Onbehaaglijke gedachten over de islam

,,Paul Scheffer beroept zich ter ondersteuning van zijn pleidooi voor een spirituele en symbolische lezing van de Koran op mensen als Haci Karacaer en Faouda Bouali. Maar zijn hun uitspraken representatief voor wat een 'nieuwe islam' zou kunnen worden? Ik vrees dat we hier te maken hebben met een 'fantasie-islam'. Nergens ter wereld heeft deze 'islam' enige aanhang, behalve dan in Nederland, verdedigd door verbannen moslims als Abu Zayd of andere postmoderne woordkunstenaars.'' De filosoof Paul Cliteur reageert op de Abel Herzberg-lezing van Paul Scheffer over 'het onbehagen in de islam'.

Lezing van het mooie opstel van Paul Scheffer over het onbehagen in de islam liet bij mij, naast alle bewondering, ook iets van onbehagen achter over zijn eigen standpunt. Hij lijkt van een uiterst kritische benadering van de islam in het begin van zijn essay steeds verder op te schuiven in optimistische richting. Zijn opstel is daardoor niet helemaal consistent. En dat komt door onduidelijkheid over de islam. Hebben we het over de islam als het geheel van uitspraken dat in de Koran te vinden is? Gaat het om de opvattingen van moslims in overwegend Arabische landen? Doelen we op de islam die naar voren komt in de uitspraken van islamitische geestelijken? Of kunnen we tot de islam ook rekenen het geheel van wensvoorstellingen over wat de islam zou moeten zijn in de ogen van westerse intellectuelen en van allochtonen die iets van hun traditie willen bewaren? Hoe vreemd ook, dat laatste blijkt velen te inspireren. Ook Scheffer.

In het eerste deel van zijn opstel lijkt Scheffer aan te sluiten bij het bekende opstel 'The Roots of Muslim Rage' (1990) van Bernard Lewis. Het is in dit kritische deel van zijn essay dat Scheffer zegt: 'Er zijn geweldige obstakels te overwinnen, wil een min of meer vanzelfsprekende integratie van de islam mogelijk zijn en wil de religie zich inderdaad emanciperen uit de cultuur van de landen van herkomst (...) Die tegenkrachten liggen allereerst in de islam zelf.' Ik onderstreep: allereerst in de islam zelf.

Kritisch is Scheffer ook wanneer hij zich aansluit bij de stelling dat het geweld uit naam van de islam niet zo gemakkelijk terzijde kan worden geschoven: 'Dagelijks worden we geconfronteerd met geweld uit naam van de islam. De tijd is voorbij dat gezegd kan worden: dat zijn geen echte moslims, ze misbruiken het geloof, maar maken er geen deel van uit. Zoals het geweld van de kruisvaarders bij de geschiedenis van het katholicisme hoort, zo hoort het hedendaagse geweld van de fundamentalisten bij de islam.' Ik onderstreep: het hedendaagse geweld van de fundamentalisten hoort bij de islam.

Als je dit allemaal serieus neemt, zou het toch voor de hand liggen te denken dat men gebaat is bij een afscheid van de islam, bij een secularisatie zoals deze ook binnen het christendom heeft plaatsgevonden. Immers hoe pijnlijk ook: als het echte moslims zijn die dat geweld plegen en als dat geweld te maken heeft met de islam, waarom dan niet bepleiten dat die islam wordt losgelaten? Zo zullen ongetwijfeld ook velen het katholicisme hebben losgelaten vanwege bepaalde opvattingen van de kerk die in strijd zijn met hedendaagse morele opvattingen over geboortebeperking, man/vrouw-verhoudingen enzovoorts.

Maar na een aanvankelijk kritische toon over de islam gaat Scheffer een beetje laveren. En dat laveren is ingegeven door de overtuiging dat het niet realistisch is afscheid van het geloof te verwachten. Hij zegt: 'Het gaat niet om een afscheid van de islam als spirituele traditie, maar wel om hoe als religieuze minderheid in een democratische omgeving te leven.' Geen afscheid van de islam als 'spirituele traditie' dus. Wat nu wanneer we tegen Scheffer II de Scheffer I uitspelen en zeggen: misschien hoort het hedendaagse geweld van de fundamentalisten wel bij de islam?

Er zijn zeker tekenen die daarop wijzen. De islam is een betrekkelijk letterknechterig geloof. Er zijn wel liberale tradities, zoals de soefies, maar die hebben nu juist niet zoveel aanhang. Wie de Koran leest, kan zich dat ook levendig voorstellen. Als we letten op wat zich als de dominante vorm van islam presenteert, is de aansporing van Scheffer II dus wel sympathiek, maar niet erg realistisch.

Heel optimistisch is ook Scheffers typering van de wijze waarop de islam met het schriftgezag zou kunnen omgaan. Hij geeft Hirsi Ali gelijk wanneer ze de letterlijke lezing van de Koran kritiseert en in tal van teksten een rechtvaardiging van ongelijkheid en geweld ziet. Hij gaat echter verder met: 'Maar het gaat natuurlijk niet om een herschrijving van de Koran, zoals ze ergens suggereerde, maar om een herlezing van de heilige teksten in hun historische context, die een meer symbolische duiding ervan mogelijk maakt.' Laten we eens bezien hoe dat 'symbolisch duiden' zonder 'herschrijven' van Scheffer eruit zou kunnen zien. Ik geef drie voorbeelden.

De beruchte soera 4:34 proclameert de mannen als opzichters over de vrouwen en legitimeert lijfelijk geweld bij ongehoorzaamheid. 'Maar zij van wie gij opstandigheid vreest vermaant haar en vermijdt haar op de rustplaatsen en slaat haar.' Als in de Koran staat 'slaat haar', hoe gaan we dat dan symbolisch duiden? Moeten we zeggen dat het begrip 'vrouw' symbolisch moet worden verstaan, dus niet ter aanduiding van de vrouw van vlees en bloed? Staat de vrouw soms voor 'het kwaad' of 'de duivel'? En spoort soera 4:34 ons dan aan het kwaad of de duivel te slaan? Of moeten we niet de 'vrouw', maar het 'slaan' symbolisch verstaan? Is 'slaan' naar hedendaagse maatstaven misschien 'een indringend gesprek voeren'?

Berucht zijn ook de straffen die in soera 5:33 worden gesteld op wat wij godslastering zouden noemen: 'Doch de vergelding van hen die God en Zijn boodschapper bestrijden en zich beijveren verderf te brengen in het land is dat zij ter dood gebracht worden of gekruisigd of dat hun handen en voeten worden afgekapt van weerszijden of dat zij uit het land verbannen worden.' Het is heel moeilijk 'ter dood brengen' spiritueel te duiden. Ook het 'afkappen' is niet zo gemakkelijk vriendelijker te duiden dan het er staat. Het is dan ook niet vreemd dat in landen waar de islam de staatsgodsdienst is, het gewoon zo gebeurt zoals het er staat.

Het probleem dat Hirsi Ali aan de kaak stelt, is dat de Koran helaas over vele punten zo ontzettend helder is. Natuurlijk kan men net doen alsof het er niet staat. Ik heb eens met een moslim gesproken over de interpretatie van soera 5:38. Daar staat: 'En de dief en de dievegge, houwt hun handen af (tot vergelding) van wat zij verdiend hebben als een voorbeeld van de kastijding van God.' Deze moslim zei toen dat naar hedendaagse maatstaven dat 'afhouwen' zou moeten worden verstaan als het maken van een kleine inkeping in de huid.

Prachtig voorstel natuurlijk, maar in Soedan en Nigeria denken ze daar toch anders over. Volgens het afgelopen woensdag verschenen rapport Political Shari'a?: Human Rights and Islamic Law in Northern Nigeria hebben de afgelopen jaren in Nigeria tientallen amputaties plaatsgevonden. Wie kan na het lezen van soera 5:38 in alle ernst volhouden dat in Nigeria de islam is 'gekaapt' door extremisten?

Velen doen dat. Hoe is dat mogelijk? Dat komt omdat men zich ter beantwoording van de vraag 'wat is islam?' niet baseert op wat in de Koran staat. Ook niet op wat islamitische geestelijken daarover zeggen. Ook niet op wat in Arabische landen als islam dominant is geworden. Men beroept zich ter ondersteuning van zijn pleidooi voor een spirituele en symbolische lezing van de Koran op mensen als Haci Karacaer van Milli Görüs. Karacaer had gezegd: 'Elke moslim zal weer zelfstandig moeten leren denken over goed en kwaad.' (Let op het woordje: 'weer'). Scheffer citeert ook de verpleegkundige Faouda Bouali die zei: 'Mijn islam zou nooit geweld jegens de vrouw goedkeuren en mij nooit dwingen alleen jongens te baren.' Dit soort uitspraken is overbekend. Ook Dick Pels haalt ze met grote regelmaat aan in zijn diatriben tegen de verlichtingsfundamentalisten. Toffe moslima's met hoofddoekjes gevouwen in de vorm van piratendoekjes. Dat waren de meiden die bij hem college liepen. En die bepalen zijn islam-beeld.

Het is allemaal heel mieters. Maar de vraag is: wat zegt het? Zijn deze uitspraken van Karacaer en Bouali representatief voor wat een 'nieuwe islam' zou kunnen worden? Ik vrees dat we hier te maken hebben met een 'fantasie-islam'. We willen natuurlijk maar al te graag denken dat ons hier een nieuwe islam wordt voorgehouden. Maar nergens ter wereld heeft deze 'islam' enige aanhang, behalve dan in Nederland, verdedigd door verbannen moslims als Abu Zayd of andere postmoderne woordkunstenaars. Scheffer is naar mijn idee een beetje naïef wanneer hij schrijft: 'Tegenover haar (Bouali's) pleidooi kan het antwoord nooit zijn: integratie betekent afscheid van het geloof, jouw islam kan nooit een plaats verwerven in onze democratie. We moeten de bestrijding van godsdienst als een irrationeel systeem niet verwarren met een pleidooi voor de scheiding van staat en kerk.' Scheffer wil graag de indruk vermijden 'dat religie eigenlijk geen plaats heeft in de democratie. Of men het nu leuk vindt of niet: de kans dat godsdiensten verdampen is niet groot.'

Die laatste zin is bijna letterlijk wat burgemeester Cohen zei over godsdienst in zijn Cleveringa-lezing. Het verschil tussen Cohen en Scheffer is op dit punt ook kleiner dan Scheffer zelf misschien denkt.

De vraag is natuurlijk waar die vrijzinnige moslims (Karacaer, Bouali) en de ongelovigen die hun hoop op een vrijzinnige islam gevestigd hebben (Scheffer, Cohen, Pels) hun hoop aan ontlenen? Eén zwaluw maakt nog geen zomer. Eén Bouali ook geen vrijzinnige islam.

Ik wil geen zwartkijker zijn, maar als Karacaer 'zelfstandig wil leren denken over goed en kwaad' is de Koran niet zo'n goede literatuurtip. Het zal ongetwijfeld mijn verlichtingsfundamentalistische parti pris zijn die mij parten speelt, maar Was ist Aufklürung? van Kant ligt dan meer voor de hand. Als we de getuigenissen van Ibn Warraq, Bernard Lewis, Robert Spencer, Carmen Bin Laden en vele anderen serieus nemen, is het probleem met de Koran en de islam nu juist dat daarin geen enkele ruimte bestaat voor eigen interpretaties. De uitdrukking 'mijn islam' is een contradictio in terminis.

Wat willen die sympathieke pleitbezorgers van de vrijzinnige islam nu precies betogen? Dat het mogelijk is een bloemlezing te maken uit de Koran waaruit alle passages over het afhakken van handen, het slaan van vrouwen, het amputeren van de handen en voeten van ketters en het stenigen van overspeligen verdwenen zijn? Maar natuurlijk kan men een dergelijke bloemlezing samenstellen. Thomas Jefferson maakte een eigen Bijbel, de 'Jefferson Bible'. Hij liet gewoon alles weg wat ongeloofwaardig was (over water wandelen) of moreel verwerpelijk (het vervloeken van ongelovigen). Zo kan je ook je eigen Koran samenstellen, de 'Bouali Koran'. Maar de orthodoxen hebben gemakkelijk spel wanneer zij deze pick and choose-benadering van de hand wijzen als een absurde verdraaiing van de inhoud van het heilige boek.

Het probleem met veel autochtone commentaren over de 'islam' is dat het vaak helemaal niet over de islam gaat. De Koran wordt niet gelezen. Men neemt geen kennis van wat in de islamitische cultuur is gebeurd of gebruikelijk is. Men richt zich op sympathieke uitspraken van nieuwe Nederlanders als Karacaer en Bouali en vervolgens zegt men: 'Kijk, zo kan het toch ook?' Wat men vergeet, is dat deze uitspraken voor niets anders staan dan de hoogst persoonlijke opvattingen van Bouali of Karacaer. Die opvattingen hebben zij niet dankzij de islam, maar ondanks de islam.

Nu voel ik de bui al hangen natuurlijk. Men gaat tegen mij zeggen: 'Zo zo, wil jij dan zeggen dat de islam achterlijk moet zijn?' Of: 'Wie ben jij om te vertellen wat de islam is?' Je wordt in de hoek gezet als iemand met dubieuze motieven, in de ban van een ziekelijke 'fobie'. Je bent bezig met discrimineren, marginaliseren, stigmatiseren of wat men verder nog maar kan verzinnen om het karakter van de boodschapper van het slechte nieuws in een kwaad daglicht te stellen. Je wordt als het ware rijp verklaard voor de psychiater of het Openbaar Ministerie. Maar misschien (zou het kunnen?) worden critici van de islam als Montesquieu, Ernest Renan, Bernard Lewis, ja zelfs Pim Fortuyn wel gewoon voortgedreven door een onbevangen deernis over het lot van de vele mensen die door dit dictatoriale religieuze bewind worden onderdrukt. En misschien is het helemaal niet 'tolerant' om je kop in het zand te steken wanneer uit naam van een godsdienstige bevlieging homoseksuelen, vrouwen en ongelovigen worden gediscrimineerd en gemarginaliseerd.

Als de Scheffer van het begin van zijn opstel gelijk heeft, dan moeten we ons niet in slaap laten wiegen met rozige voorstellingen over wat de islam zou kunnen zijn, maar nu eenmaal niet is. Het is een onbehaaglijke gedachte, maar misschien toch iets om te overwegen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden