "Dat bereik je niet met beschermde gebieden waar niet gevist mag worden", zegt Gerard van Balsfoort van PFA, de organisatie van vriestrawlervissers. Met vriestrawlers wordt onder meer haring gevangen. Gesloten gebieden, zegt Van Balsfoort, leiden tot extra visserijdruk elders. "Daar wordt het dan dringen." Over dringen gesproken - dat is het ook met ngo's die de Noordzee tot hun werkterrein hebben gemaakt. Van Balsfoort: "En nu komt Oceana daar nog eens bij. Dat zij denken na acht weken iets zinvols te kunnen zeggen, vind ik aanmatigend."

Duikrobot

Terwijl de motor van de Neptune bromt en het schip lichtjes schudt, sjouwen Oceana-medewerkers met spullen. Apparatuur wordt geïnspecteerd en geïnstalleerd. Op het achterdek toont Ricardo Aguilar het belangrijkste wetenschappelijke gereedschap op deze expeditie: de duikrobot. Kijk, wijst hij - daar zit een onderwatercamera, daar een grijparm en daar de schroeven voor de voortstuwing. Op 30 augustus is de Neptune terug in Nederland, in de haven van Rotterdam. Vervolgens kan het analytische werk echt beginnen - de vuistregel is: een maand op zee is elf maanden in het lab.

Nog even over de onsexy Noordzee, zegt Lasse Gustavsson. Het is voor het eerst dat Oceana hier een expeditie uitvoert, en er wordt sowieso weinig milieuonderzoek in dit gebied gedaan. "Zelfs wetenschappers vinden het niet sexy. Het water is vaak erg donker, je ziet weinig. Er zijn plekken waar zelden iemand komt, zoals de Noorse trog en het Duivelsgat. Maar wij willen juist dáár naar toe."

Op de kade van de Coenhaven verschijnt een taxi. Die is voor directeur Gustavsson, met een tas handbagage gaat hij van boord. Hij vaart nooit mee met expedities, zegt hij, zijn taak is fondsenwerven en politici bestoken. Brede lach:"Op zee heb je niks aan mij."

Zee-onderzoek

Oceana is een in 2001 opgerichte internationale milieuorganisatie die zich inzet voor het beschermen van de oceanen en het leven in zee. Het hoofdkantoor staat in New York, Europese dependances zijn er in Madrid en Brussel. De organisatie probeert publiek, politiek en pers te overtuigen met bevindingen uit eigen wetenschappelijk onderzoek. Dat onderzoek speelt zich niet alleen op zee af: eerder dit jaar nam Oceana monsters van visgerechten in restaurants in Brussel, waar Europese beleidsmakers eten. De meerderheid van de onderzochte vis bleek een andere (inferieure) soort dan de menukaart of het bedienend personeel vermeldde. In vijftien jaar heeft Oceana 25 expedities uitgevoerd. De gisteren vertrokken 26ste expeditie is de eerste (deels) in Nederlandse wateren. Daarom kreeg Oceana een bijdrage van de Postcode Loterij, aldus een vertegenwoordigster "Ook wij streven naar een groenere wereld."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden