Onbekommerd genieten

Dit jaar verscheen een nieuwe glossy, speciaal voor vegetariërs. De makers hadden het zo druk met het uitleggen van hun levensstijl, dat ze het eten vergaten. Hoe anders oogt dat Duitse blad voor vleeseters. Daar gaat, hup, meteen de gans in de pan.

De Duitse glossy BEEF! is een schaamteloos blad. Het gaat van kaft tot kaft over vlees - en ja, ook over vis en oesters - en is gemaakt voor mannen. Dat bedenk ik niet zelf, dat staat er gewoon op: 'für Männer mit Geschmack': voor mannen met smaak. Het had ook een automagazine kunnen zijn, of een voetbalblad, in ieder geval zo'n tijdschrift met veel advertenties voor horloges, bier, scherpe messen, peperdure espresso-apparaten en hier en daar een blote vrouw.

De cover toont de ietwat verbaasde kop van een grauwe gans. Een levende gans. Nog wel. Want de zwarte koeienletters die over haar hals zijn gedrukt beloven niet veel goeds: 'Das wird ein Festschmaus': dat wordt een feestmaal! En inderdaad, een paar pagina's verder bungelt ze al aan een touwtje om haar poot aan een boomtak, samen met een fazant, een eend, een houtduif, een kwartel, een houtsnip en een jagershoorn. Een klassieke compositie, deze knipoog naar geschilderde jachtstillevens uit voorbije eeuwen.

De gans keek me aan in een bladenkiosk op een Berlijnse luchthaven. Voor zover ganzen dat kunnen. Ze keek me niet helemaal aan, maar net naast, of over de lens. Ik moest drie keer kijken en het blad ook echt ter hand nemen of het werkelijk was wat ik dacht wat het was, een heel magazine gewijd aan vlees eten, één foute, reusachtige, dierenverachtende ecologische voetafdruk dus.

In Nederland hadden wij net het media-offensief van het nieuwe tijdschrift Vega (ondertitel: food, fair, future) achter de rug, een glossy waaraan tal van min of meer bekende vegetarische BN'ers hun medewerking verleenden. Vlees eten, dat wordt het nieuwe roken, zo voorspelden de makers van het blad, onder wie de gasthoofdredacteur, schrijver Leon Verdonschot en zijn collega Ronald Giphart.

Wordt het nieuwe roken? Was het dat niet allang? Wie durft zich onder weldenkenden tegenwoordig nog als fervent vleesliefhebber te outen? Maar nu ik bij onze ecologisch angehauchte oosterburen het absolute tegendeel in handen hield ging ik twijfelen. En moest ik die Vega ook maar aanschaffen.

De Vega ziet er op het eerste gezicht uit als een modeblad. Gestyleerde blonde vrouw op de cover, cosmeticareclames binnenin. Veel wit, veel tekst. Dat is de eerste verrassing. Op de een of andere manier had ik een glossy voor vegetariërs vooral geassocieerd met eten, met mooi opgemaakte gerechten, verleidelijke foto's van weelderige moestuinen met vergeten groenten, onverwachte recepten (zonder gesmolten kaas of aubergine), volle tafels, gevulde glazen, afgewisseld met misschien een paar interviews met die onvermijdelijke BN'ers. Maar ik verwachtte vooral het nieuwe 'joi de vivre' van de bourgondische vegetariër te zien, die zijn imago van 'geitenwollen sok met okselhaar' zou moeten afwerpen. Dat was tenminste wat ik hoofdredacteur Debby Gerritsen bij 'Pauw & Witteman' had horen zeggen.

Nu leek me dat al een tamelijk achterhaald beeld (ik ken heel wat vegetariërs aan wie niets raars te zien is), maar vreemd is vooral dat in het hele blad - de advertenties van Alpro Soya uitgezonderd ¿ maar zes plaatjes van eten staan. En dat is dan nog ruim genomen ook, want ik tel ook dat dubbel afgedrukte bord soep mee, en die met droge bonen gevulde gehaktmolen bij de vegetarische slager in Den Haag. Vier recepten van topkoks, helemaal achterin, dat is het, en verder bestaat het blad uitsluitend uit interviews, duurzame modereportages met anorectische modellen die je vooral aan niet-eten doen denken, portretten van de oudste vegetariërs van ons land, foto's van hippe veganistische schoenen. Een - weliswaar boeiend ¿ tweegesprek tussen de filosofen Paul Cliteur en Peter Singer: pagina's lang zwarte letters op wit papier zonder foto's. Het oogt allemaal fraai, maar ook streng en kaal als het interieur van een protestantse kerk.

De eerste Vega lijkt eerder een themanummer van de Groene Amsterdammer dan een smakelijk voedselblad waarmee je de gemiddelde kiloknallerconsument op andere gedachten zou kunnen brengen. Alsof met het niet eten van vlees al het eten een ontkenning is geworden, een sublimatie. Elitair. De Vega is het eten voorbij.

Dat kun je van BEEF! niet zeggen, hier druipen bloed en braadvet van de pagina's. De gans wordt, gevuld met zure appels en uien, met glimmend bruine korst geserveerd op rode kool met aardappelknoedels. We leren in vijftien stappen hoe vakkundig en met welk gereedschap een everzwijn te villen en uit te benen.

Ruim tien pagina's zijn gewijd aan de kunst van het smoren, waarbij vooral geduld geboden is. En bij de (prachtige!) foto over twee pagina's van twee door en door gesmoorde, diepbruine varkenskoppen in truffelsaus hoort uiteraard de kop: 'Rust zacht'. Want dat de redactie van leuke woordgrappen in angelsaksische stijl houdt is duidelijk: 'Het betere voorspel' bij een artikel over sherry als aperitief, 'Sauer to the people' bij een reeks weckpotten met ingemaakte haring, ui, eend of augurk, en zo kan ik nog wel even doorgaan. Die humor heeft een functie, geeft het blad die al eerder genoemde schaamteloosheid, en moet het de ondeugende jongensbranie verlenen waarmee je elke vraag naar de ethische kant van de zaak weg kunt wuiven.

Dat komt ook door de manier waarop de dieren worden getoond. Behalve de gans op het omslag, met zijn wat kille blik, is er geen enkel levend dier te zien. Het te villen everzwijn hangt al dood aan een haak.

Hoe anders is het dubbelportret in Vega van Nico Dijkshoorn, de huisdichter van 'De Wereld Draait Door', en zijn huiszwijntje, beide en profil gefotografeerd. 'Dit is Karel', zo begint Dijkshoorn. 'Een dier, maar dat vergeet ik steeds. We zijn al zeven jaar samen. Niemand kent mij beter.' Het dier als mens, met een naam, een karakter, menselijke eigenschappen. 'Karel leest graag uit de Russische bibliotheek, behalve Nabokov'.

In BEEF! is het dier bijna geen dier meer, maar vooral een stuk vlees.

BEEF! lijkt vooral in te spelen op het fenomeen van de 'nieuwe mannelijkheid': de in de hopeloos gefeminiseerde samenleving onderdrukte man heeft een uitweg nodig voor zijn sluimerende instincten, en zoekt zijn soortgenoten op om weer jager te kunnen zijn. Maar dat is waarschijnlijk ook zo een tijdens een marketingvergadering bedacht concept.

Bij de lancering van BEEF! (door Duitslands grootste uitgeverij, Grüner + Jahr) in 2009 werd het blad besproken in Der Spiegel. De auteur ergerde zich aan het testosterongehalte van de 170 fraai opgemaakte pagina's en hoopte maar dat 'het type kerel dat voor dit soort bladen bij elkaar gefantaseerd wordt in de echte wereld nergens vrij rondloopt'.

Dat hoop ik ook van harte.

Maar los van die potentiële fantasiedoelgroep (Der Spiegel had het over 'desktop-rambo's') is er iets wat het blad ook onweerstaanbaar maakt, en ja, dat heeft zeker met die schaamteloosheid te maken. Of misschien moet ik het anders noemen. Achteloosheid? Los van de flauwigheid van de koppen, het echte mannengedoe ('Kunnen vrouwen koken? Jazeker, en Elvis leeft ook nog!') en het feit dat ik niet zo heel snel een van de recepten zou maken, zou je willen dat een blad als Vega meer had van dat onbekommerde genieten. Zonder permanent verantwoording af te moeten leggen, zonder getob.

Het zou een mooie opgave zijn voor het tweede nummer: maak een Vega over eten, doe net als of er niet permanent iets uit te leggen, te verantwoorden en te bewijzen valt. Dat eerste morele manifest ligt er, ga vanaf nu gewoon lekker eten.

Andrea Bosman is redacteur van Letter&Geest.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden