Onbehaaglijk positief

De tentoonstelling ’Black is beautiful’ in de Amsterdamse Nieuwe Kerk toont een witte kijk op de zwarte. Zelf is de zwarte inmiddels de duivel en bediende voorbij.

De titel ’Black is beautiful’ heeft niets te maken met de jaren zestig van de twintigste eeuw, toen deze leus het zwarte bewustzijn van Afro-Amerikanen in de Verenigde Staten stimuleerde. ’Black is beautiful’ is een kunsthistorische expositie in de Nieuwe Kerk in Amsterdam die laat zien hoe Nederlandse – blanke – kunstenaars van 1330 tot nu zwarte mensen in hun kunstwerken afbeeldden.

Op een positieve manier wel te verstaan. In de Nieuwe Kerk is geen plaats ingeruimd voor de bekendere karikaturen die blank van zwart in het verleden veelvuldig heeft gemaakt.

„Eigenlijk wil ’Black is beautiful’ zeggen: jongens, jullie hebben gelijk”, zegt Esther Schreuder, freelance kunsthistorisch onderzoeker en samensteller van de tentoonstelling. „En veel kunstenaars hebben dat altijd al gezien.”

Aanleiding voor haar onderzoek en de tentoonstelling was een bezoek aan het Rijksmuseum zo’n zeven jaar geleden met een Surinaamse vriendin. „Zij keek naar de zwarte mensen die er op de doeken stonden en stelde me daar vragen over. Ik kon er niet altijd antwoord op geven. Maar het wekte wel mijn nieuwsgierigheid.”

Een jaar later begon Schreuder haar onderzoek naar zwarte mensen in de Nederlandse kunst. De expositie in de Nieuwe Kerk en de fraaie catalogus zijn daar het resultaat van.

De tentoonstelling is bijzonder overzichtelijk ingedeeld. Na een introductiefilmpje krijgt de bezoeker in drie perioden (Oude, Nieuwe en Moderne Wereld) verschillende thema’s (sterke mannen, wijze vrouwen of zwart is hip) voorgeschoteld. De vormgeving in geel, groen en rood en zwart verwijst naar de bekende rastakleuren.

De eerste keren dat Nederlandse blanke kunstenaars zwarte mensen hebben afgebeeld dateren volgens Schreuders onderzoek van het begin van de veertiende eeuw. Op de expositie zijn enkele manuscripten uit die tijd te zien waarbij in de prachtige miniaturen zwarte mensen figureren. Deze zwarten maakten deel uit van de Europese hofcultuur.

Andere schilderijen en prenten laten de ’Aanbidding der Koningen’ zien met de zwarte koning Balthasar. Hoewel zij door de vier evangelisten in het Nieuwe Testament niet of nauwelijks werden genoemd, is een van de drie sinds de zesde eeuw wel als Afrikaan afgebeeld.

Behalve bijbelse thema’s zijn er ook verhalen uit de klassieke mythologie te zien waarin zwarten een rol spelen. Zoals een Afrikaanse Venus (1580) en ’Memnons wederopstanding’ van Bernard Picart (1733). Het zijn niet altijd de grootste meesters en sterkste kunstwerken die in de Nieuwe Kerk worden getoond.

Opvallend is dat bij de eerste afbeeldingen van zwarte mensen de lichaamsbouw en de gelaatstrekken niet altijd kloppen. Soms zijn het ronduit blanke figuren met een likje zwarte verf. Toch moet de eerste kennismaking met zwarte mensen al tussen 200 en 500 hebben plaatsgevonden. Destijds opereerde het Romeinse leger in Nederland en dat was in alle rangen en standen multi-etnisch. Toch is de kennis van zwart aan het begin van de Middeleeuwen blijkbaar weer verloren gegaan.

Dat verandert door de inquisitie (1492). Daardoor vluchtten Joden uit Spanje en Portugal naar Noord-Europa. Zij brachten vaak hun Afrikaanse bedienden mee. Daarnaast hebben de grote ontdekkingreizen ervoor gezorgd dat er Afrikanen naar Europa kwamen.

Aan het effect van deze ontwikkelingen op de kunsten wordt in de Nieuwe Wereld aandacht besteed. In dit tijdperk vindt ook de overgang plaats van zwarte mensen in een bijrol naar een zwarte als geportretteerd hoofdpersoon. Een fraai voorbeeld is ’Caspar’ (1609) van Rubens.

In de Moderne Wereld ontstaat weer op een andere manier belangstelling voor zwarten. Het accent ligt dan op het primitieve. Kunstenaars creëerden bovendien nieuwe thema’s zoals de bokser. In de Nieuwe Kerk zijn doeken te zien van schilders van de Amsterdamse School en van Jan Sluijters, doeken die met dit thema de schoonheid van het gespierde, zwarte mannenlichaam hebben weergegeven.

Dichter bij onze tijd presenteert de expositie prachtig werk van kunstenaars als Marlène Dumas en Ina van Zijl, blanke Zuid-Afrikanen die op verschillende manieren zwarte mensen tot onderwerp van hun schilderijen en tekeningen maken. Maar er is ook werk van enkele zwarte kunstenaars te zien.

Bijzonder en geestig is ’Landgenoten’ (1996) van Gillion Grantsaan. Deze Surinaamse kunstenaar gebruikte de Beatrix-postzegel van Peter Struycken uit 1981, voorzag de koningin van een afrokapsel en voegde ’Van Dalen’ toe in de letters van het Van Dale-woordenboek.

Hoewel Schreuder in de catalogus duidelijk meldt fotografie, video en installatiekunst buiten beschouwing te laten, sluit de expositie toch af met drie installaties van de hedendaagse kunstenaars Erik van Lieshout, Remy Jungerman en Iris Kensmil. Van Lieshout (zelf blank) parodieert met zijn videowerk het fenomeen ’blanke hiphop’, terwijl Jungerman en Kensmil (beiden met Surinaams bloed) in hun installaties hun eigen, zwarte achtergrond hebben verwerkt.

Goed op haar plaats is de installatie die Kensmil voor de gelegenheid heeft gemaakt. Op de pilaren in het transept heeft zij twaalf schilderijen opgehangen die eruit zien als memorietafels. In tegenstelling tot de oude christelijke gedenktafels van voor de Reformatie portretteert Kensmil op haar doeken geen blanke schenkers, maar twaalf zwarte mensen waaronder Marcus Garvey, Granny Nanny en Anton de Kom. Zij gelden als voorlopers van de zwarte emancipatiebeweging.

Schreuders’ onderzoek nuanceert het beeld –dat overigens uit andere even specialistische onderzoeken en eerdere exposities elders is ontstaan– dat blanke kunstenaars zwarte mensen alleen negatief, als duivel en bediende, hebben weergegeven. Die nuancering werkt prima op het wetenschappelijke vlak, maar niet in een grote publiekstentoonstelling.

Daar levert de keuze voor het louter tonen van de positieve manier waarop blank zwart door de eeuwen heen heeft verbeeld, een te eenzijdig en te positief beeld op. Dat kan niet, zeker niet in onze tijd van grote mondialisering. En dat corrigeer je niet met één zinnetje in de introductievideo.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden