Onbemande natuur

Ik droomde vannacht dat ik maar moest blijven doorstromen. Zo nu en dan druppelde ik bescheiden van een boomblad af, dan weer stortte ik mij kolkend in de diepte. Maar ik mocht niet ophouden. En ineens bevond ik mij onder het water dat ik zelf was, wuivend te midden van kleurige vissen, en ook het wuiven hield maar niet op, ook niet op het land waar apen in mij sprongen. Alleen toen het begon te sneeuwen werd het even stil. De geleerden en wichelaars waren het er al snel over eens dat ik te veel naar Planet Earth had gekeken, de veeldelige BBC-natuurfilm over onze planeet. Dat klopte. Ik had tijdens een vliegreis al eens een aflevering over de Noord- en Zuidpool gezien en besloten dat dit voor mij gemaakt was. Weergaloos prachtig. En nu had ik de hele serie in mijn bezit en keek ernaar. Op sommige plekken die de filmers lieten zien was ik zelf geweest, Ethiopië, Patagonië, Himalaya, maar het was mij natuurlijk nooit gelukt er zo tegen aan te kijken. Dit was de aarde opnieuw en dan op z’n mooist. Zo volgde ik een sneeuwluipaard met jong in Ladakh en hoorde van Sir David Attenborough hoeveel sediment de Amazone meevoerde. Ook viezigheid was hier indrukwekkend, poepende vleermuizen in een spelonk die een dikke brij veroorzaakten waar dan miljoenen kakkerlakken zich weer aan te goed deden. Zelfs de inmiddels vrijwel tot cliché verworden gnoes, die met uitpuilende schrikogen door wrede krokodillen in het water werden gesleurd, stelden me niet teleur. Ik had mijzelf altijd voor een landschapsman gehouden: de natuur moest gevuld zijn met tekenen van menselijke bewoning, huisjes tegen heuvels, een put in de woestijn. Maar opeens beviel deze wilde en ruige natuur mij best. Een natuur zonder mensen. Misschien hadden ze daar zorgvuldig omheen gefilmd. Ik kon haast niet geloven dat je een delta in Bangladesh zo in beeld kon brengen dat er geen mens of hutje te zien viel maar enfin, ik gaf me er maar al te graag aan over: aarde, geheel onbemand. Geen gezeur over klimaatverandering, smeltende ijskappen, fijnstofdeeltjes van brommers, maar een almaar uitbottend, bloeiend en weer in winterslaap rakend bitumenpropje dat ook nog eens, bedacht ik er op eigen houtje bij, door zekere kosmos tolde. Als er iets is waarvoor woorden tekort schieten dan is het wel de natuur en ik denk dan ook dat, sinds we het allemaal zo mooi in beeld kunnen brengen, schrijvers zich uit de natuurbeschrijvingen, vroeger een corebusiness in de literatuur, hebben teruggetrokken. Laat ik mij er dan ook maar niet al te lyrisch-onmachtig aan wagen. Maar ik voelde me haast een voyeur, iemand voor wie het allemaal niet bedoeld is. Een wereld die nooit het nieuws haalt: moordpartijen in zee, terreurdaden tegen een berghelling, idylles op de prairie. En nergens een spoor van Geert Wilders, van imams of van het Farc. En ook nergens voetbal of een schilderijententoonstelling. Je moest je inspannen om te geloven dat het iets met jezelf te maken had. Maar toch was het zo: the beauty of the thing is in the eye of the beholder.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden