Review

Onbekommerd geloof in de eigen leugen

Trampassagiers rekten de nek; taxichauffeurs slalomden door het samendrommende gepeupel: wat was dat daar voor uitbundige luidruchtigheid op het balkon van de Amsterdamse Stadsschouwburg? Nergens olympische schaatshelden of voetballende wereldkampioenen te bekennen, wel een in zuurstokkleuren getooid muziekbandje met twee geblondeerde slettebakken dat over het Leidseplein schalde: I'm A Believer! Yeah, yeah, yeah -The Monkees opnieuw of nog steeds op tournee? In de foyer van de schouwburg even later een onstuimige persconferentie waarop acteurs van het muziektheatergezelschap Orkater het zelf toegaven: The Monkees zijn terug.

Al na drie minuten was het slaande ruzie achter de persconferentietafel. Nog natrommelend met thee lepels op tafel en uitgebreid kauwgum kauwend schreeuwde Monkee-slagwerker Mickey (Orkater-acteur Porgy Franssen) dat het liedje 'Mary, Mary' absoluut niet gezongen mocht worden. Er ontstond een handgemeen, vanaf de gang weerklonken klappen en kreten van au. Waarop The Monkees opnieuw de foyer betraden om aan de verzamelde pers te vertellen wat zij in 2002 in Nederland komen doen. De vier 'ex-tieneridolen' vierden hun hoogtijdagen toch tussen 1966 en 1968?

Met een aangezet buikje en getooid met maffe ijsmuts waaronder een gigantische kermiszonnebril vatte de aan staar, hoge bloeddruk en lokale verstijvingen lijdende Monkee-zanger Michael (Peter Blok) de koe bij de hoorns: ,,Wei sjein hier omdat we er sjein en er ook in de toekomst willuh sjein. Daarom sjein we hier. Als we hier niet waren, dan was er ook geen surplus, zoals nu.'' Dat was klare taal, maar de popverslaggevers wilden eerst even onomwonden weten of de in de pop-encyclopedie als lichtgewichten geboekstaafde muzikanten nu wel of niet drugs gebruiken. En zo nee, waarom dan wel niet?

Als Monkee-gitarist Peter legde Gijs Scholten van Aschat uit dat de theatrale Monkees, als 'The Prefab Four' in de muziektheatervoorstelling van Orkater samengebald, 'in hun eigen leugen zijn gaan geloven dat ze het konden en kunnen'. Scholten van Aschat slikte een bittere pil weg toen hij de destijds populaire Monkees-televisieserie terugzag, en legde die banden prompt terzijde. ,,Dat was niks. Liever gebruiken wij de fantasie over en de heimwee naar de staat van zijn waarin alles mocht en kon. De jaren zestig vormden geen cynische tijd, zoals nu, waarin alles meteen wat moet opleveren. Wij spelen The Monkees getrouw naar onze eigen fantasie. Twee leden van The Monkees toeren in Engeland op dit moment met een comeback rond; ze hebben al weer ruzie met elkaar. Gelukkig kunnen zij de Orkatervoorstelling niet verstaan, ik denk niet dat die nog optredende Monkees daar overigens blij mee zullen zijn. Het is een Droste-effect: vier acteurs die spelen dat zij de -destijds ook acterende- Monkees spelen die de Monkees spelen. Nee, geen camp, wel: hallucinerend'', aldus Scholten van Aschat.

Spelen deden de vier Monkees destijds inderdaad, en dan eerder toneel dan muziek. Zij moesten het Amerikaanse, voorgekookte instant-antwoord op de succesvolle films 'Help!' en 'A Hard Day's Night' van The Beatles zijn. Curieus genoeg groeiden The Monkees niet tot parodie uit (het woord 'camp' bestond courant nog niet) en kregen toch een tijdje wereldwijd succes ondanks het feit dat ze niet konden toneelspelen, amper konden zingen en nog minder wisten te musiceren. Routineuze studiomuzikanten werden als uitzendkrachten ingehuurd voor hun plaatopnamen. Componeren mochten The Monkees in de eerste jaren van hun carrière niet van hun film- en platenbazen, liedjesteksten schrijven al helemaal niet. Desalniettemin: als The Beatles als langharige en 'slagwerkende kevers' uit de beatgeneratie konden triomferen, zouden The Monkees woordspelerig met hun monnikskapsels en na-apende ijver als zingende 'apen' furore maken. 'Jaoh, jaoh, wij zijn de apen!' mekkerend, begonnen zij steeds hun gelijknamige televisieserie. Voor hun hitjes putten en jatten, of beter: jutten zij uit het oeuvre van reeds geslaagde muzikanten. De Nederlandse Top Veertig wisten The Monkees eind jaren zestig te beklimmen met 'Last Train To Clarksville', 'I'm A Believer', 'A Little Bit Me, A Little Bit You', 'Pleasant Valley Sunday' en 'Daydream Believer'. In hun zorgvuldig voorgeknipte schaduw volgden de even bordkartonnen televisiehelden 'Partridge Family' en de 'Osmonds'.

Orkater speelt 'The Prefab Four' in inmiddels muziektheatrale traditie. Componist, regisseur en zingende acteurs van Orkater zoeken al jaren naar gedeukte of deukbare grootheden, en verdichten daar eigenhandig een tragisch en toch lichtvoetig verhaal omheen. Zoals over de heremiet Howard Hughes die maar geen antwoord vindt op de vraag: 'Vliegt een vliegtuig omdat de wind behoefte aan gezelschap heeft?'. Of 'Wie vermoordde Mary Rogers?', waarin de misdaadauteur Edgar Allen Poe van moord op een sigarenmeisje wordt verdacht, over de Parijse petomaan die 'een goudmijn tussen zijn billen draagt' en zijn rectale vaardigheden ruimbaan muzikaal rondschetend voor variétépubliek uitbaatte, of over de neergang van de magische boeienkoning Harry Houdini.

Met zijn geestverwanten Peter Blok, Porgy Franssen, componist Vincent van Warmerdam en regisseur Willem van de Sande Bakhuyzen (voor deze voorstelling trefzeker aangevuld met de vierde Monkee Han Oldigs en het kanjers-achtergrondkoortje van Anniek Pheifer/Cynthia de Graaff) tovert Scholten van Aschat in tekst en spel inderdaad 'absurde, doldwaze avonturen van vier mannen op leeftijd' tevoorschijn, zoals de folder belooft. Zijn stuk strekt nog verder: de Orkater-troupe weet een atmosfeer boven water te krijgen die tussen zotheid, desolaatheid, kunstig uitgevoerde klunzigheid, grimmigheid en onaangelengde gein dobbert.

Scholten van Aschat schuwt luim allerminst, maar blijft daarin ernstig en respecteert de lastige wetten van absurdisme. Hoewel er ruimschoots te lachen valt, wordt zijn stuk nergens Theater-van-de-Lach. Hij jongleert strak met woorden en met taal: ,,Persoonlijk hou ik niet van 'nooit'. 'Straks' is een hoofdrolwoord. 'Ooit' is een nog veel mooier woord, want dan zullen er later vragen over ons komen.'' Waarop hij die filosofische taalkundigheid meteen ontnuchtert met: ,,Er is alleen maar 'ondertussen'.'' Hij laat zijn quasi-muzikanten kibbelen over 'er zijn en er soms niet zijn' of over de noodzaak 'om het nutteloze in ere te herstellen'. Hij weeft dubbele dubbelzinnigheden in zijn stuk over een schijnmuziekband die zich afvraagt waarom die 'in het schijndonker moet opkomen' en die liever niet met 'een band in de rug optreedt'. En dat desalniettemin doet. Zoals de muzikaal onthande Monkees met professionele muzikanten de studio in moesten, zo staat de vakkundige muziekgroep van Van Warmerdam op het toneel letterlijk achter de play back-klungelende muzikanten van Scholten van Aschat en de zijnen.

Allicht duikt ook een zekere 'staatssecretaris' op. Staatssecretaris Rick van der Ploeg fungeert als kop van Jut nadat de Raad voor cultuur concludeerde dat het muziektheatergezelschap Orkater steeds hetzelfde kunstje vertoont en dus geen overheidssubsidie meer nodig heeft. De Orkater-Monkees weten daarentegen heel goed hoe je staatssecretaris moet worden. Van huisbaas die woningen zonder vierde wand (de toeschouwerskant/het kijktoneel) bestiert, via bordeelhouder tot het staatssecretariaat. Zorg er alleen voor dat je die rollen niet alledrie tegelijk speelt, want dat wordt te complex. En dat is al ingewikkeld genoeg voor Monkee-drummer Porgy Franssen die via het nutteloos produceren van bankstellen en plastic bestek concludeert: ,,Waar laten jullie mij, als ik stuk ben?''

Bovenstaande is misschien verdiepende informatie, maar kan even goed het ene oor in en het andere oor prompt uitgaan. Gijs Scholten van Aschat schreef met zijn 'The Prefab Four' een muzikale komedie die op eigen benen staat: ook degene die niet op de hoogte is van het wankelmoedige levenspad der Monkees, kan zich onverdroten aan 'The Prefab Four' laven. Er zelfs meer plezier aan beleven dan The Monkees ooit bewerkstelligden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden