Onbelemmerd naar de rechter dankzij een fonds

Op rechtsbijstand wordt voortdurend bezuinigd. Het is tijd voor een alternatief, vindt advocaat Frederik Wolters.

Er tekende zich, eerder deze maand, een harde confrontatie af in de Eerste Kamer: staatssecretaris Teeven (justitie) weigerde een bezuiniging van 85 miljoen euro op de rechtsbijstand ongedaan te maken. Een bezuiniging die de senaat verwierp, uit vrees dat die de toegang tot het recht te veel zou beperken.

Inmiddels is het politieke toneel veranderd. Teeven is afgetreden, na een deal die op een witwasoperatie lijkt, waarin een drugsdealer 4, 7 miljoen gulden belastingvrij is uitbetaald. De drugshandelaar die hiervan profiteert zal vermoedelijk geen moeite hebben met het betalen van zijn advocaat; hij behoort niet tot het leger mensen dat wordt getroffen door de bezuiniging van 85 miljoen op de rechtsbijstand.

Wat Teevens opvolger van plan is met de aangekondigde bezuiniging, is onbekend. Maar zolang die nog niet van tafel is, is er tijd voor een geheel ander antwoord op de vraag: hoe betaal ik mijn advocaat?

undefined

Doorgeschoten

Het huidige stelsel is een reliek uit de jaren zeventig van de vorige eeuw en de sedertdien doorgeschoten verzorgingsstaat. Het stelsel is een doodlopende weg, omdat het, met steeds minder advocaten met steeds minder beloning, openstaat voor steeds minder rechtzoekende particulieren.

Het is verder van de zotte dat elke Nederlander via de belastingen meebetaalt aan de advocaat van degene die hem heeft bestolen. En waarom moet ik meebetalen aan andermans echtscheiding? Hoe gek kunnen we het maken met afgedwongen solidariteit?

Solidariteit is een gevoel. Het komt uit je hart, en je handelt ernaar. Maar afgedwongen solidariteit als basis van een stelsel van door de overheid gefinancierde rechtsbijstand, is ondeugdelijk. Die grondslag moet zijn: verantwoordelijkheid.

Er zijn er drie die je kunt aanspreken op hun verantwoordelijkheid. De eerste is de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA). De NOvA zou rechtszoekende particulieren aan rechtsbijstand moeten helpen. Alle advocaten, inmiddels zo'n 17.000, creëren daartoe als NOvA een fonds.

Dat idee is niet nieuw. Aan de wieg van het hiervoor gewraakte stelsel stond een serie artikelen in het juridisch studentenblad Ars Aequi uit juni 1970 onder de titel 'De Leemte in de rechtshulp'. Maar er stond ook een stukje met een heel andere strekking. Dat was van de hand van mr. W.F.C. Stevens, oprichter en partner van het Amsterdamse kantoor Caron&Stevens, thans Baker&Mckenzie. Stevens pleitte in dat artikel voor de oprichting van zo'n fonds. Pro deo was toen nog een verantwoordelijkheid van de gehele balie. Waarom dan nu niet meer?

undefined

De staat

De tweede verantwoordelijke is de staat, die grondwettelijk de toegang tot de rechtshulp moet waarborgen. De staat moet uit dien hoofde aan dit fonds een substantiële bijdrage leveren.

De derde verantwoordelijke is de rechtszoekende zelf. Daarom moet dit stelsel worden gecompleteerd met het verzekeringsmodel: elke Nederlander moet verplicht zijn verzekerd voor rechtsbijstand, want elke burger is in beginsel zelf verantwoordelijk voor het oplossen van zijn conflicten. Heb je geen verzekering, dan heb je geen toegang tot het advocatenfonds.

Dat fonds, moet worden beheerd door de NOvA, die sinds 1 januari onder het toezicht staat van het College van Toezicht Advocatuur. En, wat dacht je wat! Kunnen meteen die Raden voor Rechtsbijstand worden afgeschaft. Die waren er vroeger ook niet. Scheelt de schatkist 531 miljoen euro per jaar.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden