Onbekende barokparel

Don Chisciotte (Stéphane Degout) blijft eenzaam achter terwijl zijn boeken in de nok van het theater verdwijnen. (FOTO'S CLÿRCHEN & MATTHIAS BAUS)

René Jacobs groef wederom een onbekende barokopera uit de archieven op. Deze ’Don Chisciotte’ van Francesco Conti bewees

De Nederlandse Opera, Akademie für Alte Musik Berlin en solisten olv René Jacobs met ’Don Chisciotte in Sierra Morena’ van Conti in een regie van Stephen Lawless op 20/6 in Stadsschouwburg Amsterdam. Daar nog t/m 27 juni. Uitzending via Radio 4 in NPS Opera Live op 26 juni vanaf 18.00 uur. www.dno.nl of www.hollandfestival.nl

Al in 1992 presenteerde de Gentse barokspecialist René Jacobs in Innsbruck ’Don Chisciotte in Sierra Morena’ van Francesco Bartolomeo Conti (1681-1732). Toen moest hij om praktische redenen de opera – die in 1719 tijdens de première in Wenen ruim vijf uur duurde – terugbrengen tot tweeënhalf uur.

In 2005 presenteerde hij dit hoogst originele werk opnieuw in Innsbruck, nu in een versie van bijna vierenhalf uur. Het succes was groot, mede dankzij de enscenering van Stephen Lawless. In de Amsterdamse Stadsschouwburg konden we zondagavond dankzij het Holland Festival en De Nederlandse Opera zelf zien en horen waarom Conti’s opera Jacobs al zo lang bezighoudt.

Jacobs heeft een geweldige antenne voor het opsporen van barokrepertoire dat de moeite waard is. Eerder al verraste hij met werk van Caldara en Cesti, die net als Conti in Wenen werkzaam waren. Evenmin als Conti bleken dit C-componisten te zijn; hun werken waren regelrechte ontdekkingen. Dat waren ook de opera’s van Graun, Keiser, Scarlatti en Gassmann – allemaal door Jacobs opgegraven en uitgevoerd.

Na Jacobs’ herontdekking van de opera van Conti waren er in Nederland verschillende uitvoeringen van ’Don Chisciotte’, evenals in het buitenland. Maar niemand kon tippen aan het elan waarmee Jacobs de partituur met de Akademie für Alte Musik Berlin te lijf gaat.

De ouverture is al meteen hoogwaardige en originele muziek. Vlak voor het snelle deel laat Jacobs de theorbe-speler een knalharde ’ping’ uit zijn snaren toveren, als om daarmee te illustreren dat Conti naast componist ook om zijn fantastische theorbe-spel vermaard was. Dat is echt zo’n Jacobs-detail – het staat waarschijnlijk niet in de partituur, maar het is wel uiterst effectief.

Zo zijn er meer tekstuele vragen tijdens de voorstelling. De opera eindigt niet met het gebruikelijke moralistische koortje; dat zit er wel in, maar als voor- voorlaatste nummer. Er volgt in deze versie nog een schitterende aria van Don Chisciotte – die plaatste Conti vóór het koor – en een versie van de beroemde barokmelodie ’Folies d’ Espagne’ die de hele avond al als een soort leidmotief gediend heeft.

Bij het theater dat Lawless maakte, past deze omkering wonderwel en verdwijnen alle muziekwetenschappelijke bedenkingen als sneeuw voor de zon. Tijdens de slotmuziek wordt de ouwe fantast Don Chisciotte omringd door verplegers en bejaarden in rolstoelen. Een voor een verdwijnen die van het toneel en uiteindelijk staat de oude man daar alleen, zijn geliefde boeken verdwijnen in de nok van het toneel. Daarmee krijgt het werk al net zo’n ontroerend slot als die andere Don Quichotopera van Jules Massenet.

Dat Conti’s Don Chisciotte een fantast wordt vanwege de vele boeken die hij leest, wordt in het decor van Benoit Dugardyn prachtig duidelijk. Tientallen metershoge pockets van wereldliteratuur in geel, oranje en groen staan in het gelid. Er kan op geklauterd worden, ze vallen om, en vanachter de bekende titels komen de bekende personages: Lolita, Sherlock Holmes, Robinson Crusoë, de Drie Musketiers, Pinocchio. Sommige van die personages zijn tevens hoofdrolspelers in de opera.

Wat dat betreft is de transformatie van Valmont uit ’Les liaisons dangereuses’ in het operapersonage Fernando meesterlijk geslaagd – het past precies. Elders balanceert Lawless op de grens van leuk (Kuifje’s opkomst als de reus Pandafilando) en flauw (Lucinda als Lolita in bikini).

Opvallend is verder de scène waarin twee countertenoren elkaar vol op de mond kussen. Een noviteit, en tussen de stapels boeken op het toneel had dan ook best ’Maurice’ van E.M. Forster kunnen liggen.

Na een wat taai begin, waarin veel recitatieftekst weggezet moet worden, krijgen opera en enscenering steeds meer vaart en niveau. Jacobs en zijn sublieme orkest zorgen er voor dat de spanning nooit inzakt. Op het toneel zingt een puike zangerscast het ene juweeltje na het andere weg. De twee aria’s van Don Chisciotte in de vierde akte zijn muzikale hoogtepunten. De eerste is verrassend chromatisch uitgewerkt en de tweede is zó mooi dat Conti er heel slim een verre echo van creëert voor Don Chisciotte’s slotaria. Stéphane Degout zet hier een fantastische ouwe fantast neer met een stem van goud.

Judith van Wanroij (Maritorne) en Marcos Fink (Sancio Pansa) weten in hun korte hilarische optredens met stem en spel de zaal plat te spelen. Christophe Dumaux (Fernando) en Bejun Mehta (Cardenio) zijn beide geweldige countertenoren. Inga Kalna (Dorotea) en Gillian Keith (Lucinda) stralen in de vrouwenrollen. Ook Johannette Zomer en de vioolspelende tenor Mark Tucker passen naadloos in dit hoge niveau. Het was een lange, maar zeer lonende avond.

Evviva Conti en Jacobs.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden